Overweging 12-11-2017

Mag ik eens een keer een preek, een overdenking, beginnen met een mop. Op een dag vraagt een meisje aan haar moeder: “Mama, waar komen de mensen eigenlijk vandaan? ”Nou,” antwoordt haar moeder, “God heeft de eerste mensen, Adam en Eva, op de wereld gezet. Adam en Eva hebben dan kinderen gekregen en zo zijn de mensen ontstaan.” Twee dagen later stelt het meisje dezelfde vraag aan haar vader. Deze antwoordt: “Kijk, miljoenen jaren geleden evolueerden de apen langzaam tot wat de mensen vandaag zijn.”

Het meisje staat perplex en loopt snel naar haar moeder: “Mama, waarom zeg jij dat de eerste mensen door God op de wereld werden gezet, terwijl papa zegt dat mensen eigenlijk van de apen afstammen?” Haar moeder antwoordt met een glimlach: “Dat is heel simpel liefje. Ik heb je verteld over mijn familie en papa over de zijne!”

Grappen over sommige mensen die op apen lijken, doen het altijd goed. Ze zijn flauw, maar we lachen er toch om. En zeker mensapen spreken tot onze verbeelding en dat komt omdat ze van alle dieren het meest op ons lijken. Het DNA van de chimpansee en de bonobo komt voor meer dan 98% overeen met dat van de mens. In een ver verleden werd er op ze neergekeken, als een mislukte vorm van menswording. Zij zijn niet verder gekomen in de evolutie dan het zijn van half mens, half aap. Er werd wel beweerd dat mensapen best konden spreken maar dit uit luiheid weigerden. Een joodse folklore claimt dat een van de drie rassen die aan de Toren van Babel bouwden voor straf tot apen werden gemaakt. Een moslim folklore vertelt dat joden die in Eilat woonden, aap werden als straf voor het vissen op de sabbat. De christelijke folklore beweert weer dat de apen door Satan zijn gecreëerd als antwoord op het scheppen van de mensen door God.

U voelt wel: de mens heeft ondanks de gelijkenis zich altijd verre superieur gevoeld boven de mensaap. Wij zijn slimmer, kunnen meer en zijn verantwoordelijker wezens…. Ja, is dit laatste ook zo? Sinds vorige week heeft de wereld er een nieuwe mensapensoort bij, u heeft dat wel gelezen en gezien. Een internationaal onderzoeksteam erkent een groep Indonesische orang-oetans nu als een eigen soort. Nu zijn er zeven soorten mensapen: drie orang-oetans, twee gorilla-soorten, chimpansees en de bonobo. Maar hoe leuk of hoe fascinerend we ze ook vinden, wij zijn ook hun grootste bedreiging. Het leefgebied van de nieuwe soort, 800 mensapen, zo’n 1000 vierkante kilometer, staat onder druk nu er plannen liggen voor een stuwdam. Nodig voor de mens om elektriciteit op te wekken, maar het zet een deel van hun leefgebied onder water. Sommige populaties worden verder in gevaar gebracht door de jacht op wat heet hun woudvlees.

De mens is de meest dominante diersoort die onze aarde bevolkt. Ooit was het aandeel van de mens bescheiden, nu zijn we een nachtmerrie voor het ecosysteem. We zijn er met 7500 miljoen mensen op een kleine bol. We zitten elkaar daarbij vaak in de weg, we hebben zoveel nodig dat andere diersoorten worden bedreigd en de aarde wordt uitgeput.

In psalm 8 treffen we een lied dat de grootsheid van de natuur beschrijft. Die wordt gezien als ons gegeven door God, die de schepper van dat alles is. ‘Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren, door u daar bevestigd, wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet?’ Hier wordt het wonder van het bestaan bezongen. Er spreekt verwondering en vreugde uit. Even is datgene wat we doorgaans maar zo gewoon vinden, heel bijzonder. De grootsheid van de natuur, de eeuwigheid van het heelal. En wat voelen wij ons als mens dan nietig in die oneindigheid. Dat wij als kleine wezentjes er toch mogen zijn voor het aangezicht van God, mag een wonder heten.

Kunnen wij deze woorden meebeleven met deze dichter van zo’n 25 eeuwen terug? Beleven wij het bestaan als een geschenk, als iets dat voor ons geschapen is door een God die er voor ons wil zijn? Kunnen wij ook in verwondering en eerbied leven op deze aarde? Onze drang om alles wat de natuur ons biedt te gebruiken voor onze doeleinden wint het doorgaans. In het scheppingsverhaal wordt ons nog voorgehouden waarom we als mensheid geplaatst zijn in Gods goede schepping. De Eeuwige, God, bracht de mens dus in de tuin van Eden, het paradijs, om die te bewerken en erover te waken. In de statenvertaling: om dien te bouwen, en dien te bewaren. Of, in gewone taal, de mens moest voor de tuin zorgen en erop passen.   Een tweeledige opdracht: bewerken, bouwen, iets constructiefs doen met de aarde én er voorzichtig, zorgzaam mee op te gaan. De aarde moet bewaard, bewaakt worden, er moet op gepast worden.

En daar schort het inmiddels behoorlijk aan. U weet het: de aarde warmt door ons toedoen op, de ijskappen aan de polen smelten, de regenwouden worden gekapt, dier- en plantsoorten verdwijnen omdat we hun leefruimte afnemen. En we voelen: zo kan het niet doorgaan. Tegelijk zijn er belanghebbenden die vinden dat het zo wél kan doorgaan, dat er helemaal geen problemen zijn, dat die verzonnen dan wel overdreven worden door activisten. Van religieus voelende mensen en organisaties, de kerken, mag je verwachten dat die zich verbonden weten met het grotere geheel, en oog hebben voor wij met onze medemensen, wij met de dieren en de natuur, wij met de aarde die voor ons Gods schepping is. 

Twee jaar geleden kwam de huidige paus Franciscus met een belangrijk document, een encycliek, het heet Laudato Si, dat betekent Wees geloofd, wees geprezen, de woorden van de heilige Franciscus als hij de schepping bezingt. Dat document gaat over de aarde, ons “gemeenschappelijke huis”. Dat is mooi gesteld, de aarde als een huis waar wij allemaal, samen met de dieren, mogen wonen, zo lang als wij leven. Een huis dat we op orde en netjes en leefbaar moeten houden.  Ons “huis”, zo stelt de paus, wordt geruïneerd en dat doet iedereen pijn, vooral de armsten. Ik doe daarom een beroep op verantwoordelijkheid, op basis van de taak die God de mens in de schepping heeft toegewezen: de ‘tuin’ waarin Hij hem heeft geplaatst ‘verzorgen en onderhouden’.  “Deze zuster (aarde) huilt omwille van de schade die we haar berokkenen door het onverantwoorde gebruik en misbruik van de goederen die God haar heft toevertrouwd. Wij zijn opgegroeid in het bewustzijn dat we eigenaars en heersers waren met een machtiging om haar uit te buiten.”

De ommekeer waartoe de paus oproept is ingrijpend: economie, politiek, maatschappij, ja ook de kerk, moeten gericht zijn op het behoud van de schepping, op het verbeteren van de levensomstandigheden van de zwaksten, want die zijn immers de eerste en de grootste slachtoffers van de klimaatveranderingen. Als de zeespiegel stijgt lopen de lage en overbevolkte kustgebieden van Bangladesh onder. Als de woestijnen door ontbossing en opwarming oprukken, dan zijn de armen in Zuid-Amerika en Afrika de dupe. Een ommekeer is ook noodzakelijk omdat we de aarde alleen maar te leen hebben van de generaties die na ons komen….

Dat de paus spreekt is van belang, want hij kan namens een wereldkerk spreken en heeft een groot bereik. De Kapel is een lokale kerk met banden op landelijk niveau. Met minder invloed, maar wel met verantwoordelijkheid. Wij willen gelovig in het leven staan en onze verantwoordelijkheid nemen voor de wereld waarin wij leven. Al een paar jaar terug heeft het bestuur bij het tot stand komen van een beleidsplan gesteld dat we een groene kerk willen zijn. Zoals we nog veel andere ambities hadden en hebben. Het moment komt dat we eerste stappen gaan zetten. Hoe staat het met onze koffie en thee? Is die fair trade? Welke bouwmaterialen en bestrijdings- en schoonmaakmiddelen gebruiken we? Kunnen we gebruik gaan maken van zonenergie? Hoe beleggen we ons vermogen? Hoe komen wij naar deze kerk? Ieder met een eigen auto of samen met anderen? Stimuleren wij elkaar in een verantwoorde consumptie in ons privéleven?

Vanuit de PKN en haar diaconale instelling Kerk in Actie is een Groene Kerken Actie gestart. Daar kunnen wij ons bij aansluiten. Het gaat er daarbij om dat geloofsgemeenschappen actief aan de slag willen gaan met duurzaamheid, sociale rechtvaardigheid en het vergroenen van de eigen gemeenschap. We kunnen meedoen als groene geloofsgemeenschap wanneer we met elkaar 1 duurzame stap per jaar zetten. We worden daarbij ondersteund door dat netwerk en krijgen een Groenekerkenbordje dat we op een zichtbare plek aan ons gebouw kunnen hangen. Het aantal groene geloofsgemeenschappen is nu 140. Ook RK parochies, kloostergemeenschappen, moskeeën en anderen doen mee.

Om met paus Franciscus te spreken: “Alle mensen moeten zich bewust worden van de noodzaak om hun levensstijl, productie- en consumptiegewoonten te veranderen en om zo de opwarming van de aarde, of tenminste de menselijke oorzaken die haar veroorzaken of verergeren, te bestrijden.”

Mochten we vorige week vernemen dat er een nieuwe mensapensoort was ontdekt, een soort die natuurlijk al heel lang bestaat, maar door ons niet gezien was, zo staan we misschien nu voor de opdracht de mens te herontdekken. Die bestaat ook al heel lang, maar misschien moeten we opnieuw ontdekken wat dat betekent mens te zijn, te leven in verbondenheid met al het andere dat leeft en in verbondenheid met de Onnoembare, de schepper van al wat is.

Amen

ds. Peter Korver