Overweging 15 juni 2014: Levenskunst

Prediker 9

1 Ik vestigde mijn aandacht op het volgende en heb het onderzocht: Wat de wijzen en rechtvaardigen tot stand brengen, is in de hand van God. Ook hun liefde, ook hun haat. Geen mens kan in de toekomst zien. 2 Hij weet alleen dat ieder mens hetzelfde lot wacht. Ben je een rechtvaardige of zondaar, goed en rein of onrein, offer je wel of offer je niet, ben je goed of zondig, durf je makkelijk een eed te zweren of ben je bang een eed te zweren – 3 alle mensen treft hetzelfde lot. Dat is zo triest bij alles wat de mensen doen onder de zon; en hoe triest ook dat hun hart hun leven lang vol kwaad en dwaasheid is, en dat hun leven eindigt bij de doden. 4 Voor wie nog leven mag, is er nog hoop; beter een levende hond dan een dode leeuw. 5 Wie nog in leven zijn, weten tenminste dat ze moeten sterven, maar de doden weten niets. Er is niets meer dat hun loont, want ze zijn vergeten. 6 Hun liefde en hun haat, alle hartstocht die ze ooit hebben gehad, ging allang verloren. Ze nemen nooit meer deel aan alles wat gebeurt onder de zon.

7 Dus eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn. God ziet alles wat je doet allang met welbehagen aan. 8 Draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur. 9 Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. Het bestaan is leeg en vluchtig en je zwoegt en zwoegt onder de zon, dus geniet op elke dag. Het is het loon dat God je heeft gegeven. 10 Doe wat je hand te doen vindt. Doe het met volle inzet, want er zijn geen daden en gedachten, geen kennis en geen wijsheid in het dodenrijk. Daar ben je altijd naar op weg. 11 Ik heb onder de zon opnieuw gezien dat niet altijd een snelle hardloper de wedloop wint, een sterke held de oorlog, dat hij die wijs is niet altijd zijn brood heeft, en hij die inzicht heeft de rijkdom, hij die bekwaam is het respect. Zij allen zijn afhankelijk van tijd en toeval. 12 Nooit weet de mens wanneer zijn tijd gekomen is: zoals de vissen verraderlijk worden gevangen door de fuik en de vogels door de val, zo wordt de mens verrast door de verraderlijke tijd, wanneer die als een klapnet op hem valt.

Johannes 14

1 Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij. 2 In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou ik anders gezegd hebben dat ik een plaats voor jullie gereed zal maken? 3 Wanneer ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom ik terug. Dan zal ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar ik ben. 4 Jullie kennen de weg naar waar ik heen ga.’ 5 Toen zei Tomas: ‘Wij weten niet eens waar u naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?’ 6 Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. 7 Als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie hem, want jullie hebben hem zelf gezien.’ 8 Daarop zei Filippus: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.’ 9 Jezus zei: ‘Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je me niet, Filippus? Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? 10 Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij. 11 Geloof me: ik ben in de Vader en de Vader is in mij. Als je mij niet gelooft, geloof het dan om wat hij doet. 12 Waarachtig, ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als ik, en zelfs meer dan dat, ik ga immers naar de Vader. 13 En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. 14 Wanneer je iets in mijn naam vraagt, zal ik het doen.

 

PREEK

Is het een kunst om te leven? Heb je daar een zekere bekwaamheid of zelfs talent voor nodig? Ieder leven begint in een vanzelfsprekendheid. Of een bevalling een moeilijke is geweest of niet, het kind heeft het ondergaan als een vanzelfsprekendheid, het heeft het laten gebeuren en zich overgegeven aan de zorgen waarmee het omringd werd. En nog enige jaren zal er in alles voor hem of haar gezorgd worden. Het hoeft aan niets te denken, het hoeft voor niets te zorgen en alle gevaren worden voor hem weggenomen. Maar langzaam verandert dat. Je gaat letterlijk op eigen benen staan, je wordt steeds vaker verantwoordelijk gehouden voor dingen, dat je luistert naar wat je gezegd wordt, dat je niets stuk maakt, dat je je zusje niet mag slaan, dat je je mond even houdt, dat je moet gaan slapen als je dat helemaal niet wilt. Je komt er bij stukjes en beetjes achter dat het toch niet zo is dat de hele wereld alleen om jou draait en dat niet alle mensen steeds met al hun aandacht en liefde bij jou zijn. Het leven blijkt niet altijd leuk te zijn en mensen zijn niet altijd aardig, in ieder geval broertjes en zusjes, de kinderen van je eigen leeftijd kunnen hard zijn. Er is al gauw een noodzaak om voor jezelf op te komen, van je af te bijten. Er zijn nog meer dingen die het leven gecompliceerd kunnen maken. Er zijn ongemakken: je hebt het koud, je hebt honger, je bent gevallen en hebt pijn, je bent ziek, je krijgt heimwee bij een logeerpartij, je krijgt je zin niet. Allemaal kleine dingen, die de meeste kinderen leren accepteren en mee leren omgaan. De één ziet in de kleine tegenslagen geen enkele reden om niet te blijven lachen en blij te zijn, de ander wordt wat vaker boos, ontevreden of verdrietig. De ouders helpen het kind om met de teleurstellingen om te gaan. Waar een kind omgeven is door liefde en aandacht, groeit het vertrouwen in eigen kracht en groeit de kunst om het leven te accepteren zoals het zich aandient. Je wordt gehard en daarom kan je verder. Je wordt minder naïef, wat meer op je hoede, omdat anderen niet altijd uit zijn op jouw geluk, maar op dat van henzelf en soms ten koste van jou. Dat leer je.

Maar een verlangen kan blijven. Huub Oosterhuis schreef daarover een kort gedicht, een lied, dat u wellicht herkent. Het staat in het liedboek als lied 925. Leest u het eens mee!

Wek mijn zachtheid weer.
Geef mij terug
De ogen van een kind.

Dat ik zie wat is.
En mij toevertrouw.
En het licht niet haat.

Het licht haten? Dat kan toch niet? Of wel? Het kan. Als je somber of depressief bent en eigenlijk niet meer wilt leven. Dan haat je het leven, dan haat je het licht. Dit gedicht is geschreven tegen de achtergrond van somberheid en donker. Het zijn maar enkele regels, maar ze roepen een wereld van gevoelens op.

Wat doet de eerste regel van het gedicht? Is hier niet iemand aan het woord die terugverlangt naar het ongeschonden kind in zichzelf dat hij kwijt is: geef mij terug de ogen van een kind. Zachtheid en gevoeligheid kun je gaandeweg het leven gemakkelijk verliezen door alles wat je overkomt en wat je om je heen ziet. Waar je gekwetst wordt ontstaat een litteken. Wat is dat? Een verhard weefsel, Zo kan je je inkapselen tegen pijn en nieuwe kwetsuren. Bij sommigen treedt er verharding, verstarring en verzuring op. Soms is dat voor een poosje ook nodig, noodzakelijk om te overleven. Je trekt een pantser om je heen. Niemand kan mij nog kwetsen, raken. Maar diep in je kan er een heimwee zijn naar het kind in je dat zo ontvangen en blij in het leven stond. Het is een verarming dat je dat blije kwijt bent geraakt. En zo wordt het verlangen opgeroepen dat Huub Oosterhuis onder woorden brengt met Wek mijn zachtheid weer, geef mij terug, de ogen van een kind.

Een week geleden heeft paus Franciscus in zijn tuin, de tuin van het Vaticaan, de president van Israël, Sjimon Peres en de Palestijnse leider Mahmoud Abbas ontvangen. Peres, 90 jaar, zojuist in de afgelopen dagen opgevolgd door een jongere hardliner, heeft in zijn lange leven veel meegemaakt, vooral oorlog, haat, aanslagen, maar is niet verbitterd geraakt. Abbas moet dagelijks balanceren op het slappe koord van Hamas en de PLO, van de verleiding tot gewelddadig verzet en diplomatiek optreden. Zouden zij het zich kunnen veroorloven om af en toe te denken, te bidden: Wek mijn zachtheid weer. Geef mij terug de ogen van een kind….  Twee weken eerder was Franciscus in Bethlehem en ontmoette de twee leiders. Daar nodigde hij hen uit om naar het Vaticaan te komen om samen te bidden. Dat heeft u, net als ik, ook gehoord, gelezen en vermoedelijk gedacht: ‘Een lieve, naïeve uitnodiging. Peres en Abbas hebben echt wel wat anders aan hun hoofd. Ze zijn verhard en daar is alles bij voor te stellen. Maar nee, twee weken later stonden ze daar met zijn drieën in de tuinen van het Vaticaan. Peres en Abbas hadden elkaar omhelsd toen ze binnenkwamen. Er werden joodse, christelijke en islamitische gebeden gehouden, in het Hebreeuws, Engels, Arabisch en Italiaans. Is dat niet bijzonder? Twee leiders met twee totaal tegengestelde opvattingen met achterbannen die elkaar haten en naar het leven staan! En dan samen met de leider van een grote godsdienst waar ze geen van beiden bijhoren in gebed gaan. Of zijn we zo cynisch om het als een pr-stunt te zien? Of betekent het dat zij dankzij hun eerbied voor God met het gebed boven hun strijd en eigen belangen kunnen uitstijgen?

Wek mijn zachtheid weer. Is dat wat het gebed van de paus, de leider van Israël en de Palestijnen wellicht kan bewerken? Zachtheid en gevoeligheid is iets wat je gaandeweg het leven gemakkelijk kan verliezen door alles wat je overkomt en wat je om je heen ziet. Dat geldt voor ieder van ons en voor mensen die van jongs af aan leven in een conflictgebied nog meer.

Voor gewone mensen geldt net als voor bekende wereldleiders: teleurstellingen horen bij ons leven. De verwachtingen die we van het leven hadden komen maar ten dele uit. Ons werk stelt ons teleur, onze partner stelt ons vaak teleur en we worden ook nog eens teleurgesteld door onszelf. Ja, het leven in zijn algemeenheid kan teleur stellen als onze gezondheid ons in de steek laat.  Het is een kunst om overeind te blijven, om te accepteren dat niet alles gaat zoals je hoopt en tegelijk het leven te blijven omhelzen.

De Prediker uit de bijbel is nog niet zo ver. Bij oppervlakkige lezing klinkt het of hij de levenskunst wel beheerst als hij tegen ons zegt: eet je brood met vreugde, drink met een vrolijk hart je wijn, draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur. Geniet van het leven met de vrouw die je bemint. Geniet op alle dagen van je leven, die God je heeft gegeven. Maar dat is toch niet zo. Zijn advies klinkt wanhopig, als een vlucht. Hij zegt: Dat is zo triest bij alles wat de mensen doen onder de zon; hun leven eindigt bij de doden. Of, in taal van nu, de titel die dokter Bert Keizer gaf aan een boek: Het refrein is Hein. Daar komt het steeds op neer.  Je weet dat het met ieder van ons slecht afloopt, want we gaan allemaal dood. Het opmerkelijke is echter dat de meesten van ons niet denken in dit perspectief.  De meesten leven het leven ten volle, misschien wel juist omdat het leven begrensd is.

Het christendom heeft nog een eigen invalshoek. En die invalshoek heeft een naam: Jezus. De evangelist Johannes laat de hoofdpersoon van zijn blijde boodschap zeggen:  ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven’. Dat klinkt nogal aanmatigend als iemand dat van zichzelf zegt. Vermoedelijk geeft Johannes hem deze woorden in de mond, omdat hij zelf Jezus zo ervaren heeft bij alles wat Jezus vertelde aan verhalen en gelijkenissen, in de manier waarop Jezus met mensen in nood omging, in de manier waarop hij omging met alle tegenwerking en met het lijden en zijn executie.

Jezus is de weg naar God. Wie zich inlaat met Jezus vindt zijn weg naar het leven en naar God. Zo iemand vindt betekenis voor zijn leven, leert vertrouwen krijgen, ook als alles op niets lijkt ui te lopen. Jezus is de waarheid. De sluier die over de werkelijkheid van je leven ligt, wordt weggetrokken. Je leert afstand van jezelf te nemen. En die Jezus wijst je weg van jezelf. Hij wijst naar God, die een veel grotere werkelijkheid is dan jijzelf. Hij wijst ook naar je medemensen. Heb je naaste lief als jezelf, want hij en zij is net als jij.

Wat is voor jou leven? Wanneer voel jij dat je leeft? Als je vertrouwen krijgt, als iemand van je houdt, als jij werkelijk om anderen kunt geven. Het is alsof Jezus tegen ons zegt: Wees wie je bent, dat mag je, want zo heb jij het leven gekregen,  maar houd je niet voortdurend bezig met je ego, want je anderen op je weg gekregen. Anderen die jou helpen, anderen die jou nodig hebben. Zoek diepgang in je relaties en accepteer deze relaties als een geschenk. Vertrouw op de liefde. Alleen met je hart zie je goed.

En we horen weer het gebed van Huub Oosterhuis:

Wek mijn zachtheid weer.
Geef mij terug
De ogen van een kind.

Dat is terug naar toen je nog onbevangen in het leven stond, omdat het leven nog maar net begonnen was, toen niemand je nog had beschadigd en de werkelijkheid nog geen wonden had bezorgd. Het evangelie van Jezus Christus brengt je weer terug naar die bron van het begin, de bron die de Eeuwige, de Ene, de God van het leven is. En hij zegt tegen ons : Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen (Mat 11:28).

Amen

Peter Korver