Overweging 16-2-2013

Kwaadspreken – februari 2014

Jacobus 3

7 De mens heeft alle mogelijke soorten dieren weten te temmen, wilde dieren, vogels, kruipende dieren en zeedieren, 8 maar er is geen mens die de tong kan temmen, dat onberekenbare kwaad, vol dodelijk venijn. 9 Met onze tong zegenen we onze Heer en Vader, en we vervloeken er mensen mee die God heeft geschapen als zijn evenbeeld. 10 Uit dezelfde mond klinkt zegen en vervloeking. Dat kan toch niet goed zijn, broeders en zusters? 11 Laat een bron soms uit eenzelfde ader zoet en bitter water opwellen? 12 Of kan een vijgenboom olijven voortbrengen, of een wijnstok vijgen? Net zomin geeft een zilte bron zoet water.

Jakobus 4,11

11 Spreek geen kwaad van elkaar, broeders en zusters. Wie kwaadspreekt van een ander of een ander veroordeelt, spreekt kwaad van de wet en veroordeelt de wet. En als u de wet veroordeelt, handelt u niet naar de wet, maar treedt u op als rechter. 12 Er is maar één wetgever en rechter: hij die bij machte is te redden of in het verderf te storten. Maar wie bent u, om uw naaste te veroordelen?

Johannes 8:

[1] Jezus ging naar de Olijfberg, [2] en vroeg in de morgen was hij weer in de tempel. Het hele volk kwam naar hem toe, hij ging zitten en gaf hun onderricht. [3]Toen brachten de schriftgeleerden en de Farizeeën een vrouw bij hem die op overspel betrapt was. Ze zetten haar in het midden en [4] zeiden tegen Jezus: ‘Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt toen ze overspel pleegde. [5] Mozes draagt ons in de wet op zulke vrouwen te stenigen. Wat vindt u daarvan?’ [6] Dit zeiden ze om hem op de proef te stellen, om te zien of ze hem konden aanklagen. Jezus bukte zich en schreef met zijn vinger op de grond. [7] Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op en zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’ [8] Hij bukte zich weer en schreef op de grond. [9] Toen ze dat hoorden gingen ze weg, een voor een, de oudsten het eerst, en ze lieten hem alleen, met de vrouw die in het midden stond. [10] Jezus richtte zich op en vroeg haar: ‘Waar zijn ze? Heeft niemand u veroordeeld?’ [11]‘Niemand, heer,’ zei ze. ‘Ik veroordeel u ook niet,’ zei Jezus. ‘Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.’

Lucas 18:

Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde hij de volgende gelijkenis.10 ‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër en de ander een tollenaar. 11 De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. 12 Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.” 13 De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.” 14 Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’

Overweging

Lucas Cranach

Lucas Cranach de Oude 1472 – 1553: Jezus en de overspelige vrouw

olieverf op paneel (82 × 121 cm) — 1532, Museum voor Schone Kunsten, Boedapest

Vandaag heb ik het met u over wat in de rabbijnse traditie heet de Lasjon hara, de kwade tong. Het gaat over kwaadspreken, iemand beledigen, iemand belasteren achter zijn rug. Het is het tegendeel van iemand zegenen. Het latijnse woord daarvoor is bene-dicere, goede dingen zeggen tegen iemand, die je in de ogen ziet en die je aanraakt en tegen wie je iets zegt als: moge je liefde en geluk op je weg vinden. Lajon hara is het tegendeel, want dan spreek je woorden die een ander schaden, terwijl je buiten het contact met die persoon staat, hij is er niet bij. Lashon hara  is daarom de bron van veel haat, ruzie en zelfs bloedvergieten.

Een overtreffende trap van kwaadspreken is de laster. Dan praat je niet alleen lelijk over een ander, maar je verspreidt met opzet beschamende leugens over een ander met het doel die ander aan de openbare verachting bloot te stellen.  Laster is strafbaar. Het Strafwetboek (artikel 443-453) spreekt van aanranding van de eer of de goede naam van personen. Een ander woord hiervoor is eerroof.

We kunnen minder weerstand bieden aan kwaadspreken als de inhoud van de negatieve boodschap naar onze overtuiging waar is. We zeggen dan immers niets onwaars? En welke houding nemen we aan tegenover een gerucht? Mag je zeggen: ik heb gehoord dat…. Je houdt je dan toch aan de feiten, het is immers waar dat dat gezegd wordt en je beweert toch niet dat het een feit is? De uitwerking van het praten over die ander is steeds dezelfde: het beschadigt de ander, doet hem of haar verdriet, haalt hem naar beneden.  Voor ons gevoel is maken van negatieve opmerkingen over een ander

Wat kan iemand bewegen om een kwaadspreker te worden? Hij haalt de ander neer en kan daarin  zichzelf beter voelen. Het geeft een goed gevoel dat jij dus gelukkig niet zo bent als die ander. : “God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar.
Af en toe is het heerlijk om je lekker negatief uit te laten over iemand die je niet mag. Je kan wat ongenoegen kwijt. Je kan je erin verheugen dat anderen dan ook negatief gaan oordelen over bijvoorbeeld die concurrent van jou, die ex, waarvan je gescheiden bent.  Maar wie kwaad spreekt, zegt meestal meer over zichzelf dan over de anderen. Wat zegt het? Mensen die blij en gelukkig zijn, hebben aantoonbaar minder behoefte om kwaad te spreken. Wie vol ongenoegen zit , zal zich eerder boos en ontevreden uit en negatief over anderen spreken. Van een roddelaar kan in zijn algemeenheid gezegd worden dat hij niet lekker in zijn vel zit. Maar, een oude volkswijsheid zegt: Als je met één vinger naar iemand wijst, blijven drie vingers naar jezelf staan.

Het verhaal van de overspelige vrouw die voor Jezus gebracht wordt, is wat dat aangaat onthullend. Waar gaat het hierom? Worden de mannen gedreven door bezorgdheid over het voorkomen van overspel in de samenleving? Willen zij het kwaad bestrijden? Of willen zij kwaad doen? Dat laatste lijkt het geval. Het gaat niet zozeer om de vrouw en wat zij gedaan heeft. Zij wordt door hen gebruikt omdat zij Jezus van zijn voetstuk willen halen. Ze zijn jaloers op hem en zij willen hem ten val brengen. Er staat: Het hele volk kwam naar hem toe, hij ging zitten en gaf hun onderricht. [3]Toen brachten de schriftgeleerden en de Farizeeën een vrouw bij hem die op overspel betrapt was. Ze gokken erop dat hij zal zeggen dat deze vrouw niet gestenigd mag worden en dan gaat hij in tegen de wet van Mozes en kunnen ze hem veroordelen. Wat Jezus doet is… zwijgen en schrijft met zijn vinger op de grond.  De vrouw zegt ook niets. Ze wordt door de groep mannen te schande gemaakt. En het is veelzeggend dat alleen zij als zondige wordt opgevoerd. Bij overspel zijn toch minstens twee personen betrokken, we nemen in dit geval aan ook nog een man? Waarom wordt hij wel ongemoeid gelaten? De stilte die Jezus laat vallen tot twee keer toe, maakt verlegen, vooral degene die op hoge toon morele verontwaardiging veinzen. Ze krijgen het ongemakkelijk. Overspel… overspel… En Jezus geeft dan woorden aan het ongemak dat ze voelen: wie zonder zonde is, werpe de eerste steen. Die vrouw is niet anders dan zij. Dat is wat aan het licht treedt en dat maakt dat zij hun hoge toon laten varen, zelf stil worden en afdruipen. En van het plan om Jezus zichzelf te laten veroordelen door een verkeerd woord, kan ook niets meer komen. Woorden, bedoeld om een vrouw en om Jezus te gronde te richten, krijgen een averechtse uitwerking, ze slaan als een boemerang op hen terug.

Woorden kunnen gebruikt worden als wapens. Bij een ruzie kan je een ander ongelooflijk pijn doen met woorden. Woorden kan je inzetten bij een ruzie, bij geroddel, maar ook op papier, in een brief, in een email. Vaak richten ze dan nog meer kwaad aan, want ze staan zwart op wit. Ze blijven. Wie schrijft die blijft en dat geldt ook voor de woorden die geschreven zijn. Ze zijn niet meer uit te wissen. In het tijdperk voor het digitale zei Christiaan Huygens in de 17e eeuw :  Het puntje van een scherpe pen is ‘t felste wapen dat ik ken.

We dragen allemaal de wapens van woorden met ons mee; wapens waarmee we zelfs door de controle op Schiphol komen. En we gebruiken ze ook nog als het ons uitkomt. Op het eerste gezicht verborgen wapens, maar toch …….  Christen of geen christen, praten over een ander siert niemand. Neem nu die oude Griek, de filosoof Socrates. Hij wist al hoe je kon voorkomen een achterbakse roddelaar te zijn.
Op zekere morgen wandelde Socrates door de straten van Athene. Er kwam een man naar hem toe. “Socrates, ik moet je iets vertellen over je vriend, die…….” Socrates viel hem in de rede en vroeg hem op de man af : “Zeg, ging jouw boodschap al door de  drie zeven?” De man keek verbaasd op: “De drie zeven?” Socrates antwoordde: “Ja, de drie zeven. De eerste zeef is de waarheid. Weet je zeker dat het waar is wat je zeggen wilt?”  De man schaamde zich en bloosde: “Nou, zeker, nee, dat niet, maar ze zeggen het ….”Socrates vervolgde: “Dan gebruikte je vast de tweede zeef. De zeef van het goede.Is het iets goeds wat je over mijn vriend wilt vertellen?” Aarzelend antwoordde de man: ”Goed? Nee, integendeel…” Socrates keek bedenkelijk: “Dan gebruikte je toch zeker wel de derde zeef? Is het noodzakelijk dat je dit aan mij vertelt?” Ook dat moest de man ontkennen. “Wel” sprak Socrates, “als dat wat je wilt vertellen niet waar is, niet goed is en niet noodzakelijk is, vergeet het dan en belast mij er niet mee. Goedenmorgen!”

Er zijn natuurlijk ook mensen die zelden kwaad over anderen spreken, omdat ze vooralsnog het druk genoeg hebben met praten over zichzelf, over wat ze gedaan hebben, wat ze gezegd hebben, wat ze beleefd hebben en welke successen ze hadden. Mensen die maar aan het woord blijven en nauwelijks ruimte geven aan de ander om aan het woord te komen. En zo dat toch gebeurt, beschouwen ze het verhaal van de ander als een tijdelijke onderbreking van zichzelf. In televisiedebatten zie je dat ook wel. Uit beleefdheid even zwijgen, om zo gauw mogelijk op je eigen spoor door te gaan zonder de inbreng van de ander daar een rol in te laten spelen.

We vinden het overigens ook fijn om over onszelf te praten. Dat blijkt uit onderzoek van Harvard University. Twee wetenschappers ontdekten dat proefpersonen die regelmatig over zichzelf spraken daarbij soortgelijke gevoelens ervaren als bij lekker eten, het winnen van geld of seks. De proefpersonen bleken bereid om een kleine hoeveelheid geld op te offeren om iets over zichzelf te vertellen. In één van de vijf experimenten kregen ze de keuze tussen een laag bedrag en de mogelijkheid om over zichzelf te praten óf een hoger bedrag en iets vertellen over de ander. De keuze viel meestal op het eerste.

Veelpraters zijn misschien irritant, maar ‘beter’ dan kwaadsprekers? Bij de laatsten zijn meestal de slachtoffers er zelf niet bij. Bij veelpraters zijn de slachtoffers er wel bij. Aan hen wordt geen recht gedaan. Wat zij te vertellen hebben, wordt als minder belangrijk terzijde geschoven. Het evenwicht in het contact is zoek. De een is er alleen maar voor de ander, de ander kan of wil er niet zijn voor de één. Of spreek ik nu kwaad over de mens die maar niet kan ophouden woorden te spreken? Wie kan beoordelen wat de veelspreker beweegt? Is het nervositeit, onzekerheid, het tragische tekort om werkelijk contact te maken met een ander?

Misschien mogen in Jezus een voorbeeld zien als hij niet valt voor de verleiding er nieuwe woorden aan toe te voegen en dat hij zwijgt en zwijgt en schrijft in het zand, zodat op het laatst iedereen zwijgt en stilletjes heengaat. In de stilte is de hoogste wijsheid te vinden. Kennelijk.

De Joodse filosoof Maimonides sprak in de 12e eeuw al: ‘Kwaadspreken is in staat de hele wereld op haar grondvesten te doen wankelen. Het vernietigt drie personen: degene die het doet, degene die er door wordt getroffen en degene die het aanhoort.’

En de rabbi van Bersjid zei:
Werk aan de vrede,
eerst in uw eigen huis,
daarna op straat en dan in de stad.
Zie geen kwaad in de ander en goed in uzelf,
maar zie goed in de ander en kwaad in uzelf.
Meet uw gedrag niet met nauwgezetheid:
dat is een teken van trots.
Bekritiseer niet het gedrag van een ander,
maar alleen uw eigen gedrag.

Amen

Peter Korver