Bij ons jubileum van 60 jaar Kapel en 75 jaar Remonstrantse Gemeente Hilversum

Afgelopen vrijdag 24 maart was het precies 60 jaar geleden dat deze ruimte in gebruik werd genomen als kerk. Dat was in 1957 een zondag. Het gebouw werd ingewijd als Remonstrantse Kerk. Dat is nog altijd te zien als je binnenkomt. Boven de entree staat dat in het hout gegraveerd. Nu is dat alleen nog een verwijzing naar de geschiedenis, want vandaag de dag draagt dit gebouw een andere naam: De Kapel. Het is niet meer exclusief van de remonstranten, nee, het is het huis van zowel de doopsgezinden, de Vrijzinnigen Hilversum, de remonstranten, als van een toenemend aantal vrienden.

Bij een jubileum ga je terug naar het verleden. Dat doe je zowel om nostalgische redenen als om redenen die met de toekomst te maken hebben. Het is fijn om goede herinneringen op te halen, zeker. Tegelijk mag je weten waar je wortels liggen om zelfbewust lijnen te trekken naar je toekomst. En er is toekomst voor deze geloofsgemeenschap en voor de activiteiten die haar plaatsvinden. Mensen die op zoek zijn naar zin en betekenis weten ons steeds beter te vinden. En dat heeft te maken met wie wij zijn, waar wij voor staan en waar wij vandaan komen.

Een korte terugblik bij de twee jubilea van vandaag begint niet met 60 jaar terug of 75, maar 119 jaar. In 1898 immers toen liet de bekende ondernemer Geert van Mesdag hier het koetshuis bouwen. Deze ruimte was de garage voor de koets en hier beneden waren de paardenboxen. Boven was de koetsierswoning en een hooizolder. Daar kon je niet met een lift komen, zoals nu, maar via een buitentrap. Het koetshuis hoorde bij het landgoed Quatre Bras. De villa daarvan is lang geleden afgebroken en nu staat er aan appartementengebouw. In 1932 werd het Koetshuis buiten gebruik gesteld. Daarna kwam er o.a. een autogarage in dit gebouw.

Het was later in de jaren 30 dat in Hilversum de remonstranten zich gingen organiseren. Na de opening van de spoorlijn Amsterdam – Amersfoort kreeg Hilversum in 1874 een station en nu ging een steeds groeiende groep Amsterdamse ondernemers een woning in het groene Gooi kopen om dan dagelijks met de trein naar hun werk te gaan. Daar zaten vele remonstranten onder. Zij sloten zich aan bij de NPB die haar al was sinds 1901. In 1938 was de groep remonstranten zo groot dat zij een remonstrantse kring vormden. Vier jaar later, in 1942, in de oorlog, nu 75 jaar geleden, dienden zij een verzoek in bij de Coza, het landelijk bestuur van de remonstranten, om van de kring een echte gemeente te mogen maken. Daar waren twee redenen voor. In de eerste plaats had de kring geen kerstviering mogen houden van de Duitse autoriteiten omdat ze geen kerk was en ook niet was aangemeld als vereniging zonder economisch doel. Ten tweede dacht men aan de leden van joodse komaf. Hen zou het lidmaatschap van de kring ontzegd moeten worden, omdat de kring onder de Ariërparagraaf van de bezettende macht viel. Het bestuur achtte dat ‘ten ene male onjuist’. Als christen-joden zouden zij voorts worden vrijgesteld van deportatie. Dat was voor even zo. In september 1944 werden ook de protestantse joden via Westerbork afgevoerd hun gruwelijk lot tegemoet.

Het verzoek om een echte gemeente te mogen worden werd ingewilligd. Op 15 juli 1942 werd ze erkend. Dat hield nogal wat in. Eerst werd er afscheid genomen van de NPB. Daarna moest een eigen predikant beroepen worden, en een college voor armen- en wezenzorg in het leven worden geroepen, er elke zondag een kerkdienst georganiseerd moest worden en er godsdienstonderwijs moest komen. Het betekende dat de leden flink meer financieel moesten gaan bijdragen. Twee maanden later werd de eerste predikant beroepen, Jan van Nieuwenhuizen. Hij heeft een aandeel gehad in het verzet. Later zou hij nog directeur worden van de VPRO.

Een kerkgebouw had de nieuwe gemeente niet. Aanvankelijk mochten zij kerken aan de Frans Halslaan, de kerk van de Vrijzinnig Hervormden. En het was maar 1x in de veertien dagen. Voor andere activiteiten werd een zaaltje gehuurd in het Palace Hotel aan de Tromplaan. Na negen jaar, in 1953, werd dan een eigen gebouw aangekocht, dit koetshuis. Daar zat een autogarage in en die was niet één twee drie vertrokken. Daarna volgt een verbouwing. Er was al een torentje op het koetshuis, maar geen klok. Een van de leden die in Loosdrecht woonde stelde een luidklok ter beschikking. Het deed daar dienst op een buitenhuis. Het monogram hierachter mij, het Christusmonogram, werd ons geschonken door de remonstranten in Bussum, die net een jaar eerder hun kerkgebouw hadden geopend. Een edelsmid, Bob Ebell, maakt het buitenbeeld, Aanbidding. Kort en goed duurde het nog vier jaar voordat het moment daar was dat hier de eerste dienst gehouden kon worden, 24 maart 1957. Buiten, bij de entree werd een officiële foto gemaakt van de kerkenraad en de predikant, ds. Muilwijk. Die kerkenraad bestond uit maar liefst 13 personen en daarvan waren er vier vrouw. De heren zijn gekleed in pak, met pochet en één zelfs in jacquet. Remonstranten waren chique, elitair. Ze waren de bontjassenkerk, zo werd wel eens gekscherend gezegd. De kerk, die al gauw de Remonstrantse Kapel werd genoemd, was een van de opmerkelijkste kerkgebouwen van Hilversum. Met zijn houtsnijwerk deed het eerder denken aan een Zwitsers chalet dan aan een godshuis. Door Hilversummers werd ook wel gesproken over die ‘Zwitserse stal’.

NPB en Remonstranten zijn 27 jaar uit elkaar geweest. Maar in 1969 werd een samenwerkingsovereenkomst getekend. Vanaf 1996 kerkten beiden alleen nog hier. Tien jaar later, in 2006, kwamen daar de doopsgezinden nog eens bij.

Inmiddels zijn we alweer tien jaar verder. Ik heb de indruk dat al onze leden zich hier thuis voelen, dat er een hechte gemeenschap is ontstaan, dat er ruimte is om je doopsgezind of remonstrant of NPB te blijven voelen, maar ook dat er een gastvrije sfeer is, die mensen van buiten gemakkelijk de drempel doet overgaan. Ruimte voor vrienden. Er worden hier klassieke concerten gehouden, huwelijken gesloten, uitvaarten verzorgd, er is verhuur, buurtactiviteiten, gezamenlijke activiteiten met humanisten en Soefi’s. En natuurlijk, hier is het hart van een geloofsgemeenschap, met alles wat daar bij hoort. Drie voorgangers, twee organisten, een koor, een koster, vele, vele vrijwilligers en een goed functionerend bestuur zetten zich in om gestalte te geven aan een gemeenschap die tot inspiratie en steun van velen is.

Vrijheid en verdraagzaamheid is het motto dat we met ons dragen. Dat heeft betrekking op ons godsdienstig zoeken, en het slaat op onze maatschappelijke betrokkenheid. Zo’n plek blijft nodig, zo’n plek blijft De Kapel. Staat dan in de vrijheid, citeer ik met de eerste remonstranten Paulus in de Galatenbrief. En laten wij steeds vertrouwen op de Ene, de Onnoembare, die liefde is en de grond van ons bestaan, die ons stelt in zijn licht en ons roept tot zijn dienst.

ds. Peter Korver