Home » Kerstmis 2015 – Mensen op weg   

Kerstmis 2015 – Mensen op weg   

HerdersKerstmis is het feest dat onze zachtheid wekt. Is voor ons besef de wereld hard en vinden we dat we daarom zelf ook wel hard moeten zijn om ons te kunnen handhaven, daar staan veel mensen zichzelf toe om met kerstmis wat milder te zijn, wat meer mee te voelen met anderen, met mensen die het moeilijk hebben, om wat vriendelijker te zijn en wat meer tijd te hebben. Dat is het goede van het kerstfeest. We maken het gezellig thuis. We brengen wat warmte als het buiten koud is. We brengen wat licht als de dagen van december zo donker zijn. Kinderen die al op zichzelf wonen vieren komen naar het huis waar ze opgroeiden, de grootouders zijn er ook. Je hoort elkaars verhalen en voelt weer dat je bij elkaar hoort. Verschillen van mening, oude ruzies, we vergeten ze even. Mensen die geen familie meer hebben kunnen met kerst vaak een plek vinden waar er even warmte en aandacht te vinden is. In kerken, buurthuizen. Even schuilen we bij elkaar, vinden troost en gezelligheid. Dat hebben we ook nodig. Zodat we weer onze weg kunnen vervolgen. We zijn mensen op weg en voelen onderweg de zon die op ons schijnt, maar ook wordt het onontkoombaar en met regelmaat donker.  Op onze weg worden we geconfronteerd met de hardheid van het bestaan. We horen verontrustend nieuws over aanslagen en vluchtelingenstromen, over het opwarmen van de aarde. Of we horen over de verkopers van V & D die twee dagen voor kerst vernemen dat ze hun baan verliezen. We hebben het nodig om op gezette tijden deze problemen en onze persoonlijke zorgen over gezondheid, van onszelf of die van dierbaren, of over relaties die verstoord zijn, of over geld of werk opzij te zetten of in een ander licht te zien.

Dat kan niet in de eerste plaats door de gezelligheid die we zelf creëren, maar door het kerstevangelie. Een verhaal dat gaat over een groot licht dat opgaat over een donkere wereld. Over een zwangere vrouw en haar man die worden gedwongen hun huia te verlaten en op reis te gaan, die geen onderdak hebben als ze moeten bevallen van hun kindje, die een crisisopvang van 72 uur vinden in een stal en daarna moeten vluchten naar een ander land omdat een dictator hun baby net als andere pasgeboren kinderen wil doden. Het kerstverhaal klinkt akelig actueel.  Vluchtelingen, noodopvang, dictators die naar het leven staan. En we zien de stroom mensen onder weg, in het afgelopen jaar en ook vandaag. Op de omslag ziet u ze ook, geschilderd door Cees van den Heuvel. Hij was geïnspireerd door een foto van enkele jaren geleden, van vluchtelingen ergens in Afrika. Ze hebben geen gezicht, ze zijn grauw, maar ze hebben elkaar. Ze houden elkaar vast en ze hebben een stok om te gaan. Ze blijven hopen. Herman van Veen zong over hen op zijn kerst-cd. Hun hoop is dat ze de grens zullen passeren van een nieuw en beter land.

Herman Van Veen – Een Beter Land

Ze trekken over bergen
doorkruisen de woestijn
of zwerven over zeeën
om vrij te zijn

Waar de oorlog teistert
waar de honger woedt
moeten ze uit huis vandaan
en zwerven dan voorgoed

De eeuwen door klinkt in de nacht
steeds diezelfde bange klacht:
waar is thuis?
Waar is thuis?

Iedereen blijft hopen
dat hij nog een toekomst heeft
rust voor zijn vermoeide hoofd
een plek waar hij in vrede leeft
laat me niet verrekken
pak me bij de hand
en we vinden misschien samen
ooit nog een beter land

Iedereen blijft hopen
dat hij nog een toekomst heeft
rust voor zijn vermoeide hoofd
een plek waar hij in vrede leeft
laat me niet verrekken
pak me bij de hand
en we kijken misschien samen
uit op een beter land

Iedereen blijft hopen
dat hij nog een toekomst heeft
rust voor zijn vermoeide hoofd
een plek waar hij in vrede leeft
als je maar dichtbij blijft
gaan we hand in hand
en zullen we de grens passeren
van een nieuw en beter land

Het kerstverhaal gaat ook over een man en een vrouw in het donker, op weg van Nazareth naar Bethlehem en straks op weg, op de vlucht van Bethlehem naar Egypte. Maar er is in dat verhaal ook licht. Opeens is er een engel. Opeens is er een groot licht. Opeens klinkt er: vrees niet, wees niet bang, er is goed nieuws. Er is een kind geboren. Een kind dat redding gaat brengen. Dat ons zal vertellen dat we de grens passeren van een nieuw en beter land, dat Gods nieuwe wereld zal komen. En of één engel, één boodschapper vanuit de hemel niet genoeg is, verschijnen er nog een heleboel meer en zij roepen vrede uit over onze wereld. Alle eer aan God in de hemel en vrede op aarde omdat God van de mensen houdt. Is er dan hoop bij alles wat er niet goed gaat in onze wereld? Ja, elk kindje dat geboren wordt, geeft ons hoop dat er toekomst is. Ja, elk licht dat er verschijnt in de nacht, iedere kaars die er aangestoken wordt, zegt ons dat het donker verdreven kan worden.  Het kan ons ook op de gedachte brengen dat we zelf een licht kunnen zijn, op onze beste momenten, dat wat duisternis verdrijft. Veel ouderen herinneren zich vast wel dat liedje dat ze als kind met kerst mochten zingen: Jezus zegt dat hij hier van ons verwacht, dat wij zijn als kaarsjes brandend in de nacht. Jezus zegt dat hij ieders kaarsje ziet, of het helder licht geeft of ook bijna niet. Hij ziet uit de hemel of wij lichtjes zijn, jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn.

Enkele weken geleden was er een jonge vader die een warm lichtje was voor zijn bange kind na de aanslagen vorige maand in Parijs. Hij was te zien in een ontroerend filmpje op tv en op internet.  Een verslaggever interviewde een jongetje van zo’n vijf/zes jaar over de gebeurtenissen in Parijs. Of hij wist waarom die mensen dat gedaan hadden? “Omdat ze heel, heel gemeen zijn,” antwoordt het jongetje. En hij vervolgt dan met een heel ernstig gezichtje: “we moeten heel voorzichtig zijn voor deze gemene mensen, we moeten ergens anders gaan wonen.” Dan zegt zijn vader: “Nee, we hoeven niet van huis te veranderen, Frankrijk is ons thuis.” “Maar ze zijn heel gemeen, papa.” “Ja, maar gemene mensen zijn overal.” “Maar zij hebben geweren. Ze schieten op ons omdat ze heel erg gemeen zijn, pappa”
“Het is ok,” zegt dan de vader, “zij mogen dan geweren hebben, maar wij hebben bloemen.” “Maar bloemen doen niets, zij zijn voor….  werpt het jongetje tegen. “Jawel: kijk maar, iedereen legt bloemen neer. Dat is om ‘tegen de geweren te vechten.” “Zijn ze om te beschermen?” “Juist” “En de kaarsen ook?” “Die zijn er om de mensen te herdenken die gisteren zijn gestorven.” Het jongetje kijkt naar de bloemen, denkt even na en zegt dan:
“Ze zijn er om ons te beschermen, de bloemen en de kaarsen, les fleurs et les bougies.” “Ja.”
Bloemen en kaarsen als bescherming tegen de geweren.

Het lijkt té naïef wat deze vader voorstelt en toch is het volgens velen het enige antwoord op het geweld van de aanslagen. De aanslagplegers willen verdeeldheid, angst, wantrouwen zaaien. In het symbool van de bloemen en de kaarsen wordt duidelijk dat we daarvoor niet zullen zwichten. Bloemen en kaarsen beschermen ons hart, onze menselijkheid, ons besef van schoonheid en goedheid.
Bloemen en kaarsen, dat is ook de kracht van het kerstverhaal dat we elkaar in deze dagen weer vertellen. Dit verhaal van de hoop, van het geloof dat geweld niet het laatste woord zal hebben, is actueler dan ooit. In het donker van de nacht straalt een ster en in een wereld waarin mensen elkaar naar het leven staan, waarin mensen op drift zijn, wordt een kind geboren dat onze hoop voedt, dat ons zal voorleven hoe wij mens kunnen zijn.
Ieder mens kan op zijn beste momenten een lichtje zijn, een kaarsje brandend in de nacht. Ieder mens heeft het in zich om af en toe een heilige te zijn. Wat je je daarbij moet voorstellen? Een onaards, verheven iemand, ver van normale menselijke zorgen en emoties? Nee, daarover geeft het volgende verhaaltje verheldering.

Een kleine jongen kwam met zijn moeder langs een grote kathedraal. Hij keek omhoog en zei: “Kijk mama, die grote ramen zijn toch heel erg vies, die zien er echt niet zo mooi uit!”
Waarop de moeder hem meenam naar binnen. Daar waren de ramen die er van buiten grijs en vies uitzagen, opeens stralend licht in de prachtigste kleuren.
De jongen was verbaasd en keek zijn ogen uit. Boven het altaar was een bijzonder mooi raam met veel heilige figuren. En door één figuur scheen net de zon, zodat die helder stralend oplichtte.
“Mama, wie is dat?” wilde de jongen weten.
Z’n moeder antwoordde: “Dat is een heilige, de heilige Franciscus.”
De jongen onthield dat goed.
Een paar dagen later vroeg de onderwijzer in school aan zijn leerlingen: “Wie kan mij zeggen wat een heilige is?”
Grote stilte in de klas.
Alleen de kleine jongen stak zijn vinger op en zei: “Ik weet het. Een heilige is een mens waar de zon doorheen schijnt!”

‘Mensen op weg’ zijn wij. We hebben het allemaal nodig om onderweg bijgelicht te worden. Door anderen. Achter op de liturgie ziet een tweede schilderij van Cees van den Heuvel. Het is bijna hetzelfde als die van de voorkant. Maar er is verschil. De grauwheid is weg, er is kleur gebracht, licht. Daarmee is hun situatie nog niet veranderd. Maar er komt licht en hoop in het verhaal. Wij worden uitgenodigd om een eindje mee op te lopen met mensen die op een moeizame tocht door het leven verkeren. Want ook wij kunnen een licht, een stukje verheldering zijn voor anderen. Een Afrikaans spreekwoord luidt:

Wie snel wil gaan moet alleen lopen,

wie ver wil komen moet samen met anderen gaan.

Laat ons dan in ’t duister heldere lichtjes zijn, jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn. Dat door jou en door mij de zon mag schijnen.

Amen.

ds. Peter Korver