Home » Liberaal christendom, een nieuwe naam voor vrijzinnigheid?

Liberaal christendom, een nieuwe naam voor vrijzinnigheid?

liberaal christendomIn de dertig jaar dat ik nu werk als voorganger bij NPB en Remonstranten heb ik twee soorten vrijzinnigen leren kennen: de zoekers en de (zeer) ruim denkende gelovigen. De eersten durven zich niet ‘gelovig’ te noemen, maar zijn zeer geïnteresseerd in godsdienst, levensbeschouwing en filosofie. Zij leggen zich nergens op vast. Je vindt ze vooral bij Vrijzinnigen Nederland en dat is – zo weet u inmiddels – de nieuwe naam voor de NPB. De tweede groep voelt zich deel van de christelijke traditie, durft zich ook kerk te noemen, maar dan wel zonder dogma’s en strakke regels en met een heel open en oecumenische houding. Je vindt ze vooral bij remonstranten en doopsgezinden. Remonstranten voelen zich thuis bij een omschrijving als ‘denkend geloven en gelovig denken’. Doopsgezinden zijn vooral gelovige ‘doeners’: daden gaan woorden te boven. In De Kapel vind je het allemaal terug.

Dat er niet één waarheid, één theologie is en dat er vooral verschillend gedacht mag worden over van alles, daarop vinden we elkaar wel. Ook dat we voor alles gaan voor ‘vrijheid en verdraagzaamheid’.  Maar het ontslaat ons niet van de plicht om met elkaar op een serieuze manier te doordenken waar we voor staan, welke waarden en normen we hoog willen houden en waar we onze hoop en vertrouwen uit putten. Je komt dan uit op een theologie, een systematische doordenking van geloof dat recht doet aan de uitkomsten van de moderne wetenschap, van godsdienstwetenschap, bijbelonderzoek, filosofie, psychologie.

Nu is er enkele maanden geleden “Liberaal Christendom” verschenen, een boek waarin elf vrijzinnige theologen trachten de het belang van een ‘liberale’ theologie voor deze tijd onder woorden te brengen. Waarom doet liberale of vrijzinnige theologie er nog altijd of juist nu toe?

Onlangs pleitte de Britse godsdienstsociologe Linda Woodhead in een interview in Trouw (d.d. 28 november 2015) voor het serieus nemen van ‘gewone gelovigen’. Doordat journalisten vooral interesse hebben voor de extreme vormen van religie, ontstaat het beeld dat échte religieuzen fundamentalistisch zijn. “Waarom respecteren we de grote groep van gematigde moslims, gemiddelde christenen en nieuwe spirituele gelovigen niet? Liberale, vrijzinnige religie is even echt en krachtig in het vormen van levens als de extremistische variant” volgens Woodhead. De auteurs van Liberaal Christendom voelen dat ook. Het probleem dat ze signaleren is dat als religie ergens in de samenleving aan de orde is – en dat is het tegenwoordig voortdurend – er steeds een tegenstelling wordt gezien tussen religieus fundamentalistisch en secularisme (ontkerke-lijking). Een orthodox geloof wordt in dat schema ondergebracht bij het fundamentalisme, terwijl vrijzinnig gelovigen al dikwijls niet meer de moeite van het noemen waard zijn.  Dat wordt betreurd door de auteurs, want ze menen dat juist liberale gelovigen van betekenis zijn om mensen te helpen het leven te duiden en de wezenlijke zaken in een mensenleven aan de orde te stellen.

De schrijvers die allemaal voortkomen uit de kringen van de jonge theologenclub ‘Op goed gerucht’ en de Vereniging van Vrijzinnige Protestanten, proberen aan te sluiten op de gewone, moderne en gematigde gelovigen. Ze omschrijven hun positie zó: liberale theologie is onorthodox, open, vrijmoedig, vrijzinnig, niet opdringerig en modern. Ze proberen de relevantie van de christelijke traditie voor vandaag aan te geven. Daarmee schrijven zij dus vanuit die vrijzinnigen die binnen het christendom staan en denkend willen geloven en gelovig willen denken.  Wat er zoal aan de orde komt, zijn thema’s als wat je je bij God kunt voorstellen en wat je bedoelt als je het hebt over zijn bestaan of niet bestaan. En: welk belang Jezus, al dan niet als Christus, heeft en wat je moet met Bijbelverhalen met wonderen en veel geweld. Soms zijn de hoofdstukken academisch en theologisch, dan weer praktisch. De schrijvers formuleren ook gezamenlijke vertrekpunten. Die staan niet voorin het boek, maar helemaal achterin. Dat is mooi en vrijzinnig. Niet de lezer maar ook niet jezelf vooraf al vastleggen op een samenvattende visie. Maar ook niet je werk afsluiten in volledige vrijblijvendheid.

Mis ik ook wat? Jazeker. Theologie moet functioneren in de wereld van nu, in de grote vragen die de wereld bezighouden. Anders wordt zij een abstract gedachtenspel dat er niet echt toe doet. Daarom was ik benieuwd wat liberale theologen te melden hebben over dé wezenlijke problemen van deze tijd, de ecologische crisis, de migrantenstroom, de relatie tot de Islam. Echter, we lezen geen woord over de islam, niets over de uitdaging om het christelijk perspectief te hanteren in een multiculturele en multireligieuze omgeving. Er is geen enkele aandacht voor oecumene. De klimaatcrisis komt even voorbij, maar in de krap twee pagina’s die daar aan worden gewijd is nog geen begin te bespeuren van een theologische doordenking van het begrip duurzaamheid, of een theologische visie op de economie. De vluchtelingenproblematiek wordt behandeld in een, op aandringen van de uitgever toegevoegd hoofdstuk, maar daarin wordt zo krampachtig gezocht naar een evenwichtige benadering dat er eigenlijk niets gezegd wordt. Het is enerzijds:  ‘Respect is vaak ver te zoeken in het vluchtelingendebat. En dat blijft niet bij de schofferingen door populistische politici.’ En een anderzijds: ‘Worden gastheren wel gerespecteerd als gasten zich opdringen? Ongevraagd dienen stromen mensen zich aan en eisen massaal rechten op waarvan onduidelijk is waaraan die zijn ontleend.’  Nee, liberale of vrijzinnige theologen hebben nog genoeg te doen om ook maatschappelijk relevant te zijn.

Blijft de vraag waarom vrijzinnig christendom ineens liberaal christendom heet. Klinkt dat ruimer, minder beperkend dan de kleine kring van de georganiseerde vrijzinnigheid?  Is er geen gevaar dat het lijkt te gaan om een christendom voor mensen in de hoek van VVD en D66? Hoe dan ook, in Engelstalige gebieden worden vrijzinnigen ‘liberals’ genoemd (ook: Unitarians).

Graag zou ik met belangstellenden uit De Kapel willen studeren uit en discussiëren over dit boek. Heeft u belangstelling? Laat het mij weten!

Peter Korver