Manu Keirse : Luister, en daarna luister. En luister.

Een aantal leden uit onze Kapel was op donderdag 1 november naar de Grote Kerk van Hilversum gekomen voor een bijzondere middag van het Contactorgaan Ouderenpastoraat. Zij waren de enigen niet die de bekende Vlaamse klinisch psycholoog Manu Keirse wilden horen over de vraag hoe je anderen nabij kunt zijn bij groot verdriet. Uit alle wijkgemeentes van de Protestantse Kerk waren huisbezoekers aanwezig en daarnaast predikanten en artsen. Monika Rietveld trad op als gastvrouw.

Manu is niet de eerste de beste als het gaat over vragen van verlies, van leven en dood, en wat troosten is. Hij doceerde aan de faculteit geneeskunde van de universiteit van Leuven, was directeur patiëntenzorg, staatsecretaris. Het risico bestaat bij iemand die zo hooggeleerd is en bovendien manager  dat hij abstracte ideeën en veel cijfers uitstort over zijn gehoor. Dat was geenszins het geval. Manu sprak vanuit direct herkenbare voorbeelden uit het geleefde leven. Het overlijden van grootouders en ouders, maar ook van anderen aan ziekte en ongelukken is iets waar we allemaal mee te maken krijgen. Het is niet nodig om dan de hulp van een psycholoog of psychiater in te roepen of anti-depressiva te slikken. Je bent in rouw, je hebt verdriet en je denkt dat gek wordt, maar dat is niet waar. Verdriet is normaal gedrag van normale, evenwichtige mensen. Je hebt voor langere tijd ‘rouw-arbeid’ te verrichten. Eerst moet je het verlies onder ogen kunnen zien. Ontkennen van wat er gebeurd is, ja zelfs de overledene menen te zien, ook dat is normaal. Je weet wel dat hij of zij er niet meer is, maar je voelt het nog niet. De tweede stap is het ervaren van de pijn en het verdriet. Je bent boos, juist op de mensen die je het meest nabij zijn. Je bent ontroostbaar. Dat hoort erbij en je kan het niet ontlopen, op straffe dat het anders later alsnog naar buiten barst. De derde stap is om je samen met je verdriet aan te passen aan de wereld om je heen. De vierde stap is om opnieuw van het leven te kunnen genieten en de herinneringen levendig te bewaren. Mannen rouwen anders dan vrouwen. Bij mannen hoort dat ze vluchten in activiteiten, in doen; vrouwen willen praten.

Twee dingen moet iemand die wil troosten nooit zeggen.  Fout is: ‘je moet het loslaten’. Het gaat niet om iemand los te laten, maar om iemand ‘anders vast te houden’. Fout is om over ‘verwerken’ te praten. Het gaat meer over ‘verlies overleven’. Uit het publiek werd gevraagd of je nog met overledenen kunt praten, zoals men dat in de Indonesische cultuur leert. Manu: Ja, dat kan. Je kan aan een overledene alles blijven vragen, bij het graf, bij een foto. De kans is groot dat je je zo verbonden voelt op zo’n plek dat je een antwoord krijgt in zijn/haar geest. Speciale aandacht had Manu voor het rouwen van kinderen. Houd ze niet weg van de overledene. Geef ze de juiste informatie en luister naar ze zoals je ook naar de volwassenen luistert.

Wie meer wil lezen over hoe we anderen kunnen troosten, is het boek van Manu Keirse aan te bevelen. Titel: Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener. Een heel leesbaar boek en dus niet alleen voor professionele hulpverleners.

LET OP.
Als u hierbij niet aanwezig kon zijn is er goed nieuws. De lezing van Manu Keirse, afgelopen donderdagmiddag 1 november in de Grote Kerk is via internet te beluisteren op:

www.grotekerkhilversum.nl     

Dan de link aanklikken: luister live mee via kerkdienstgemist.nl
Vervolgens de link:  COP Manu Keirse.

Deze middag was georganiseerd door de Contactgroep Ouderen Pastoraat in Hilversum.