Kerst overweging 2017 – Hoop

Waar gaat het ook alweer om met kerst? Vrede op aarde. Daar besluiten we elke kerstviering ook mee. Dan zingen we dat in het lied ere zij God. Het is een mooie gedachte, een ideaal. En het is de uiting van een diep verlangen. Wat zou het ons leven gelukkig maken als we zelf in vrede leven met de mensen om ons heen, als we in vrede ook met onszelf zouden leven. Dat we warme en liefdevolle mensen zijn. Dat we niet verkild zijn, koud als steen, door de ervaringen die we aan het leven hebben opgedaan. We verlangen naar een wereld waarin iedereen blij kan zijn, waar niemand vergeten wordt, of onderdrukt, of misbruikt. Een wereld waar geen geweld, geen honger, geen armoede, geen ziekte is, geen dood. En tegelijk zegt onze ratio dat dat onmogelijk is, dat het nooit anders worden zal. Heb je wat aan dit realisme? Met kerst bestrijden we alle onheil evenwel met kracht, voor tenminste twee dagen, met twee middelen die we in onszelf opdiepen: liefde en hoop. En misschien wel met geloof, hoop en liefde. Huub Oosterhuis heeft over het opdiepen van de liefde in jezelf een gedicht geschreven dat heet ‘Aan de mens’:

AAN DE MENS

Boom je stam was koud en bloot
in de winter leek je dood.
Komt de zomer vuur en vlam
bloeien rozen aan je stam. 

Mens wat ben je dood en koud
als je niet van mensen houdt.
Zonder liefde vlam en vuur
is je leven kort van duur. 

Zonder lachen licht en lied
zonder liefde gaat het niet.
Mensen leef toch en godweet
vind je liefde bij de vleet.

We bestrijden met kerst al het onheil behalve met liefde ook met hoop. Wat is dat ten diepste? We hoorden daarover in een beroemd gedicht dat toegeschreven wordt aan Vaclav Havel, de dissidente en vervolgde schrijver die na de val van het communisme president mocht worden van Tsjecho-Slowakije. Is hoop dat je maar blijft denken: eigenlijk weet ik wel beter, maar ik blijf ik tegen beter weten in me voorstellen dat het tóch gebeurt…

Hoop is, zegt Havel,  een kwaliteit van de ziel, onafhankelijk van wat er in de wereld gebeurt. Het is een gerichtheid van de geest. Zoals je ook sceptisch of cynisch ingesteld kunt zijn, zo kan je je ook instellen op een houding van hoopvol in het leven staan. Je hoeft niet geforceerd optimistisch te doen, want zegt Havel: hoop is niet hetzelfde als optimisme. Het is de zekerheid dat iets zinvol is, afgezien van de afloop.

En zo doen we met kerstmis alsof het wél anders kan zijn of worden, omdat het zinvol is dat te hopen. We laten het even voor het moment gebeuren. Als het dan niet blijvend vrede, verdraagzaam, vriendelijk, vrolijk kan zijn, dan toch hier en nu, even, voor dit kerstfeest. Als we dan niet meer echt in God kunnen geloven, dan toch even, hier en nu. En wij laten dan zelf God maar gebeuren, door deze dagen goedheid, vrede, vriendelijkheid de wereld te laten regeren, althans in ons huis, met onze kring van familie en vrienden. Huub Oosterhuis zegt dat zo mooi: Het alledaagse, gewone leven is vindplaats van God. God is mens geworden, niet in mooie theorieën of allerlei gedachtenspinsels, maar in de zoon van een timmerman.

Ook Herman van Veen zei iets moois. Kernachtig vatte hij de betekenis van kerstmis samen: Ieder jaar wordt in ons de hoop herboren, dat ’t hier ooit nog beter worden zal. Stel je toch eens voor dat niet regelmatig in ons de hoop herboren wordt. Dat het leven hopeloos werd…  Anselm Grün, de monnik die bekend is van vele spirituele boeken, zegt eigenlijk hetzelfde: De beelden van Kerstmis willen ons, ondanks twijfel en teleurstelling, de hoop geven dat we in de maalstroom en de wisseling van de tijden toch een vast punt vinden van waaruit we opnieuw op weg kunnen gaan met onszelf en met onze wereld’.  

Hoop voor een wereld in verwarring. In het midden van alle duisternis worden weerloze kinderen geboren die onze zachte en onze beste gevoelens oproepen.

Hoop dat bij elke nieuwgeborene een goede, een betere toekomst in het verschiet ligt.

Met kerstmis staat even de wereld stil en is er ruimte voor een wonder, toen, maar ook voor nu. Het wonder dat een kind licht brengt, een stralend licht dat in staat is onze duisternis te verdrijven, dat onze harten kan openen voor vrede.

Het dilemma van kerst is: geef ik mij over aan het realisme van een wereld die echt nooit vreedzaam en rechtvaardig wordt, geef ik me misschien zelfs over aan een zeker cynisme of ga ik mee in een niet-realistische hoop dat ’t ooit beter worden zal? Een visioen zeg maar, van een God die neerdaalt in onze werkelijkheid en hier een nieuw Jeruzalem, een stad, een wereld van vrede vestigt? Straks zingen we een Nederlandse vertaling van het bekende lied Jerusjalaïm Zel Zahaav.

Jeruzalem stad van goud. De naam van de stad betekent letterlijk: stad van sjaloom, vrede. Daar kan je meteen al cynisch van worden. Nou, nou, als er ergens geen vrede is, dan wel in Jeruzalem, een stad die alleen maar voorwerp is van onenigheid en geweld tussen Israëli’s en Palestijnen, waar zelfs een groot internationaal conflict uit kan ontstaan tussen Islamitische landen en de Verenigde Staten.

“Er is een wereld zonder grenzen, zo groot als het heelal. Er is een hemel voor de mensen; dat hoor je overal. Jeruzalem, stad van God, wees voor de mensen een veilig huis, Jeruzalem, stad van vrede, breng ons weer veilig thuis”.

De tekstdichter van dit lied spreekt hier niet over de feitelijkheid van de al dan niet erkende hoofdstad van de staat Israël. Hij spreekt de taal van de hoop. Niet zoals het nu is, dat is niet het vertrekpunt, maar zoals het moet zijn, een stad van vrede, voor alle mensen, voor alle godsdiensten. Op negen kilometer afstand van deze stad ligt het dorp Bethlehem. Daar begon het hoopvolle verhaal van het christendom en het bereikte zijn hoogtepunt in Jeruzalem. Voor het oog van sceptische mensen: daar werd onder erbarmelijke omstandigheden een vluchtelingenkind geboren voor wie geen normaal onderkomen was en hij stierf ruim dertig jaar later bij de stad een vernederende dood. Voor het gelovige oog: daar werd midden in onze gewelddadige werkelijkheid iets zichtbaar van Gods aanwezig willen zijn in onze wereld. In de stad overwon hij de macht van de dood. Waarschijnlijk behoren wij bij de sceptici, net als Freek de Jonge. Hij, de zoon van een dominee, probeerde er afgelopen zaterdag in dagblad Trouw een draai aan te geven door te schrijven: kerst heeft de hoopvolle boodschap dat elk kind de wereld kan redden. Is dat zo, elk kind? Is er niets unieks aan juist deze Jezus? In een meditatief boek las ik een paar dagen terug woorden van een Russisch-orthodox priester uit de vorige eeuw, Aleksandr Men, die zegt: ‘Jezus Christus is het menselijk gelaat van de Oneindige, de Onverklaarbare, de Ondoorgrondelijke die wij, plotseling, met een naam kunnen aanspreken. Met de naam van een mens’. Is dat niet de betekenis van kerst? Dat het naamloos goede een gezicht en een naam krijgt en daarmee voor ons benaderbaar wordt? Dat sluit ook aan bij de remonstrantse belijdenis die zegt: ‘Jezus, een van Geest vervulde mens, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust.

Mijn collega Els de Clerq uit Nijmegen was in 1989 in Jeruzalem. Ze liep er door de straten van de oude stad en hoorde vanuit een synagoge zingen over dat Jeruzalem. Ze schrijft daar in het maandblad van de doopsgezinden over: ‘Toen ik dit hoorde, was ik weer het kleine kind dat van vrede hoort zingen en blij wordt. Zo mooi. Ik voelde hoe ik volstroomde van verrukking. Dit is het dus: de stad zoals zij bedoeld is, waarin mensen in vrede met elkaar samenleven, elkaar het licht in de ogen gunnen. Jeruzalem, stad van vrede. Dit is natuurlijk volstrekt raar, besef ik tegelijkertijd. Hoe kan ik voelen wat ik voel? De hele dag verhalen gehoord over schromelijk onrecht, schrijnend onbegrip. Pijn, trauma, aan beide kanten. Fixatie op eigen gelijk. Verharding. Machtsongelijkheid. Wanhoop over de situatie die zo muurvast zit. En toch, en toch, ik blijf erbij: de vrede die ik voel is waar. Het oude lied heeft zijn betekenis niet verloren. Ondanks alles. Dat wil ik me steeds opnieuw herinneren.

Laten we dat na deze kerstviering vasthouden. Vrede kan zijn, vrede moet zijn. Wij moeten bouwen aan die wereldwijde stad van vrede. Hier, nu, straks, morgen. Het mag de gerichtheid zijn van onze geest. Het gaat niet om optimisme, het gaat om de zekerheid dat het zinvol is om in vrede te geloven, los van de afloop. En zo mag ieder jaar in ons de hoop herboren worden, dat ’t hier ooit nog beter worden zal.

Amen

ds. Peter Korver