Overweging 16 juli

In mijn jeugd gingen we als gezin naar de kerkdienst. Maar wanneer je me nu vraagt waar ga je nu naar toe, naar de kerkdienst of naar de viering zal ik eerder antwoorden; ik ga naar een viering. Hier, in de Kapel worden deze benamingen door elkaar gebruikt. Op de website ziet u onder het kopje vieringen vermeld staan welke voorganger u op een bepaalde datum kunt verwachten.

En is u in Kapelnieuws de laatste tijd iets opgevallen?

Tot en met februari stond er voorin Kapelnieuws nog het kopje kerkdienstmet daaronder aanvang kerkdiensten 10.30 tenzij anders vermeld.

In maart veranderde het bovenste kopje van kerkdienst naar vieringen, maar in het kopje eronder bleef ongewijzigd het woord diensten staan.

In april veranderde ook dat onderste kopje diensten naar het woord vieringen.

Het wachten is nu nog op de verandering bij het kopje bij de kerkdiensten, waar altijd een korte uitleg of aankondiging staat op de aankomende diensten of vieringen.

Waar zit ‘m nu die verandering in? Zijn onze verwachtingen veranderd, is het de tijdsgeest of ligt het eraan dat wij een vrijzinnige geloofsgemeenschap zijn?

Enkel kijkend naar de woorden dienst en viering leert, mij in ieder geval, dat in het woord dienst een soort van verplichting schuilt. Denk daarbij ook aan het woord dienstplicht, het was een plicht, je kon er niet onderuit. Iedereen werd opgeroepen, de mannen wel te verstaan.

Kerkdienst was – en is in bepaalde gemeenschappen soms nog – een sociale verplichting. Je hebt dan het hart niet om niet te gaan. De sociale controle is tè sterk. En begrijp me niet verkeerd, sociale controle vanuit zorg om elkaar is – meestal – goed, maar sociale controle om dwang uit te oefenen duidelijk niet.

Maar misschien leggen wij, of leg ik, het idee van moeten wel zelf in dat woordje dienst.

Kerkdienst is als het ware verbonden aan godsdienst. En zit daar dan ook die lading van plicht in? In het woord godsdienst hoor ik nog iets anders, daarin zit ook dienst aan God. 

Het woord godsdienst heeft zo eigenlijk een dubbele lading. Er zit die verplichting in door het woord dienst. En ja, godsdiensten hebben soms ook iets verbetens in zich, een godsdienst is – tegenwoordig – bijna ook iets wat vastgeklonken en gebeiteld is. Geïnstitutionaliseerd. Wij mensen hebben onze religies zo aan banden gelegd dat leven er soms uit verdwenen lijkt.

En toch…Tegelijkertijd kan het woord gods-dienst mij ook ontroeren; godsdienst, dienst aan God.

Een woord wat ik als het ware proef op mijn tong, een woord wat mijn tong streelt en mijn hart binnentreedt, mijn hart opent.

En als vanzelf dwalen daarbij mijn gedachten af naar een moment in India, een aantal jaren geleden. Ik reisde met mijn dochter door Rajesthan, een deel van India dat bekend is om zijn prachtige forten en paleizen. Daar, bij één van die forten, in een tempel bij de entree van het fort, heb ik een hele poos gezeten, gewoon zitten kijken naar een meisje van een jaar of 10. Hoe zij haar dienst aan God, haar godsdienst vorm gaf in een ritueel.

De tempels in India zijn altijd gewijd aan een bepaalde god, over het algemeen voor Shiva of Vishnu of een Avatar, een incarnatie van deze god.

Deze bewuste tempel was een Shiva tempel, wat betekent dat er in de tempel een yoni staat met daarin een lingam. Een yoni is als een schaal waarin de lingam, een conusvorm staat. Deze vertegenwoordigen het mannelijke en het vrouwelijke.

Het meisje versierde vol aandacht en toewijding de schaal met bloemen en goot vervolgens water over de conusvorm. En wanneer zij klaar was haalde zij alles weer weg en herhaalde dan het hele ritueel, in alle rust en steeds opnieuw.

Zij bracht haar eer aan deze god, of aan God. Dit was haar eredienst.

Eredienst, eer brengen aan. Een ouderwets en toch herkenbaar woord. Het gaat over eer brengen aan God in dit geval.

God eren of dienst aan God kan natuurlijk in een kerkdienst, maar zit ‘m wat mij betreft ook – of misschien wel vooral – in het gewone. In gods dienst staan. Ik denk dat wij God dienen en God eren wanneer we voluit leven, aandacht te hebben voor elkaar en wanneer wij dat wat wij doen onze volle aandacht geven. Ieder op onze eigen plek in het leven en elk met zijn of haar talenten en kwaliteiten. Het is misschien wel de belangrijkste manier van God eren, eerbied hebben voor de schepping en haar schepselen. Voor al wat leeft en om naar onze medemens medemenselijk te zijn.

Dat is wat Jezus ons in zijn leven heeft laten zien, er volledig te zijn voor de medemens in al zijn of haar kwetsbaarheid. Jezus had daar een enorm talent voor en mensen kwamen daar in grote getale op af, zo mogen we uit de Bijbelverhalen afleiden.

Maar de boog kan niet altijd gespannen zijn. Jezus had, zo lazen we net in Marcus, ook af en toe even tijd nodig om uit te rusten. Hij trok zich, in dit verhaal, samen met zijn discipelen terug van de mensenmassa. Even een moment van rust, een moment van ontspannen.

In onze spreekwoorden en gezegden komen we die ontspanning ook tegen. Ik noemde net al De boog kan niet altijd gespannen zijn maar we kennen bijvoorbeeld bij paarden ook de teugels laten vieren, of bij het zeilen of vliegeren een touw laten vieren.

Laten vieren is ruimte geven, de spanning eraf halen – al is het maar voor even.

– De vlieger krijgt de ruimte om hoger te gaan, om te dansen op de wind.

– De zeilen van de boot kunnen meer bollen wanneer de touwen worden gevierd en de boot gaat in volle vaart.

– Wanneer de spanning van de boog gaat vindt de pijl zijn doel.

– Wanneer de teugels van het paard worden gevierd kan het paard in galop gaan.

Dat laten vieren van de teugels of het touw geeft vrijheid. Maar het lijntje blijft! Het is geen vrijheid in de zin van niet gebonden willen zijn, zoals mensen zich tegenwoordig zo vaak niet meer willen verbinden aan een club, vereniging, kerk of elkaar. Nee, in het vieren van het touw blijft de verbinding in stand!

In het verhaal van Jezus die zich terug trekt en in de gezegden die u zojuist hoorde wordt ons aangereikt dat het nodig is en ons goed doet om af en toe de spanning er even af te halen. En wel om twee redenen; ten eerste om een stukje rust te creëren en dan vervolgens wanneer die ruimte er komt daarna weer beter te kunnen presteren. Niet primair als doel, maar als uitvloeisel van die ontspanning.

Dit vieren, deze ruimte in de spanning die er is, vinden we bijvoorbeeld in de vakantieperiode. Een tijd van even niet onze gewone werkzaamheden doen, maar ons daar even van terug te trekken. Er even van los te komen. Daarna kunnen we er vaak weer energieker tegenaan. Zelf merk ik dat ik die ruimte, dat terugtrekken nodig heb om weer creatief verder te kunnen.

Die ontspanning, dat vieren, is er bij sommigen van ons bijna niet meer bij. Omdat er, om wat voor reden dan ook, veel spanning in henzelf of in hun leven is. Dan kan de ontspanning, het vieren van de lijn, misschien zitten in een luisterend oor of praktische hulp geven.

Waardoor er even een zucht van verlichting geslaakt kan worden.

De tweede lezing van vanmorgen, uit Deuteronomium, gaat over feest vieren. God geeft ons daarin de opdracht om op z’n tijd ook feest te vieren. Feesten, verspreid door de tijd van het jaar heen. Feesten, de tijd even stilgezet, even ophouden met de alledaagse routine. Even ontspannen en de teugels laten vieren, feest vieren.

Onze vierentwintig uur economie lijkt ons daar weinig ruimte meer voor te geven. In ieder geval niet aan de werkende mens, die moet maar door jakkeren. Van de werkende mens wordt vaak een beschikbaarheid van 24 uur per etmaal verwacht. Dit in schril contrast met mensen die wel willen werken maar waar geen werk voor beschikbaar is en dus noodgedwongen werkeloos zijn.

Wanneer we het scheppingsverhaal lezen horen we God zes dagen lang scheppend bezig zijn en op de zevende dag rust houden. De zevende dag, zo kenmerkend in het Jodendom, de Sjabbat. Sjabbat betekent letterlijk ophouden of staken.

Het gaat dan om het staken van de gewone routinematige bezigheden, ons dagelijks werk. Niet alleen jijzelf, nee, die rust gun je iedereen; even op adem komen.

God heeft voor ons een dag van rust ingelast, een rustdag.

In het verhaal van de schepping is die dag waarop God rustte als een loflied, een heilige dag. Voor ons nu de zondag. Een heilige dag waarop we even rust kunnen nemen, even afstand van de dagelijkse beslommeringen en de tijd kunnen nemen om wat we in ons drukke leven vaak vergeten; even dicht bij God te zijn. De Sjabbat is, net als de andere feestdagen door het jaar heen, een dag om te vieren.

Onze kerkdiensten en erediensten mogen dan vieringen zijn. We vieren dat we God eren en we vieren dat we even onze last neer mogen leggen.

Een dier dat in het wild gewond raakt zoekt een plek om te gaan liggen en rust daar dagenlang uit. Denkt niet aan voedsel of iets anders. Het rust gewoon alleen maar uit tot het voelt dat het is genezen. Rust nemen is een voorwaarde voor genezing, ook genezing van onze ziel.

We kunnen en mogen onze hoop op God richten, zoals we net zongen in lied 42. De moede hinde die zich bij God geborgen weet en weet dat deze hem weer op zal richten, zal steunen.

Dit is wat we in een viering mogen doen; even onze zorg, onze last, ons probleem neerleggen. Ook als je het gevoel hebt dat er voor jou even niets meer te vieren is.  We mogen het voor God neerleggen. In onze gebeden, in ons zingen, in de woorden die we horen en de woorden die we zeggen.

Een viering is dan feest vieren en de teugels, de spanning, laten vieren. Even diep inademen en een zucht van verlichting mogen slaken. Pfffff…

Vieren is dan even ruimte creëren in onszelf. Even stilstaan en stil worden. In een viering kunnen we even opgetild worden en weer lichter en meer ontspannen verder gaan. Kunnen we, in dat opgetild zijn, misschien ook dichterbij het mysterie komen van het leven, het mysterie van God.

Wanneer ik het plaatje op de achterkant van de liturgie zie moet ik glimlachen. De tekst zegt Remember that your natural state is joy, herinner je dat je oorspronkelijke staat van zijn er één is van vreugde. Onze ziel is van oorsprong pure vreugde. Daar verlangt onze ziel naar terug.

Ik wens ons toe dat we in een viering en in het laten vieren, even vreugdevol opgetild worden.

Amen

Monika Rietveld