Overdenking Witte donderdag 2017

Joh. 13:1-17 en 1 Kor. 12:12-22

Voetwassing en één lichaam

Twee teksten hoorden we zojuist die centraal staan in deze viering. De eerste uit Johannes, waar Jezus de voeten van zijn  leerlingen wast en de tweede uit Korintiërs, waar Paulus spreekt over de gemeenschap die één lichaam vormt.

De teksten gaan over omzien naar elkaar en over de verbinding tussen mensen.  Vanavond zullen we dat tastbaar vieren met elkaar in de Handwassing en in het Delen van Brood en Wijn.

De twee teksten die we lazen zijn, voor mij althans, misschien wel de essentie van religie. Onder religie versta ik dan de letterlijke betekenis van het woord: verbinding, verbinden. Het opnieuw verbinden van twee aspecten van de werkelijkheid.

De verbinding tussen de aardse werkelijkheid en de goddelijke werkelijkheid.

Maar ook  de verbinding van de werkelijkheid van de ene mens en de werkelijkheid van de andere mens.

Verbinding in de samenleving. Op macroniveau de wereldgemeenschap, en op microniveau onze geloofsgemeenschap.

Hoewel we allemaal verschillende mensen zijn vormen we samen één gemeenschap. De goddelijke werkelijkheid omvat de wereldlijke werkelijkheid. Als één geheel.

Vanavond delen we samen Brood en Wijn. Zoals Jezus met zijn vrienden brood en wijn deelde op die avond voor het Pesachfeest, waar de uittocht uit Egypte werd gevierd.

Eén brood als symbool voor één gemeenschap, voor verbinding van de eenheid; Eenheid met elkaar als mensen. En eenheid als mensen met God.

Brood dat symbool staat voor één lichaam. Paulus beschrijft dat zo mooi; het lichaam dat bestaat uit vele delen. Wanneer het enkel oog zou zijn hoe zou het kunnen horen. Wanneer het enkel oor zou zijn hoe zou het kunnen zien? Maar, zegt Paulus ook, nog verder in de tekst; Als één lid lijdt, leiden alle leden mee. Gemeenschap zijn is ook het samen dragen van lijden, van verdriet en van vreugde.

Elk deel, ieder mens heeft zijn of haar eigen kwaliteit. De kwaliteiten vullen elkaar aan en hebben elkaar nodig. Ja, wij hebben u nodig om gemeenschap te kunnen zijn! Een levend lichaam!

We zongen het net;

Zomaar een dak boven wat hoofden, deur die naar stilte openstaat.
Muren van huid, ramen als ogen, speurend naar hoop en dageraad.
Huis dat een levend lichaam wordt als wij er binnengaan.

Onze gemeenschap is een levend lichaam. Het lichaam waar Paulus naar verwijst én het lichaam waar Jezus naar verwijst is als het ene brood dat wij delen en je zou kunnen zeggen dat elk stukje brood is als de verschillende mensen die wij elk zijn.

In het delen van het brood, wat we straks gaan doen, zijn wij één.

Wij zijn, zo zegt Paulus ook, allen doordrenkt van één Geest, goddelijke geest. Geest, spiritus, die als wijn die door ons heen stroomt.

Wijn wordt – in vele geloofstradities – als heilig gezien. De druif zal zich moeten geven om wijn te kunnen worden en leeft voort in de wijn, geeft aroma, geeft smaak aan de wijn. Wanneer wij met hart en ziel leven kan de geest vrijelijk stromen.

Het symbool van de wijn die wij drinken, is als  Gods Geest, Gods spirit die door ons heen stroomt. Wij mogen ons door God geïnspireerd weten.  En wanneer wij als door God geïnspireerde mensen leven, zetten wij onze kwaliteiten in voor de gemeenschap en vullen wij elkaar aan in de Geest van God. Dan geven wij elk ons eigen aroma af aan de gemeenschap.

Gelukkig hebben we niet allemaal dezelfde kwaliteiten. Wij zijn verschillende mensen met elk ons eigen kwaliteit. En door ieder onze eigen kwaliteit in te zetten zijn we aan elkaar gelijk. De één is niet meer of minder dan de ander. U bent alleen anders dan ik anders ben.

Dit is – denk ik – wat Jezus in de voetwassing wilde uitdrukken. Wij zijn aan elkaar gelijkwaardig, zijn er om elkaar te helpen en vullen elkaar aan. Jezus laat ons in dit verhaal zien dat wij dienstbaar moeten zijn aan elkaar. De grote leefregel van de Bijbel, de grote leefregel van alle geloofstradities. Zie de ander als mens, een mens als jij, en behandel de ander zoals je zelf behandeld wilt worden.

Jezus waste het stof af van de voeten van zijn leerlingen. In de oosterse landen, de woestijngebieden, is stof aan de voeten niet zo gek. Zeker niet als je met sandalen loopt. En voor je een huis binnengaat was je dan het stof dat aan je voeten kleeft af. De schoenen blijven buiten staan.

Stof dat aan de voeten kleeft. Aan ons allemaal kleeft weleens iets, iets wat wij bij een ander als niet prettig ervaren. En wij zijn geneigd om dit elkaar goed in te wrijven. Maar wanneer we zien en ervaren dat niet alleen aan anderen iets kleeft, maar ook aan ons iets kleeft kunnen wij het elkaar afwassen. Het zien van mijn eigen onvolkomenheden maakt dat ik zachter wordt naar de ander en misschien ook wel naar mijzelf. Dan kunnen mijn ogen weer zuiver kijken, dan kan het zuivere in de ander weer gezien worden.

Voetwassing, of zoals wij zo gaan doen handwassing, gaat over gelijkwaardigheid, gaat over elkaar dienen en elkaar zuiver in de ogen kunnen kijken. Zoals Jezus het ons heeft voorgedaan.

Laten we, met het ritueel van handwassing en het delen van Brood en Wijn,  vieren we dat we met elkaar verbonden zijn en mogen schuilen bij elkaar. Dat we de ander – met een kleine letter, en de ander met een grote letter – nodig hebben om zo samen een gemeenschap te vormen.

Amen

Monika Rietveld