Jakobsladder 21 juli 2013

jakobsladder-chagallDe Jakobsladder: als je leven is vastgelopen

Lezing : Genesis 28 : 10

Jakob verliet dus Berseba en ging op weg naar Charan. Op zijn tocht kwam hij bij een plaats waar hij bleef overnachten omdat de zon al was ondergegaan. Hij pakte een van de stenen die daar lagen, legde die onder zijn hoofd en ging op die plaats liggen slapen. Toen kreeg hij een droom. Hij zag een ladder die op de aarde stond en helemaal tot de hemel reikte, en daarlangs zag hij Gods engelen omhoog gaan en afdalen. Ook zag hij de Eeuwige bij zich staan, die zei: ‘Ik ben de Eeuwige, de God van je voorvader Abraham en de God van Isaak. Het land waarop je nu ligt te slapen zal ik aan jou en je nakomelingen geven. Je zult zo veel nakomelingen krijgen als er stof op de aarde is; je gebied zal zich uitbreiden naar het westen en het oosten, naar het noorden en het zuiden. Alle volken op aarde zullen wensen zo gezegend te worden als jij en je nakomelingen. Ikzelf sta je terzijde, ik zal je overal beschermen, waar je ook heen gaat, en ik zal je naar dit land terugbrengen; ik zal je niet alleen laten tot ik gedaan heb wat ik je heb beloofd.’

Toen werd Jakob wakker. ‘Dit is zeker,’ zei hij, ‘op deze plaats is de Eeuwige aanwezig. Dat besefte ik niet.’  Eerbied vervulde hem. ‘Wat een ontzagwekkende plaats is dit,’ zei hij, ‘dit is niets anders dan het huis van God, dit moet de poort van de hemel zijn!’ 18 De volgende morgen vroeg zette Jakob de steen die hij als hoofdsteun had gebruikt rechtop, en wijdde hem door er olie over uit te gieten. Hij gaf die plaats de naam Betel; vroeger heette het daar Luz. Daarna legde hij een gelofte af: ‘Als God mij terzijde staat en mij op deze reis beschermt, als hij mij brood te eten geeft en kleren aan mijn lichaam, en als ik veilig terugkom bij mijn verwanten, dan zal de Eeuwige mijn God zijn. Deze steen die ik gewijd heb, zal dan een huis van God worden – en ik beloof dat ik u dan een tiende deel zal afstaan van alles wat u mij geeft.’

PREEK

Feiten rollen elke dag over ons heen en zijn razendsnel achterhaald. Hoe anders is dat bij verhalen! Een goed verhaal onthouden we, omdat het tot onze verbeelding spreekt. Het is een spiegel die ons voorgehouden wordt en de les die het ons leren wil mogen we zelf trekken, op de manier die ons goeddunkt.

Dit is waarom verhalen altijd betere boodschappers zijn van welk nieuws dan ook. Verpak als directeur of als politicus de boodschap in een verhaal en er gebeurt ineens iets heel anders.

Alle echt grote leiders beheersen de kunst van storytelling. Ze gebruiken verhalen om hun boodschap over te brengen, omdat ze weten dat ze daarmee veel sneller ontvankelijkheid en acceptatie bij hun gehoor zullen vinden. Want een goed verhaal is de waarheid in geschenkverpakking.

Het is niet voor niets dat er nogal wat organisaties en directies en managementteams zijn die een verhaalcoach inhuren om hen te trainen  de kunst van het goed vertellen van hun verhaal.

Het is niet voor niets dat de grote spirituele leiders van de mensheid verhalen vertelden en geen theologische, dogmatische verhandelingen schreven. Jezus sprak tot hen in gelijkenissen. Alleen zulke vertellingen kunnen je optillen, je voorstellingsvermogen stimuleren en je open stellen voor een werkelijkheid die boven het hier en nu uitgaat. Even kan je het harde nieuws, de cijfertjes, de kale feiten van je afschudden en je open stellen voor de wonderen en de verwondering die te zien en te ervaren zijn voor wie zich daarvoor open kan stellen.

Religieuze verhalen, zoals die in de bijbel, proberen onze gevoeligheid te wekken voor die dimensie. Het verhaal van Jakob en die ladder met die engelen die daarlangs op en neer gingen van de hemel naar de aarde, is daar een voorbeeld van. Wie herkent in dit verhaal zichzelf niet bij tijd en wijle als je bent vastgelopen in het leven en op de vlucht bent voor jezelf en voor anderen. Zo lezen we aan het begin van het verhaal dat ‘de zon was ondergegaan’. Het lijkt op het eerste gezicht een gewone beschrijving van het tijdstip binnen het etmaal: het is nacht geworden. Maar wanneer je de hele geschiedenis van Jacob zorgvuldig leest, dan valt het op dat dit de enige keer is dat er een zonsondergang beschreven wordt. Net zoals er – verder op in het verhaal – ook maar één keer sprake is van een zonsopgang, namelijk wanneer Jacob na zijn worsteling met God door Hem gezegend is.

De zonsondergang in dit verhaal is meer dan alleen een beschrijving van een natuurgebeuren, het is een symbool voor de fase waarin Jacobs leven verkeert. Na alles wat zich heeft afgespeeld, na alle bedrog en bedriegerij, is het nacht geworden in Jacobs leven. Je kunt je zo voorstellen waar hij mee worstelt: schuldgevoel, angst, eenzaamheid, vul het maar in. Het neergaan van de zon verbeeldt het dieptepunt in zijn leven.

Misschien herkent u wel iets van dat beeld. Je kunt in je bestaan de ervaring hebben dat je leven de verkeerde kant op is gegaan. Dat je verkeerde keuzes hebt gemaakt, dat wat je wilde uit de hand is gelopen, dat je jezelf voorbij bent gelopen, dat je wat of wie je liefhad onderweg bent kwijtgeraakt. Er kan dan een gevoel over je komen van mislukking, van wroeging, een gevoel dat het allemaal voor niets en tevergeefs is geweest. Niet alleen om je heen, maar vooral binnen in je, is het dan donker. De zon is ondergegaan, het is nacht.

En de nacht dat is het domein van de droom. Voor op de liturgie staat een afbeelding van een schilderij van de Joodse schilder Marc Chagall. U ziet op dit schilderij hoe Jakob hard valt, hij, zijn leven staat op z’n kop en is in donker gehuld. En hij ligt te slapen. Hij valt hard, maar naast hem gaan lichtgevende gestalten, die een lik goud hebben meegekregen van de hemel naar de aarde en omgekeerd. Die ladder is door licht omhuld en is naast Jakob geplaatst en nodigt als het ware hem  uit wakker te worden, op te staan en ook die beweging te  gaan maken, de ladder op, het licht tegemoet.   Op zich is het door de poëzie, de beeldrijm, al een droom van een schilderij.

Jakob had alles om een cynische kijk op het leven te ontwikkelen. Het leven is levert harde ervaring op en je moet daarom realistisch zijn. Mensen zijn allemaal uit op hun eigen voordeel en je moet goed voor jezelf zorgen, goed voor jezelf opkomen, want anders word je slachtoffer van anderen. Hij had een broer en die was de oudste en dat feit gaf hem voorrechten. Door list en bedrog wist hij dat voordeel, van die broer, Ezau, af te pakken en naar zich toe te trekken. Hij eigent zich daarmee de erfenis toe die eraan gaat komen. In de struggle for life zijn alle methodes oorbaar. In een oud bijbels verhaal heeft de naam van iemand altijd iets speciaals. Je bent je naam. Jacob zijn naam alleen al: ‘Pootjelichter’. Een nachtmerrie van een naam..! Er wordt verteld dat hij geboren werd met de hand al om de hiel van zijn oudere broer, als het ware om hem in de moederschoot al in te halen. Als jongste ziet hij zich gedwongen om via slinkse maniertjes zijn doel te bereiken. Zo heeft hij Esau, zijn tweelingbroer, en Isaak, zijn vader, nota bene op diens sterfbed nog, bedrogen, om de erfenis te kunnen bemachtigen.  Ja, dat alles is helemaal Jacob. Hij is daarin helemaal zichzelf en hij jaagt helemaal zijn eigen droom na. Maar dat loopt helemaal mis. Zijn droom pakt anders uit dan hij had kunnen dromen. Nu is hij op de vlucht. Letterlijk: voor zijn broer, die zijn bloed wel kan drinken! Op de vlucht ook voor zichzelf. Hij gaat zijn eigen weg, maar dat is een heel andere dan in zijn dromen! Hij heeft niets aan bezittingen mee kunnen nemen. Wat hij wel mee moet nemen, en waar hij liever vanaf zou willen zijn, dat is hijzelf. Je neemt jezelf echter altijd mee. Hij ontvlucht zijn geboortegrond en weet niet waar hij terecht zal komen en hoe het verder met zijn leven zal gaan. Einde verhaal, lijkt het. Maar in de psychologie is er een wet, die zegt: Hoe erger, des te beter. Je gaat vaak pas echt aan jezelf werken, als het niet anders meer kan. Gaat het zo ook bij Jacob?

Jacob gaat liggen slapen onder de sterrenhemel, geen dak boven zijn hoofd en slechts een steen onder zijn hoofd als kussen. En dan krijgt hij een droom. Hij krijgt een droom in de godverlatenheid. Een schoonheid van een droom!

Jacobs droom voorspelt hem een vruchtbare toekomst. Hij mag zijn droom gaan volgen. De hemel staat voor hem open! Hij hoort een stem dat God met hem is. Het doet hem pijn aan de oren en pijn aan de ziel. Hij kan er eenvoudigweg niet aan geloven; het is te ver weg. Het is vast te mooi om waar te zijn.. Kan niet, bestaat niet.. want hij verdient toch zoiets niet, na alles wat hij heeft gepresteerd? De droom was waanzinnig positief. Jacob is nog ver, heel ver van zichzelf verwijderd. Maar die droom sluimert als een virus in zijn ziel. Nu nog heb ik geen plek voor mijzelf, niemand die bij me is, met me is, maar het land waar ik nu op de vlucht ben, wordt straks mijn thuisland. Mijn verlatenheid en eenzaamheid, zal verkeren in tweezaamheid. Er is er één die roept: ik zal je overal beschermen, waar je ook heengaat, ik zal je niet alleen laten.’

Maar Jacob is er ondanks deze droom nog niet aan toe, zijn leerschool is nog niet af. Wat vindt u ook niet dat het verhaal een beetje vreemd afloopt, bijna komisch. O wat is jakob hooggestemd. Hij zet een steen rechtop en zegt plechtig: deze plek, dit is Bethel, het huis van God. En vervolgens lijkt hij te vervallen in een oud patroon. Hij wil harde afspraken en zekerheid. God krijgt hem niet zomaar. Alleen als die God hem voldoende voordeel oplevert, ja dan wil hij erin geloven. Voor wat hoort wat en van vage spiritualiteit kan een mens niet leven.  ‘Als God mij terzijde staat en mij op deze reis beschermt, als hij mij brood te eten geeft en kleren aan mijn lichaam, en als ik veilig terugkom bij mijn verwanten, dan zal de Eeuwige mijn God zijn.’ Moet u ook niet glimlachen? Is de moderne mens van nu er ook niet in te herkennen. Wat heb je eraan om in een onbewijsbare en onzichtbare god te geloven? Het moet wel wat opleveren.

Zo gaat Jacob’s en misschien ook ons leven op en neer tussen droom en werkelijkheid, tussen de harde feiten en het visioen, tussen vastlopen en een nieuw begin maken. Tussen leven in vertrouwen en alleen kunnen leven vanuit harde verzekeringen. Is dat ook niet heel begrijpelijk? Je loopt gevaar als je alleen leeft vanuit een droom, een visioen. Maar je loopt ook vast als je alleen maar de harde realiteit laat spreken, de feiten en de cijfers. We hebben ze beide nodig om balans in ons leven te brengen.

Jacob moet nog groeien. Wij moeten nog groeien, hoe oud we misschien ook denken dat we al zijn. Jacob wacht nog een grote worsteling, later, aan de rivier de Jabbok. Een worsteling met een man, sommigen denken dat het een engel was of een worsteling met God. Hij komt er niet ongeschonden uit, maar dan pas is de nacht voorbij en mag hij het morgenlicht begroeten. De zon ging over hem op. Wat een verhaal! Echt gebeurd, of niet? Het kàn gebeuren. In uw leven, in het mijne. En dat is voldoende hoopvol om het verhaal te blijven vertellen!

Ds. Peter Korver