Niets is sterker dan stilte

stilteOp de liturgie staat als thema van deze dienst: ‘Niets is sterker dan de stilte’. Het zijn woorden uit het lied van Stef Bos. En tegelijk weten we hoe bedreigd de stilte is. De laatste anderhalve eeuw is de samenleving in toenemende mate gevuld met geluid. Sinds 1874 moest men hier in het Gooi gaan wennen aan het lawaai van de trein, dat enkele malen per dag in de wijde omgeving was te horen.  Tot dan was het Gooi een geïsoleerd gebied met bossen en heiden waar niet veel te horen was. Geen treinen, geen auto’s, geen vliegtuigen, geen machines, geen muziek, geen televisie of radio. Geen lawaai. En ook geen stank en vervuiling van de grond, het water en de lucht. Lichtvervuiling was onbekend. ’s Nachts was het aardedonker en bij onbewolkt weer was er een heldere sterrenhemel die mensen toen vele malen meer sterren te zien gaf dan wij bij machte zijn. Stilte, het donker, een zuivere lucht, en rust, want je oren en je ogen werden niet voortdurend geprikkeld. Een telefoon die elk moment je aandacht kan opeisen was er niet en de tijd als dwingend principe dat je aanzet tot haast en onrust was maar heel betrekkelijk want men had de tijd en wist meestal niet hoe laat het was. Natuurlijk, er was wel armoede en honger, wel een werken zonder ophouden, weinig medische zorg. Maar stress als gevolg van lawaai en vanwege de onophoudelijke stroom van indrukken was afwezig. Er was ook geen stress vanwege druk, druk, druk.

De moderne tijd is in bijna alles de ontkenning van de paradijselijke stilte. Sinds de opkomst van het industriële kapitalisme weergalmt de wereld van een nog steeds aanzwellende  stroom geluiden van de industrie en de gemechaniseerde landbouw, het auto- en vliegverkeer, de akoestische vervuiling door de consumptiemuziek en reclameboodschappen, de gemotoriseerde vakanties, enzovoort. Dat kan ook moeilijk anders als we beseffen hoezeer onze cultuur permanente activiteit, mobiliteit, beweging en snelheid als hoogste principes in haar vaandel heeft geschreven. De stilte van weleer is verdreven naar de vergeten uithoeken van de wereld totdat ook die worden bereikt door de invasie van mobiliteit en herrie.

Dat wij voortdurend opgejaagd worden door onze omgeving en de hele dag bestookt worden met geluid en lawaai, blijft niet zonder gevolgen voor ons innerlijk. De onrust dringt van buiten naar binnen. De boeddhistische monnik Thich Nhat Hanh die in Zuid-Frankrijk woont heeft daar veel over geschreven. Volgens hem is ons hoofd vol lawaai, niet alleen vanwege het geluid van buitenaf, maar omdat we non-stop denken. Er is geen rust meer daarboven. Daardoor horen we de roep van het leven en de roep van de liefde niet meer. Willen we kunnen horen wat het leven tegen ons zegt, wat de liefde tot ons zegt, dan moeten we ruimte voor ze maken, dat is: stilte.

Het is nodig om een onderscheid te maken tussen de stilte buiten en de stilte binnen in ons, twee vormen van stilte die niet altijd samengaan. Zo is het mogelijk om, met een zekere inspanning, je innerlijke stilte te bewaren, ondanks veel beweging en rumoer om je heen, terwijl je ook als je omgeving kalm en sereen is van binnen nog verre van stil kunt zijn. Wat daarbij de doorslag geeft is de geesteskracht, de gesteldheid van het gemoed, het vermogen tot concentratie en dus tot zelfinkeer. Het is veelzeggend dat alle grote religies op de wereld plekken en momenten hebben ingeruimd voor verstilling. Ter onderbreking van de dagelijkse beslommeringen creëerden zij oases van stilte. De grootste aandacht heeft de stilte wel gekregen bij monnikenordes, kluizenaars en mystici. Protestanten zijn echter geen kampioenen in de stilte en vrijzinnigen ook niet. Het Woord, een stroom van woorden, preken, discussies, en een grotere drift tot doen en actie, hield ze vaak ver van stilte en inkeer. ‘Ledigheid is des duivels oorkussen’. Met iemand die niets doet, met een luiaard dus, loopt het niet goed af. Hij is een plaats waarin de duivel zich gemakkelijk neervlijt en allerlei kwaad uitbroedt. Gij zult dus werken in het zweet uws aanschijns en de rust en stilte mijden.

De stilte neemt zeker een grotere plaats in in het Oosten dan in het westen. Met name in het (zen)boeddhisme bestaat een ware cultuur van de stilte, die wellicht om die reden ons westerlingen aantrekt, geterroriseerd als we inmiddels worden door de eigen cultuur van het lawaai.

Is het nog mogelijk om ons druk zijn stop te zetten en ons hoofd leeg te maken? Om onszelf weer terug te vinden en om God terug te vinden?  Een toenemend aantal mensen doet aan meditatie, zen, yoga, mindfulness. Dat is het verleden los laten, geen zorgen maken over de dag van morgen en alleen in het nu zijn, aanvaardend wat er is, zonder oordelen.  Thich Nhat Hanh heeft de mindfullness geïntroduceerd. Hij geeft je zo de innerlijke ruimte om diep te luisteren. Dan kom je erachter wie je bent en wat je wilt met je leven. Dan wordt je leven rijker en harmonieuzer, met meer aandacht voor verbinding: met jezelf, met anderen, met de dagelijkse omgeving en met de natuur. Het christendom heeft dit alles ook in huis. De traditie, de geschiedenis laat dit zien. Jezus zocht voordat hij zijn leven als rondtrekkend prediker begon met een stilte op van 40 dagen woestijn. Daar liet hij zich beproeven, daar leerde hij uithouden en bidden. Maar ook in de hectiek van de drie jaren die volgden, zocht hij steeds de stilte en het gebed op. Hij nam regelmatig de tijd om Zich met de Vader te verbinden, zoals de volgende Schriftteksten ons vertellen:

“Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden.” (Marcus 1:35). “Hijzelf trok zich geregeld terug op eenzame plaatsen om er te bidden.” (Lucas 5:16).

Het christendom heeft een rijke geschiedenis van kloosterleven. Het zijn de stilteplekken bij uitstek. Eenvoud, soberheid, gehoorzaamheid en stilte zijn daar verinnerlijkt. Hoewel de vaste bewoners vergrijsd zijn en in aantal rap afnemen, is de vraag naar een gastenverblijf sterk groeiende. Meen niet dat als je vandaag om een plekje vraagt in een klooster, dat het zomaar kan. Vaak ben je pas over een paar maanden aan de beurt. Het Domincanenklooster in Huissen biedt bezinningsdagen, een retraite, aan op hun site: Vier dagen om in volledige stilte te ervaren wat zich NU in jou aandient. Zwijgen en jezelf ontmoeten, zodat wat diep in jou leeft aan het licht komt. Misschien confronterend, altijd helend. Ervaar hoe de stilte je innerlijk kan bevrijden. Er is gelegenheid voor een gesprek met de begeleidster.  Dat laatste blijkt nogal eens nodig te zijn, begeleiding bij het stil zijn. We zijn gewend geluid om ons heen te hebben: mensen die tegen ons praten, wij die praten, de televisie, muziek, verkeersgeluid. Als dat eens weg mocht vallen, in de nacht als we wakker liggen, bij een wandeling in het bos of in het klooster, dan zijn we alleen met onszelf. Er is geen afleiding. Dan valt het verdriet, de angst, de eenzaamheid niet te ontvluchten. Dan worden we met onszelf geconfronteerd. Je kan dat ontvluchten door snel voor geluid te zorgen. Je kan ook moedig de confrontatie met jezelf aangaan. ‘Dus dit is wat ik voel, dit is wat mij bezig houdt, angstig maakt… Het is tijd om met mijzelf in gesprek te gaan.’  Tijd wellicht om het gesprek met God aan te gaan, om je open te stellen voor die Ander, dat Tegenover, die stil luistert en vaak in stilte antwoord geeft op je vragen.

Met bidden, met praten met God hebben de meeste mensen moeite of kunnen zich er niets bij voorstellen. Ds. Carel ter Linden, die vorig jaar hier in De Kapel was, omschreef bidden aldus: het is een gesprek met jezelf houden voor het aangezicht van God. Het is dus een eerlijk gesprek, waarbij je jezelf net voor de gek wil houden, want je doet het in aanwezigheid van het absolute, het uiteindelijke, God. Jezus  adviseert ons vandaag in de bergrede om een stilteplek op te zoeken om te bidden en God te zoeken. Trek je terug in je binnenkamer. Het woord binnenkamer is in de Nieuwe Bijbelvertaling niet meer te vinden, helaas. Daar hebben ze vertaald ‘Trek je in je huis terug en sluit de deur’, staat er nu. Maar die binnenkamer, die kan ook in jezelf zijn. Trek je terug in je innerlijk. Jezus geeft als voorbeeld de binnenkamer. Elk huis kende er wel één. Het was de voorraadkast. Wij zouden zeggen: de berging. Het was daar wel donker en klein. Maar als je bidt, heb je immers geen licht nodig. En om te knielen, je klein te maken voor God is een klein plekje genoeg.
Jezus zelf zocht vaak een stille plek buiten op. Hij trok dan de bergen in om alleen te zijn met God. Zo kan het ook. Juist in de natuur kan het heel stil zijn. Een soort groene binnenkamer.

Stef Bos zingt, terwijl hij in de stilte verkeert: Kom hier bij me, hou me vast, En vraag niet wat ik voel, Woorden zeggen veel te vaak wat ik niet bedoel. Heeft hij het tegen een geliefde of heeft hij het tegen God?  Wie zal het zeggen? Hij verlangt naar een woordloze intimiteit. Een niet hoeven spreken, een niet hoeven uitleggen en toch een maximaal gehoord en begrepen worden. Niets is sterker tussen jou en een ander dan elkaar aan te zien, elkaar vast te houden en er geen woorden bij laten komen. Over die intieme stilte, die heilige ruimte waar we onszelf en God ontmoeten, maakten Elly en Rikkert Zuiderveld een lied, de titel is Stilte. Daarmee sluit ik af.

Maar we hebben onszelf
Van de stilte beroofd
En van hem die daarin tot ons spreekt

Er valt een stilte
En ik raap haar op
Zo kwetsbaar in mijn handen
Als een rozenknop
Wil jij mij tillen stilte
Wanneer ik val
Zodat ik net als jij
Onkwetsbaar blijken zal

In de stilte kun je beter horen.

Amen.

ds. Peter Korver