Overweging 12 maart 2017

De verbondenheid van dr. Albert Schweitzer met alles wat leeft

Op een ochtend als deze zoeken wij naar verbondenheid. Natuurlijk, Soefi’s en vrijzinnigen voelen verbinding met elkaar. Beide zijn bewegingen van zoekende mensen die open staan voor inspiratie vanuit uiteenlopende religieuze bronnen. Hier in De Kapel staan we wat meer in de christelijke traditie, bij de Soefi’s is het vertrekpunt al meer universeel. Samen staan we voor vrijheid en de verdraagzaamheid en laten we ons inspireren door de geschriften van de grote godsdiensten. Vandaag voegde ik aan die lezingen er eentje toe, van dr. Albert Schweitzer, een van de grootste vrijzinnige denkers en doeners uit de vorige eeuw. Hij was een groot kenner van Bach en een groot organist. Hij maakte carrière als predikant in de Elzas. Maar het bekendst zou hij worden als arts, als oerwouddokter. Dat kwam zo. Albert groeide op in een welgesteld en warm gezin en kon een goede studie volgen: filosofie en theologie. Kort nadat hij zijn eerste baan kreeg, overkwam hem een religieuze ervaring die zijn leven veranderde: “Op een stralende zomerochtend tijdens mijn vakantie, hoorde ik in een kerkdienst de uitspraak van Jezus in het Evangelie: ‘Wie zijn leven wil behouden zal het verliezen, en wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden.’ Toen overviel mij plotseling de gedachte dat ik mijn geluk niet als iets vanzelfsprekends mocht aannemen, maar dat ik daar iets tegenover moest stellen. Heel vaak had ik mij afgevraagd welke betekenis die uitspraak van Jezus had. Nu had ik het gevonden.”

Nu overwoog hij: tot mijn dertigste jaar mag ik genieten van mijn maatschappelijk succes, van de muziek, daarna moet ik iets gaan doen waarmee ik mijn medeschepselen echt mee dien. Ik zal mijn leven verliezen omwille van Christus. En hij deed nog even een complete studie medicijnen en vertrok naar Lambarene, een oerwoudplaatsje in wat nu de Gabon heet, in West- Afrika. Hij werkte daar overdag in zijn eigen ziekenhuisje en ’s nachts studeerde hij, schreef boeken en schreef op een primitief orgeltje in het tropische bos. Het kernpunt van zijn filosofie werd de gedachte van Eerbied voor het leven. Hij wist dat hij graag leefde en dat de mensen om hem hen net zo aan het leven gehecht waren en dat ook de dieren dat doen. Dat is wat ons met elkaar verbindt, de wil tot leven. De centrale gedachte in het christendom en jodendom ‘heb je naaste lief als jezelf’ begreep hij als ‘heb alle mensen en dieren lief, want ze zijn zoals jij’. Omdat ze net als ik zijn in hun liefde voor het leven, in hun vreugdes, in hun angsten en pijn, in hun zoeken naar voedsel, naar liefde en geborgenheid, daarom kan je van ze houden. Die herkenning geeft verbondenheid en compassie. Dat woord viel hier vorige week zondag ook. Mijn collega Tom Rijken vertelde het verhaal van de barmhartige Samaritaan, die langs de weg een beroofd en mishandeld medemens tegenkwam en daardoor geraakt werd, tot in zijn ingewanden. Dat is compassie. Het is veel meer dan alleen maar medelijden. Het is je in een ander verplaatsen, de pijn van de ander voelen alsof het de jouwe is.

Vorige week werd ook het Handvest van Compassie voorgelezen. Dat is een inmiddels beroemd document geworden. In 2009 kwamen in Zwitserland vertegenwoordigers uit zes grote religieuze tradities bij elkaar, de Council of Conscience, de Raad voor Moreel Bewustzijn. Deze groep van vooraanstaande personen uit jodendom, christendom, islam, hindoeïsme, boeddhisme en confucianisme stelde het Handvest van Compassie op. Dat begint met de oproep om ieder ander altijd te behandelen zoals je zelf behandeld wil worden. Compassie is de drijfveer om je onvermoeibaar in te zetten om het leed van je medemensen te verlichten en ervan af te zien anderen pijn toe te brengen.  Het is in je eigen hart te kijken, te ontdekken wat jou pijn doet en dan onder alle omstandigheden ervan af te zien een ander vergelijkbare pijn toe te brengen. Je laat je niet leiden door je eigen impulsen, je eigenbelang, maar je bent voortdurend op anderen gericht. Er is een blijvende meelevende aandacht voor anderen.

Tegenwoordig valt er ook nogal eens een ander woord: empathie. We zeggen bijvoorbeeld dat iemand weinig empatisch vermogen heeft en dan bedoelen we dat hij zich niet kan verplaatsen, kan inleven in wat een ander voelt. Empathie en compassie zijn niet hetzelfde.  Empathie betekent dat men zich kan verplaatsen in een ander en zich de gevoelens van die ander voorstellen, maar dit hoeft niet te betekenen dat men die gevoelens zelf heeft en meevoelt of dat men wordt aangezet iets te gaan doen voor die ander.

Bij compassie weet men zich diep verbonden met anderen en is men bereid de nood van de ander te helpen verzachten.

Verbondenheid is het thema van deze dienst. Het thema is actueel of beter nog gezegd dringend. Op allerlei niveaus merken we dat de verbinding tussen mensen en groepen in de maatschappij en internationaal onder druk staat. Op persoonlijk niveau: hoeveel moeilijker lijkt het tegenwoordig in vergelijking met een halve eeuw geleden om onze relaties in stand te houden en ze blijvend te laten bloeien? Tussen echtgenoten, tussen vrienden, ouders en kinderen… Hoeveel vaker gaan mensen uit elkaar die ooit eerder elkaar beloofden er voor de rest van het leven er te zijn voor de ander. Hoeveel losser en vrijblijvender kunnen vriendschappen worden. Hoeveel breuken zijn er niet tussen ouders en kinderen, hoeveel ouderen wachten te lang op een bezoekje een gesprekje van een kind. Ook op een maatschappelijk niveau. Weten de verschillende groepen in de samenleving elkaar nog te vinden? Hoger en lager opgeleiden, rijken en minder rijken, oude en nieuwe Nederlanders, hoe verbonden zijn ze nog?

Op nog een derde niveau staat de verbondenheid onder druk. Dat is onze relatie tot de aarde die ons allen draagt en voedt. Onze relatie met al het andere leven dat daar net als wij moet ademen, zich moet voeden. De dieren en de planten. Albert Schweitzer schreef:

“De mens zal pas tot vrede komen, wanneer hij de cirkel van zijn mededogen heeft uitgebreid naar alle levende wezens.”  “Ethisch zijn alleen zij, die alle leven eerbiedigen, dat van plant, dier en mens, van alles wat leeft, van heel de natuur, en die zich in dienst stellen van alles wat in nood verkeert”.

Over een paar dagen zijn wij uitgenodigd te gaan stemmen en ons uit te spreken over de vraag welke richting onze samenleving uit moet gaan. Dat is een vraag waar vrijzinnigen en universeel gelovigen zich bij betrokken mogen voelen. Niet elke partij sluit aan bij onze idealen. Vrijheid, verdraagzaamheid, compassie met elk ander mens en dier, zorg voor de toekomst van deze planeet… deze idealen vragen erom dat je niet alleen maar oog hebt voor je eigen belangetjes en niet alleen maar kijkt welke partij jou persoonlijk het meeste voordeel opleveren. Je moet bereid zijn ook iets in te leveren, op te offeren, om het belang van anderen, van de dieren en de aarde, van de toekomst voor je kinderen te dienen.

Schweitzer maakte de gedachte van het offer tot ethisch principe. “Als het ‘ja’-zeggen tegen het leven echt is, zal het van allen eisen, dat zij een deel van hun eigen leven aan anderen wijden.”
Net als bij Gandhi ligt zijn kracht in het vermogen om afstand te doen. Schweitzer was in staat een identificatie met andere mensen te gevoelen in de diepste grond. Hiermee oefende hij een grotere macht uit dan duizenden gewapenden in de strijd.

Wie meegaat in deze gedachten kan woensdag bij verschillende partijen uitkomen, maar niet bij alle.

Karen Armstrong schrijft in haar beroemde boek over compassie: Compassie is politiek, het is hard werken en het is dringend. De wereld is niet leefbaar als we onze medemensen niet snel behandelen zoals we zelf behandeld willen worden. Dat moeten we niet doen omdat we zo lief en zachtaardig zijn, maar omdat het nodig is.’

ds. Peter Korver