Overdenking : De dagdroom van het geloof

Je hebt dromen en dagdromen. Als je slaapt dan overkomt een droom je. Je hebt geen greep op de inhoud van je droom. Je kan als je wakker bent, verbaasd zijn. Waar komt het vandaan? Vroeger werd een droom ook wel als een boodschap van buitenaf gezien, misschien wel afkomstig van God. De moderne psychologie zegt dat jijzelf de auteur bent van je droom. Het komt uit jouzelf voort, het zijn jouw voorstellingen, jouw wensen, verlangens en angsten, ze komen op uit het onbewuste en je kan ze niet sturen of verhinderen. Dromen zeggen veel over wat er in jou omgaat, maar zijn niet altijd gemakkelijk te duiden omdat de droom zich bedient van droomsymbolen.

Dan zijn er je dagdromen. Je laat je gedachten wegdwalen naar dingen die zouden kunnen gebeuren. Wenselijke ontwikkelingen. Stel nou eens dat…. Wat zou ik dan doen… Hoe gelukkig zou mijn leven dan niet kunnen worden. Is het goed om je af en toe te verliezen in dagdromen of kan je beter altijd met je beide benen in de werkelijkheid staan? Het is niet goed het contact met de realiteit te verliezen, maar ook niet met enige fantasie eens voorstellen van een leven dat anders, dat beter is dan het huidige.

In godsdiensten spelen dromen een grote rol. Ze vormen een verbinding tussen de bewuste, zichtbare wereld en een niet zichtbare wereld die ons dieper inzicht biedt, die ons waarschuwt of inspireert. Er zijn drie soorten  dromen: de droom tijdens de slaap, de dagdroom en het visioen. Ze helpen ons bij de onvrede die we hebben met de wereld zoals die is. Een onbehagen over het gebrek aan vrede en rechtvaardigheid, over ziektes en rampen, de dood.

Het geloof reikt verhalen en woorden aan die ons weghalen uit de harde werkelijkheid, uit de wereld zoals we die kennen. Ze nemen ons mee naar een andere werkelijkheid. Naar een wereld waar mensen elkaar niet naar het leven staan, waar ze elkaar ruimte gunnen, waar in respect en liefde met elkaar wordt omgegaan, waar ziektes en dood niet macht over ons hebben. U weet dat zulke verhalen en visioenen weinig realistisch zijn. Helaas, geweld en oorlog zullen er altijd zijn, zolang er mensen zijn. Mensen hebben nu eenmaal onderling tegengestelde belangen, ze komen op voor zichzelf en gaan in tegen anderen, ze dragen agressie in zich en die is vaak niet te onderdrukken. Onzin, Jesaja,  de leeuw zal geen stro eten en de wolf en het lam zullen niet samen weiden. Toch worden deze droombeelden, visioenen, ook na 28 eeuwen gelezen en ontroeren en inspireren ze. We willen hoop hebben, zicht houden op een wereld die anders, beter om in te leven is, dan de huidige. Een wereld waar het gaat zoals God het heeft bedoeld, zoals God in volmaakte vorm heeft bedoeld met de aarde. Die droom helpt ons de moed niet te verliezen en ons in te zetten voor dat wat we met hart en zielen eigenlijk willen,  terwijl we rationeel weten dat het onhaalbaar is voor ons mensen. We hoorden vanmorgen over een gewone droom van Jakob en een visioen, een grootse dagdroom van Jesaja.

Het verhaal van Esau en Jakob is er niet een van allemaal vage engeltjes in pastelkleuren. Nee, het is deel van een verhaal dat gaat over de bikkelharde strijd om het bestaan. De droom van Jakob krijgt hij op een stressvol moment in zijn leven. Hij is op de vlucht voor zijn broer. Zijn tweelingbroer. Esau. Tweelingen worden geacht heel hecht te zijn, maar ook al ben je een tweeling, eentje is de oudste, eentje kwam als eerste op de wereld. Maakt dat veel uit? Ja, in die tijd wel. De oudste, ook al is hij maar een half uur ouder, erft alles. De ander zal zichzelf moeten zien te redden. Zo versnippert het familiekapitaal niet, zo wordt het landbezit niet opgedeeld in partjes die niemand meer een fatsoenlijk bestaan kunnen bieden. Het is wel bitter voor jongere broers dat een welvarende toekomst niet zozeer bepaald wordt door je harde werken, je persoonlijke kwaliteiten, maar door je plek in de rangorde van geboorte. Van nature krijg je geen gelijke kansen. Voor Jakob nog eens schrijnender dat ze maar met zijn tweeën zijn en hij eigenlijk nauwelijks jonger is dan Esau, een half uurtje misschien. Hij legt zich er niet bij neer. Hij schuwt geen middel om zich toe te eigenen wat zijn broer rechtens toebehoort. Nee, geen geweld, dat zit niet in zijn aard. Eerder wel bij Esau. Die is een jager, een buitenmens, de trots van zijn vader. Een kerel. Zijn Hebreeuwse naam ‘Esau’ maakt dat meteen duidelijk: ‘harige’. Rossig is alles aan hem, over zijn hele lichaam, zijn huid is als een mantel van haar. De Naardense Bijbel vertaalt zijn naam als ‘ruigrok’. Jakob daarentegen is rustig, blijft het liefst in de tent en is de lieveling van zijn moeder. Hij zoekt zijn toevlucht tot listen. Wie niet sterk is, moet slim zijn, in dit geval: sluw. De verhalen verteller geeft hem niet voor niets de naam Jakob, Hebreeuws voor ‘ hij die beetneemt’, ‘hielenlichter’: bedrieger. Tot twee keer toe maakt hij gebruik van een list om de rechten van zijn oudste broer af te pakken. Zijn moeder zegt hem naar haar broer te vluchten die ver weg in Mesopotamië woont. Daar zal Jakob overigens nog zijn streken thuis krijgen. Het wordt nog ‘de bedrieger bedrogen’, maar in het verhaal van vandaag is hij in de nacht van zijn vlucht. Bang dat Esau hem zal weten te vinden. De zon is ondergegaan en hij pakt een steen, legt die onder zijn hoofd en gaat slapen. Dat is het moment dat er een droom inbreekt in zijn bizarre werkelijkheid. Geen angstdroom, niet dat Esau hem te pakken krijgt, nee, de horizontale werkelijkheid, van het leven hier en nu, op deze aarde maakt voor even plaats voor een verticale, van de aarde weg naar boven. Er is een ladder zichtbaar, een verbinding van hier beneden naar daar boven, de hemel. Engelen, hemelse boodschappers, lopen die trapachtige verbinding op en af. Jakob zelf wordt niet uitgenodigd zijn aardse werkelijkheid te ontstijgen, eraan te ontsnappen. Hij ziet in zijn droom alleen dat er een open verbinding is tussen de aarde en de hemel. ‘Ook zag hij de Eeuwige bij hem staan’. God is afgedaald en spreekt hem toe tijdens zijn slaap, in zijn droom. ‘Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven. Ikzelf sta je terzijde, ik zal je overal beschermen.’ Dat is een zegen. Een onverdiende zegen zelfs, zou je denken, want waar heeft hij het aan verdiend, hij die een bedrieger is? God zegt tegen hem dat hij toekomst heeft, zowel voor hemzelf nu in dit leven, en er is toekomst na zijn dood, want zijn kinderen en kleinkinderen nemen zijn plaats in en gaan door in dit land. Wat zal deze droom voor Jakob betekenen? Zijn eerste reactie is: wat een ontzagwekkende plaats is dit, dit moet de poort van de hemel zijn! Hij zal zijn leven lang deze droom niet vergeten en er zich door gedragen voelen. Een  mens heeft dat nodig, leven met je droom, die houden de moed erin. Maar hij blijft ondertussen wie hij is. Ook God vertrouwt hij maar half en zijn trouw aan de Eeuwige is een voorwaardelijke. Als God me helpt en me onderweg beschermt, als hij voor eten en kleren voor me zorgt, als ik weer veilig bij mijn familie terugkeer, ja dan pas zal hij mijn God zijn. Zo gehard is hij. Hij zal zich niet zomaar overgeven aan een droom. Je zomaar toevertrouwen aan een ander, daarvoor heeft hij in zijn leven tot dan toe geen aanleiding gezien.

Van een geheel ander niveau is de dagdroom van Jesaja. Hier geen persoonlijke godservaring in een nachtdroom van een klein mensje op de vlucht voor zijn belager of op de vlucht voor zichzelf, maar een profeet, een sterke persoonlijkheid, die helder ziet hoe de wereld nu is, hoe die moet zijn en hoe die ook worden zal. Hij heeft niet alleen onvrede, boosheid over hoe het nu gaat, maar ook een visie op wat er gebeuren gaat. De volkeren zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun speren tot snoeimessen. Wapens die vernietigen worden omgezet in werktuigen waarmee je bouwt. Geen mens zal meer weten wat oorlog is.

Wil je het nog irreëler hebben? We zeggen wel dat de wereld snakt naar vrede, maar wie de televisie aanzet, ziet dat het omgekeerde waarde is. We snakken naar geweld, we vinden het spannend, het zit in ons, en we vermaken ons ermee. Het nieuws is vol van oorlog en televisiekanaal na televisiekanaal probeert je te vermaken met crimi’s, oorlogsfilms, gevechtssporten. In de sport en het uitgaansleven komt er veel recreatief geweld in ons los.

Maar geweld doet ons geen goed. Dat weten we, dat voelen we. En zo biedt de godsdienst een tegenbeweging. Een dagdroom, een visioen, een vergezicht hoe het ook zou kunnen zijn, hoe het anders moet zijn. Met aanwijzingen voor ons hoe we daar aan kunnen beginnen. En dan wordt het bepaald niet zweverig of dagdromerig als Jesaja ons toeroept: “Deel uw brood met de hongerigen, neem de dakloze zwervers op in uw huis, kleed de naakten die gij ziet, en keer u niet af van uw medemensen. Dan zal uw licht stralen als de dageraad, uw genezing zal voorspoedig zijn.”  Om het vol te houden hebben u en ik ieder een droom voor ons eigen leven nodig. Om als samenleving uitzicht te houden op vrede en rechtvaardigheid voor iedereen, hebben we een visioen nodig. Zoals we lezen in het bijbelboek Spreuken: Waar een visioen ontbreekt, daar verwildert het volk. Het kent geen grote waarden meer. Normen zijn dan teruggebracht tot afspraken. Vervallen zit het in vadsigheid en zelfgenoegzaamheid voor de het schermpje van de IPhone.

U kent de schrijver Frederik van Eeden die hier in Bussum zijn idealistische kolonie Walden stichtte. Dat Walden ontleende hij aan een boek van de Amerikaanse schrijver Henry David Thoreau. Die schreef, en dat geef ik u graag tot slot mee: Als iemand vol vertrouwen in de richting van zijn dromen gaat, en het leven durft te leven dat hij zich heeft voorgesteld, zal hij een succes hebben dat hij nooit had verwacht.

Amen

ds. Peter Korver