Overweging 1 juni 2014

Gevangenen bezoekenAfgelopen donderdag was het Hemelvaartsdag. Dat is een kerkelijk feest dat nauwelijks gevierd wordt. Kort door de bocht: iedereen heeft een vrije dag en niemand gaat naar de kerk. En wat stellen wij ons erbij voor? We lazen: Hij werd voor hun ogen omhoog geheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. En twee mannen in witte gewaden zeggen: Hij zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan. Er zijn schilderijen waarop je de leerlingen van Jezus omhoog ziet kijken en aan de bovenrand van de afbeelding zie je een wolk waar nog net twee voeten onder verdwijnen. Het verhaal van hemelvaart komt over als een nogal primitieve voorstelling. Tjaard Barnard, de rector van het Remonstrants Seminarium, legde het eens zo uit. ‘Het is net als in een soap. Op een gegeven moment moet de held uit het verhaal worden weggeschreven.’ Er is wel een betekenis aan verbonden. Pasen heeft ons geleerd dat het verhaal van Jezus voort leeft, het gaat door, ook al hebben ze hem gedood. Pinksteren leert ons: we kunnen wel naar de hemel kijken, maar wij zijn hier op deze aarde en van ons moet het komen. Geïnspireerd door Jezus komt het nu op ons aan. Zoals het Kerkblad van Hilversum het formuleerde: we leven met zonder Jezus.

Hoe doe je dat? In het dramavolle verhaal uit het evangelie van Matthäus lezen we dat we uiteindelijk beoordeeld zullen worden of we Jezus gediend hebben door mensen om ons heen te dienen. Hebben we in de praktijk werken van barmhartigheid gedaan? Delen we wat we bezitten met de mensen die nauwelijks te eten en te drinken hebben? Nemen wij vreemdelingen op in ons midden? Zorgen we voor de mensen die ziek zijn en niet mee kunnen komen? En: bekommeren wij ons om mensen die in de gevangenis zitten?

Als er in onze kringen één organisatie is die wij van harte steunen en die onomstreden is, dan wel Amnesty International. Dat is opmerkelijk want Amnesty is van een uitgesproken politiek karakter en we zijn binnen de kerk huiverig voor politiek. Er wordt immers zo verschillend gedacht op dat gebied en je krijgt er zo gauw ruzie van, nee, geen politiek van de kansel. Maar zolang ik al predikant ben – en dat is binnenkort 30 jaar – zolang wordt er gecollecteerd voor ze, zijn er schrijfavonden en verkoopacties na afloop van een dienst. Dat alles is niet vreemd, want Amnesty raakt direct aan de idealen van de vrijzinnigheid: vrijheid van denken en geloven, vrij zijn om te leven zoals dat bij je past, verdraagzaamheid met mensen die er andere opvattingen op na houden. De mensenrechten zijn ons heilig. Daarom steunen wij voluit Amnesty, want het doel is mensen die gevangen zijn genomen vanwege hun mening en die geen geweld gebruikt hebben vrij te krijgen of tenminste een betere, humanere behandeling te laten krijgen.

Maar wat vinden wij van gevangenen die levenslang gevangenisstraf uitzitten vanwege de handel in drugs, of vanwege moord of andere crimineel gedrag? Eigen schuld? Je had maar eerder moeten bedenken wat je deed? Vinden we misschien zelfs dat ze nog veel te laag gestraft zijn en roepen we ‘zwaarder straffen’? We weten ook dat je voor zulke overtredingen beter niet in gevangenissen als die van Zuid-Amerikaanse of Arabische of Aziatische landen terecht kan komen, waar overbevolkte cellen, geweld en rechteloosheid je deel zullen zijn.

Het is net zo vrijzinnig om ook voor mensen die ook voor ons met goede reden veroordeeld zijn een humane behandeling te eisen. Als iemand een straf krijgt, dan is dat als een stuk genoegdoening voor het leed dat anderen is aangedaan. Maar naast straf gaat het er ook om iemand te resocialiseren, dat wil zeggen, weer geschikt te maken om deel uit te maken van de samenleving. Reclasseren. En ook weten mensen met enige opleiding en inlevingsvermogen dat iedere misdadiger een verhaal heeft, dat ons duidelijk maakt waarom hij of zij wél ontspoord is en een ander niet. Armoede, werkloosheid, een liefdeloze jeugd, ongeremdheid als gevolg van psychische of neurologische oorzaken, een leven zonder geloof, hoop en liefde doen geen goed aan een mens.

Er zijn landen waar een eindeloze gevangenschap mensen iedere hoop ontneemt op iets aan toekomst. Ze worden eenzaam opgesloten, verstoten door hun familie en vrienden en hun gevoel van eigenwaarde wordt hen ontnomen. Het is daarom zo wezenlijk als ze – al is het maar af en toe – merken dat ze niet vergeten worden, dat er mensen, soms onbekenden, zijn die weten dat ze bestaan, die iets van meeleven tonen.

Het bezoeken van gevangenen is één van de zeven werken van barmhartigheid. In de dertiende eeuw stelde paus Innocentius III dit lijstje op aan de hand van het evangelie van vandaag. Aan de zes barmartigheden die Jezus daar noemt, voegde hij nog een zevende toe: het begraven van de doden. In de door epidemieën geteisterde middeleeuwen had het moeilijke en gevaarlijke werk van ‘doden begraven’ immers een bijzondere waarde. Hij moest ook op zeven uitkomen, want u weet, dat is een bijbels, heilig getal, het getal der volmaaktheid. Zo zijn er ook zeven Sacramenten, zeven scheppingsdagen en zeven hoofddeugden.

In het Rijksmuseum in Amsterdam staat een schilderij van de Meester van Alkmaar. Het werd in 1504 geschilderd. In 1582 hing het schilderij in de Grote of St. Laurenskerk in Alkmaar. Een Hollandse stad uit het begin van de 16e eeuw vormt het decor voor een beeldverhaal van hoe een goed christen hulpbehoevende medemensen moet helpen. Een voor een worden alle zeven werken van barmhartigheid afgebeeld. Op elk paneel is temidden van de behoeftigen ook Jezus afgebeeld. Hiermee onderstreept de kunstenaar dat een daad van naastenliefde een directe daad van liefde voor God is. De Meester van Alkmaar schildert burgers die de gevangenen niet mijden, maar naar hen omzien. Zij bezoeken hen en bieden geld om hen vrij te kopen. Zij vormen een nood lenigende milde kracht in de keiharde gevangeniswereld. We zien een met handen en voeten geboeide man en een gegeselde. Jezus staat opnieuw afgebeeld tussen de minsten maar deze keer op een andere wijze dan op de andere panelen. Christus is geen mede-gevangene, maar hij staat ‘buiten’of ‘boven’. Hij heeft een wereldbol in zijn hand, symbool van het laatste oordeel. Uiteindelijk oordelen niet de mensen over de gevangenen, maar Christus.

Hoe gaan wij om met mensen die gevangen zitten? Hoe gaan wij om met mensen die gevangen hebben gezeten? Mag je enig mededogen hebben met mensen die in de fout zijn gegaan? Geef je ze, als ze hun straf hebben uitgezeten, weer de kans een ander leven op te bouwen? Of word je tot de laatste dag van je leven afgerekend op wat je verkeerd deed? Hoe actueel is de vraag niet, ook in Nederland, nu er nogal wat mensen zijn die ex-gedetineerden voorgoed uit de samenleving willen verbannen. Moet Volkert van der G. maar niet zo lang als mogelijk is, tegen de wetsregels in, vastgehouden worden en daarna verhuizen naar het buitenland? Weigeren niet grote delen van de bevolking om veroordeelde pedofielen ooit nog een plek in te nemen? Populistische politici roepen nog steeds dat wat veel mensen in hun boosheid graag willen horen: nog meer cellen, nog hardere en langduriger straffen, nog soberder gevangenissen. Er is een zekere durf nodig om hardop te zeggen dat je overtreders van de wet weliswaar ‘streng en rechtvaardig’ moet straffen, maar dat ze recht houden op een ‘menswaardige behandeling’ en een ‘gelijkwaardige’ terugkeer in onze maatschappij, waarbij ook zij weer kunnen rekenen op onze ‘solidariteit’……anders krijg je geen mensen maar monsters terug die je wel kunt blijven oppakken en opsluiten, met alle ellende die daar bij hoort.

Er zijn gelukkig ook veel mensen die de zorg voor gevangenen ter harte nemen en gestalte geven aan dit werk van barmhartigheid. Gevangenenzorg Nederland bijvoorbeeld biedt hulp aan gevangenen door het inzetten van een vrijwilliger. Onze vrijwilligers gaan op bezoek in de gevangenis en bieden een luisterend oor en praktische steun aan gevangenen. In landen verder weg zijn de omstandigheden nog wat erbarmelijker. Soms komen ook Nederlanders daar in gevangenissen terecht als ze bewust of onbewust drugs hebben meegenomen of verhandeld. Daar zitten ze dan, opgepakt met veel mensen, in veel te kleine cellen. Wie kijkt naar hen om, wie zoekt ze op en dan zonder oordeel over wat zij fout hebben gedaan. Gewoon, omdat het mensen blijven, die onze zorg en aandacht mogen blijven krijgen. Mijn voormalige collega ds Albert van Daalen zet zich daarvoor in. Uit onze gemeente zet Rietje Snoeck zich daarvoor in en ook mevrouw Greetje Kamphuis doet dat. Laten wij naar haar zo dadelijk luisteren en horen of ook wij in onze omstandigheden gehoor kunnen geven aan Jezus’ oproep om barmhartigheid te tonen aan gevangenen. Jezus is niet meer hier, maar daar. En wij zijn hier om voortaan Jezus’ handen en voeten te zijn.

Amen.

ds. Peter Korver

 

Voorbeden
Kyriegebed
We bidden u voor wie gevangen zit.
De vrijheid ontnomen; op zichzelf teruggeworpen.
Wat ook de oorzaak moge zijn,
zo iemand maakt een hele zware tijd door
en daarom bidden wij U:
Heer ontferm U.
Wij bidden u voor wie gevangen zit vanwege zijn geloof,
haar overtuiging, hun geweten.
Voor wie gemarteld wordt en mishandeld.
Heer we bidden u dat hun geest niet gebroken wordt,
dat ze standhouden in hun overtuiging
en dat bevrijding daagt.
Zo bidden wij U:
Heer ontferm U.
We bidden u voor wie gevangen zit in structuren
die geen ruimte bieden,
die geen leven mogelijk maken.
Regels vanuit het geloof of vanuit de cultuur
die hen niet toelaten om zichzelf te zijn,
om uit te komen voor hun geaardheid
of om haar vrouw zijn ten volle te beleven,
of om hun cultuur en hun taal gestalte te mogen geven.
Voor hen bidden wij U:
Heer ontferm U
We bidden u voor wie gevangen zit in wanhoop, in angst.
Geen moed meer voor het leven van alle dag,
geen adem voor de volgende stap.
Heer geef ruimte, geef levensmoed,
geef levensvreugde aan ons allen.
Zo bidden wij U:
Heer ontferm U