Naar vergroening van de kerken in Hilversum

Wees geprezen, mijn Heer, door onze zuster, moeder aarde,
die ons voedt en leidt,
en allerlei vruchten voortbrengt, bonte bloemen en planten. 

Franciscus van Assisi (1181-1226) brengt in deze woorden van zijn Zonnelied zijn vreugde en zijn liefde voor de schepping tot uiting. De aarde is onze moeder, de bron van alle leven, zij is onze zuster, dus aan ons verwant. Het is dankzij haar dat wij kunnen leven. 

Wie van een ander houdt, zal zien wat die echt nodig heeft, zal met aandacht en liefde voor die ander zorgen. Wie de liefde voor de schepping kent, zal er alles aan doen dat al dat moois gekoesterd en in stand gehouden wordt. In het oerverhaal van Genesis geeft God ons de opdracht de aarde te bewerken en erover te waken (NBV), ervoor te zorgen en erop te passen (Bijbel in Gewone Taal). Ik lees dat als een vanzelfsprekend eerbetoon aan de schepper van deze mooie en kwetsbare wereld, als een zorg en compassie voor het leven dat zich daarop bevindt en als een verplichting naar onze kinderen en kleinkinderen van wie wij deze aarde te leen hebben.

De Kapel kent dezelfde problemen en uitdagingen als de andere wijkgemeentes in Hilversum en elders: een ledental dat kleiner is geworden, een gemiddeld hoge leeftijd van de meest betrokken mensen en de opgave om voldoende vrijwilligers te vinden voor allerlei taken. Het gevaar bestaat dan dat alle aandacht naar binnen gericht wordt en te weinig op de samenleving. In het Beleidskader 2017-2010 is nadrukkelijk gekozen voor het uitgangspunt dat De Kapel ‘een plaats is om samen geloof en maatschappelijke verantwoordelijkheid te oefenen met anderen die ook naar verdieping en zingeving zoeken.’ Dat wordt toegespitst op twee punten: we willen zowel een ‘vredeskerk’ zijn als een ‘groene kerk’. Sinds 2014 wordt jaarlijks op initiatief van de Kapel een ‘vredespaal’ geplaatst in Hilversum en in de afgelopen twee jaar nam ze het voortouw in de organisatie van de vredesweek. Dit seizoen staat daarnaast het thema duurzaamheid centraal in de activiteiten. Het is een uitwerking van wat het beleidsplan daarover zegt: ‘Duurzaamheid is een waarde die aansluit bij het gedachtengoed van de VGH. Het ligt dan ook voor de hand dat de Kapel aan de slag gaat met de ontwikkeling van een actieplan op dit terrein. In fases kan dit wellicht leiden tot het keurmerk ‘Groene Kerk’. Aan het slot van de openingsdienst van dit seizoen werd aan de buitengevel het bordje ‘Groene Kerk’ onthuld. Dat lijkt alsof we in recordtijd een aantal fases hebben doorlopen en nu een echt groene kerk zijn. Dat is niet het geval. In werkelijkheid is nu een proces begonnen. Wie meedoet aan de Groene Kerken actie sluit aan bij het initiatief van Kerk in Actie en Tear, twee kerkelijke organisaties die werk maken van de strijd tegen armoede en onrecht. We verplichten ons om elk jaar een nieuwe stap te zetten in de richting van volledige duurzaamheid. 

pastedGraphic.pngHoe kan dat gaan? Je kan beginnen met het kerkgebouw duurzamer te beheren. Dat betekent: beter isoleren, het energiegebruik terugdringen en verantwoorder voedsel en spullen inkopen. De gemeente kan meer Fairtrade artikelen kopen en gebruik maken van bijvoorbeeld de inkooporganisatie ECO-lap / Groveko. Een tweede stap kan zijn om het geld van de kerk bij een bank onder te brengen die er goede dingen mee doet, dus niet investeert in wapens, niet doet aan bonussen en juist wel rekening houdt met het klimaat en dierenwelzijn.  

In Hilversum is De Kapel niet de enige en niet de eerste die de ambitie heeft om groene kerk te zijn. Het bordje hangt ook bij de religieuze leefgemeenschap Casella en de Bethlehemkerk. Het klooster is duidelijk het verst gevorderd. Op het dak liggen zonnepanelen, het glazen dak bestaat uit zonnecollectoren, er wordt gebruik gemaakt van het hemelwater, een “grijswatercircuit”, voor het spoelen van de toiletten, er zijn bewegingsmelders voor licht, alle drukwerk is gemaakt op gerecycled papier en er worden LED- en spaarlampen gebruikt. Dat het afval strikt gescheiden wordt, lijkt vanzelf te spreken, maar gaat helaas nog lang niet op voor alle kerken. 

Het project is niet een zaak waar alleen een werkgroep binnen de gemeente zich mee bezig houdt. De kerkvoogdij of de commissie kerkbeheer mag elke beslissing voortaan ook plaatsen in het kader van de duurzaamheid. De diaconie mag zich afvragen welke collectedoelen en welke projecten kunnen bijdragen aan het groene belang. In de kerkdiensten kan de ‘groene bijbel’ een grotere rol spelen. Er kan aandacht zijn voor teksten en liederen waar de zorg voor de aarde naar voren komt en dat geldt uiteraard ook voor de voorbeden. Bij catechisatie en cursuswerk kan eenzelfde betrokkenheid blijken. 

Twee jaar geleden zetten drie geloofsgemeenschappen in Hilversum een gemeenschappelijk bewustwordingsproject op. De protestantse Bethlehemkerk, de rooms-katholieke parochie De Waaier en de vrijzinnige Kapel organiseerden in de 40-dagentijd naar aanleiding van de pauselijke encycliek Laudo Si (‘wees geprezen’, een verwijzing naar het zonnelied) twee oecumenische bezinningsavonden over de aarde, ons gemeenschappelijk huis. Komend voorjaar, op vrijdag 22 maart, verzorgen De Kapel en de Bethlehemkerk samen een avond met als spreker Jan Terlouw, die het – hoe kan het anders – gaat hebben over duurzaamheid. U leest daar nog over. 

Waarom zijn kerken actief met duurzaamheid? Omdat we ons ‘rentmeesterschap’, onze bijbels geïnspireerde verantwoordelijkheid voor het waken over de schepping serieus nemen. Omdat we ons verantwoordelijk weten voor de toekomst van onze kinderen, voor het leven zelf, op deze planeet. Geloven we ook dat onze inzet zin heeft, dat het iets uithaalt?  Het was mijn goede collega Christiane Berkvens, remonstrants predikant in Rotterdam, hoogleraar en spiritueel schrijver, die vlak voor haar overlijden in november schreef: “Geloven doe ik niet meer, maar vertrouwen des te meer. Vertrouwen is namelijk iets anders dan weten. Geloven is een zeker weten, een zaak van het hoofd. Vertrouwen is een zaak van het hart. Geloven en vertrouwen spelen op andere schaaktafels.” 

Ds. Peter Korver