Overweging 1 september

Alleen maar niet eenzaam

Lezing: Psalm 22
1 Voor de koorleider. Op de wijs van De hinde van de dageraad. Een psalm van David.

2 Mijn God, mijn God,
waarom hebt u mij verlaten?
U blijft ver weg en redt mij niet,
ook al schreeuw ik het uit.
3 ‘Mijn God!’ roep ik
overdag, en u antwoordt niet,
’s nachts, en ik vind geen rust.

10 U hebt mij uit de buik van mijn moeder gehaald,
mij aan haar borsten toevertrouwd,
11 bij mijn geboorte vingen uw handen mij op,
van de moederschoot af bent u mijn God.

12 Blijf dan niet ver van mij,
want de nood is nabij
en er is niemand die helpt.
13 Een troep stieren staat om mij heen,
buffels van Basan omsingelen mij,
14 roofzuchtige, brullende leeuwen
sperren hun muil naar mij open.

15 Als water ben ik uitgegoten,
mijn gebeente valt uiteen,
mijn hart is als was,
het smelt in mijn lijf.
16 Mijn kracht is droog als een potscherf,
mijn tong kleeft aan mijn gehemelte,
u legt mij neer in het stof van de dood.

23 Ik zal uw naam bekendmaken,
u loven in de kring van mijn volk.
24 Loof hem, allen die de HEER vrezen,
breng hem eer, kinderen van Jakob,
wees beducht voor hem, volk van Israël.

25 Hij veracht de zwakke niet,
verafschuwt niet wie wordt vernederd,
hij wendt zijn blik niet van hem af,
maar hoort zijn hulpgeroep.

26 Van u komt mijn lofzang in de kring van het volk,
mijn geloften los ik in bij wie u vrezen.
27 De vernederden zullen eten en worden verzadigd.
Zij die hem zoeken, brengen lof aan de HEER.
Voor altijd mogen jullie leven!

Marcus 6

30 De apostelen kwamen weer terug bij Jezus en vertelden hem over alles wat ze gedaan hadden en wat ze de mensen onderwezen hadden. 31 Hij zei tegen hen: ‘Ga nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en een tijdje uit te rusten.’ Want het was een voortdurend komen en gaan van mensen, zodat ze zelfs niet de kans kregen om te eten.
32 Ze voeren met de boot naar een afgelegen plaats, om daar alleen te kunnen zijn. 33 Maar hun vertrek werd opgemerkt en velen hoorden ervan, en uit alle steden haastten de mensen zich over land naar die plaats en kwamen er nog eerder aan dan Jezus en de apostelen. 34 Toen hij uit de boot stapte, zag hij een grote menigte en voelde medelijden met hen, omdat ze leken op schapen zonder herder, en hij onderwees hen langdurig.

PREEK

Het was in 1959, dat prinses Wilhelmina al elf jaar geen koningin meer was, op paleis ’t Loo woonde en haar autobiografie  Eenzaam maar niet alleen publiceerde. Bij die titel kan je je van alles voorstellen. Een voormalig vorstin, die altijd wel mensen om zich heen heeft, dus niet alleen is, maar misschien wel onbegrepen, eenzaam. Het was een opmerkelijk boek. Want wie verwachtte dat de voormalige vorstin haar lezers deelgenoot zou maken van haar gevoelens van eenzaamheid, kwam bedrogen uit. Haar biograaf, de Leidse historicus Cees Fasseur, schreef dat het een heilsboodschap was met autobiografische elementen. De prinses beoogde ‘het Godsvertrouwen in het leven van de enkeling en van de volken’ terug te brengen. Een werk met een religieuze boodschap dus. Niet begrepen voelde zij zich, maar niet alleen, God was steeds aanwezig.

Wilhelmina was als mens het liefst alleen, schilderend in de vrije natuur waar bomen en wolken haar de suggestie schonken van direct contact met Gods schepping. Wat dat aangaat mag je van haar net zo goed zeggen: Alleen, maar niet eenzaam.

In deze zomerperiode spelen voor veel mensen gevoelens op van alleen zijn of eenzaam zijn. Waar de één een verre reis maakt met geliefde of gezin, daar is een ander veroordeeld om alleen thuis te blijven en af te wachten tot iedereen weer terug is. De één is na een jaar van druk zijn, weer enkele weken samen met zijn gezin; de ander is nooit zo lang alleen als juist in de vakantietijd. Ze kunnen echter allebei eenzaam zijn of geen van beiden! Juist tijdens vakanties is het moeilijk je partner te ontlopen en kan het gevoel dat je je eenzaam voelt in je relatie zich toespitsen. Het is opmerkelijk hoeveel echtscheidingen ingezet worden na afloop van de vakantieperiode! De alleen wonende oudere kan zich op datzelfde moment in de zomer goed bij zichzelf thuis voelen.

Bij eenzaamheid heb je het gevoel geïsoleerd te zijn van de buitenwereld. Je mist een partner of vrienden. Je bent op zoek naar goede relaties. Eenzaamheid is dus een gevoel. Alleen zijn is geen gevoel, het is een situatie. Het betekent alleen maar dat er niemand om je heen is. Je kunt je daar prima bij voelen. Je hoeft niemand te missen. Alleen zijn is dus geen probleem. Eenzaamheid in de betekenis van geïsoleerd zijn, is iets om te vermijden, alleen zijn is iets wat veel mensen bij tijd en wijle bewust opzoeken, om weer dicht bij zichzelf te komen.

Het thema kom je in de bijbel tegen, direct bij het begin van het eerste hoofdstuk van het eerste boek. Of het nu om God zelf gaat of om mensen, zij allen lijken gericht te zijn op verbinding met anderen. God zegt: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken.’  Ook de Schepper wil gekend worden door een tegenover, mensen die op hem lijken, waarmee hij in relatie kan treden. Wie zou God zijn, als er niemand was die zich bewust is van zijn aanwezigheid? Het begint eigenlijk al bij de Schepping. God schept de mens om ook zelf in relatie te kunnen treden. God wil wonen bij de mensen. Als Adam geschapen is, stelt God vast dat het niet goed is dat de mens alleen is. Een relatie alleen met Hem als God is niet voldoende Vervolgens schenkt Hij de – in zekere zin – eenzame, hulpbehoevende Adam, een tegenover: Eva, die ‘vlees van zijn vlees en gebeente van zijn gebeente’ is. Zo is de mens aangewezen op verticale én horizontale communicatie, gemeenschap met God en gemeenschap met mensen. Hoe kwetsbaar en breekbaar relaties ook zijn, weten wij en wordt in de bijbel verwoord in het verhaal van de zondeval. Er treedt vervreemding op tussen de mens en God én tussen Adam en Eva.

Het meest aangrijpend is het als Jezus, de mens die het meest close was met God, eenmaal aan het kruis uitroept: “Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?” Het is een existentiële eenzaamheid, god verlatenheid. De buitenkant is: door de mensen gehoond worden, gemarteld worden, uitgestoten en geëxecuteerd worden. Maar de binnenkant ervan is: het besef door God verlaten te zijn, uit zijn hand gevallen zijn. Je voelt je afgewezen door anderen en ten diepste ook door God die jou creëerde. Jezus ontleende die woorden aan Psalm 22. Hij, die door zijn fans als zoon van God, ja als God zelf gezien wordt, ervaart juist dat God buiten hem is en hem afwijst en verlaat.

Mijn God, ik roep des daags, en Gij antwoordt niet. Ik bid wel de hele dag, maar het helpt niet! En ‘s nachts ga ik nog door en ik kom niet tot stilte.
Veel mensen herkennen deze woorden, omdat ze zelf eens op zo’n punt waren of zijn. Doodgoede mensen, die de weg kwijt zijn of kwijt dreigen te raken. Een meisje van 16 dat zelfmoord probeerde te plegen. Iemand die al vele jaren lang gemene stemmen in zijn hoofd hoort. Een vrouw die moet leven met vreselijke herinneringen, en ze spoken in haar dromen en houden haar gedachten overdag gevangen.

Zijn er mogelijkheden om te ontsnappen aan je pijn en eenzaamheid? Ja. Je kan vluchten in chemische of alcoholische gelukmakers. Ze onderdrukken je gevoelens en angsten, sommige doen je wegglijden in vergetelheid. Ook luxe en seks kunnen dit voor je doen. Waar ze alle normaal gesproken je geluk ondersteunen en vollediger maken, daar moeten ze dan het geluk zelf zijn en daarin worden ze overvraagd.

Er zijn veel mensen die alleen kunnen zijn zonder eenzaam te wezen. Als je eenzaam bent, dan voel je je onvoldoende verbonden met anderen. Wat kan je daaraan doen? Verrassend genoeg begint dat meestal niet bij die ander, maar bij jezelf. Ben je goed gezelschap voor jezelf? Kan je het ook leuk hebben als je alleen bent? Vind je jezelf aardig? Ben je ervan overtuigd dat jouw aanwezigheid ook voor anderen waardevol is? Als je op deze vragen eigenlijk ‘nee’ wil antwoorden, dan ligt daar een eerste opdracht. Hoe kan ik meer zelfvertrouwen opbouwen? Soms is daar hulp bij nodig. Soms kan je jezelf helpen door eerst jezelf te ontmoeten. Zijn er plekken of momenten waar je jezelf terug kunt vinden, waar je God, de bron van je bestaan, weer kan vinden? Durf je het aan om even niet in de drukte van van alles te vluchten?

Eerder in zijn actieve leven ontfermde Jezus zich over zijn leerlingen als zij heel druk zijn geweest voor de goede zaak. Ze komen bij hem en vertellen over alles wat ze gedaan hebben en wat ze de mensen onderwezen hebben. Dat gaat niet goed, ze zijn alleen nog maar hun werk, hun missie. Jezus hoort hen aan. Hij prijst ze niet, hij kritiseert ze niet, hij gaat niet in op hun verhalen, maar zegt: Komt hier en gaat met Mij alleen naar een eenzame plaats en rust een weinig (Marcus 6:31).

Jezus voert je weg van het leven waar je onvrede mee hebt en brengt je bij je innerlijke bronnen: dat is bij de vraag: wie ben ik in de ogen van God? Hoe treed ik weer in relatie met mijn schepper?  ‘En toen Hij de scharen weggezonden had, ging Hij de berg op om in de eenzaamheid te bidden (Matt. 14 :23). Het is een plaats waar Jezus zich  dus bij voorkeur terugtrok om te bidden.

Het is geen gemakkelijk advies. Is het probleem nou juist niet dat veel mensen niet alleen kunnen zijn. Ze raken als het ware in paniek. Ze voelen zich kwetsbaar als ze niemand om zich heen hebben. Ze willen niet voelen hoe het is om alleen met zichzelf te zijn. Dus doen ze er alles aan om dit te vermijden: ze zijn geen avond thuis en hebben hun hele agenda vol gepland.

Een mooi voorbeeld van het tegendeel is de schrijfster Emily Dickenson (1830-1886). Als jonge vrouw van in de dertig beperkte zij vrijwillig haar wereld tot haar ouderlijk huis, in het stadje Amherst, Massachusetts. Dickinson bracht vele uren door in haar sober ingerichte slaapkamer. Soms kwam zij in de tuin, een enkele keer ontmoette zij de buurkinderen, voor het overige hield zij zich afzijdig van de maatschappij.
Hoe opgesloten Dickinson in en rond haar huis ook leefde, de wereld in haar gedichten is onmetelijk. De natuur bood haar permanent gezelschap. In haar gedichten spelen planten, dieren, hemel, wind en sterren een belangrijke rol. Er vliegen vlinders en roodborstjes in rond, er kruipen regenwormen doorheen, de zon gaat in haar teksten op en onder. Soms lijkt het erop of Dickinson in de natuur een kosmische eenheid ervoer. ‘De Zon ging onder – niemand keek – de Aarde en ik, alleen, verwijlden bij de Majesteit …‘
Die ‘Majesteit’ kon God zijn. Soms spreekt Dickinson met een zekere vanzelfsprekendheid over Hem en soms ontkent zij zijn bestaan. Het lijkt erop dat zij zich de inconsequentie veroorloofde de ene dag wel in Hem te geloven en de andere dag niet. Dickinsons kleine wereld thuis vormde een vrijplaats die haar in staat stelde om zichzelf te blijven.

Nederland krijgt er de komende jaren veel alleenwonenden bij. Nu wonen 2,8 miljoen mensen alleen en dat aantal loopt in 2060 op naar verwachting  3,8 miljoen. Dat betekent dat 44 procent van de huishoudens – dat is bijna de helft – uit één persoon zal bestaan. Een geweldige opgave om én alleen én niet eenzaam te zijn. Om van binnen uit te kunnen zeggen:

Ik woon alleen,
ik ben veel alleen,
maar ik ben niet eenzaam,
ik voel me verbonden met de wereld om me heen en
ik ben een deel van het grote geheel.

Ik zoek anderen op, niet omdat ik afhankelijk van ze ben voor mijn geluk, maar omdat die ander iets toevoegt aan mij en ik aan de ander.

Amen.