Nico ter Linden : vrijzinnig én bijbels

Ik sloeg het ochtendblad open en zag een advertentie waarin het overlijden van Nico ter Linden werd aangekondigd. ‘Heh, was hij dan ziek of oud?’ zei ik in mijn verbazing. Ja, zo viel te lezen, hij was al langere tijd ziek en hij werd 81 jaar.

Vrijzinnigen zijn schatplichtig aan hem, ikzelf niet uitgezonderd. De deftige hervormde dominee met zijn goede contacten met het koningshuis verstond de kunst om bijbelverhalen ‘gewoon’ na te vertellen, maar dan zó dat het verhaal verstaanbaar werd voor onze tijd, onze cultuur en ons voorstellingsvermogen. Zonder allerlei actualiseringen en inleidingen wist hij je het verhaal mee te laten beleven en verhelderde het ondertussen je eigen leven. Ik vergelijk mijn eigen overdenkingen maar eens met die van hem. Bij mij een zoeken naar levensvragen, het zoeken naar gedichten en kunst die daar bij passen en een bijbeltekst. Het accent ligt vervolgens niet op die bijbeltekst, want het gaat immers over nu en de vragen die mensen nu hebben. Heel bijzonder dat Ter Linden genoeg heeft aan het bijbelverhaal en bijna ongemerkt psychologie en theologie tijdens het vertellen door de zinnen heen weet te weven.

Zijn grote project was een serie van zes boeken, Het verhaal gaat. Daarin vertelde hij een groot aantal bijbelverhalen na. Hij was daarbij het meest op zijn best in die van het oude testament. Ze staan prominent in mijn boekenkas en als ikzelf een verhaal ga bespreken in een cursus of een dienst, dan kijk ik vaak eerst even in deze boeken met de gedachte ‘Heeft Ter Linden dit verhaal besproken? Hoe zou hij het zeggen?’

Het is op 1 april Pasen. Dat is geen grap. Pasen is het hart van het christelijk geloof en meteen voor vrijzinnigen vaak een enorm struikelblok. Opstanding uit de dood… Wat kan een redelijk mens zich daar nu bij voorstellen? Ter Linden geloofde niet dat Jezus met Pasen echt uit de dood was opgestaan. Dat moesten we zien als een metafoor, een ‘bij wijze van spreken’.  In de NRC zei hij in een interview dat de taal van de bijbel een andere is dan die van ons. “Het is een verhalenboek en dus moet je ook het Paasverhaal vooral niet letterlijk nemen.”  Maar hoe dan wel? Misschien als oproep, een bemoediging  om steeds weer op te staan als wij door het leven onderuit zijn gehaald. Er is altijd weer een nieuw begin mogelijk, altijd weer leven…

Met zijn broer Carel, óók dominee, óók vrijzinnig, en bij ons al menigmaal voorgegaan, vormt Nico voor mij een geheel. De laatste herschrijft de verhalen en Carel praat en denkt er met ons over door in ‘Wat doe ik hier in godsnaam’ en ‘Wandelen over het water’.

Geloofde Nico nog wel in God? Hij antwoordde op die vraag: Dan denk ik altijd aan het antwoord van Gerard Reve: ‘Bestaan? Dat heeft God helemaal niet nodig.’  Dat lijkt op het eerste gezicht een dooddoener, maar naar mate je er langer bij stil staat is het een zin die veel te denken geeft.

Peter Korver