Home » Diversiteit en inclusie: we zijn allemaal anders en iedereen doet mee

Diversiteit en inclusie: we zijn allemaal anders en iedereen doet mee

Peuters krijgen op de crèche al te horen dat ze andere kinderen niet mogen buitensluiten. Je zou zeggen: van jongs af aan leren we op een goede manier om te gaan met diversiteit, met verschillen tussen mensen. Toch, u weet het, in vrede en gelijkwaardigheid samenleven is bepaald niet vanzelfsprekend. Voor een vrijzinnige geloofsgemeenschap zijn vrijheid en verdraagzaamheid kernwaarden. Wij kijken liever naar wat mensen verbindt, dan naar wat ze van elkaar scheidt. Niet vreemd dus dat Vrijzinnigen Nederland als jaarthema diversiteit heeft gekozen. De Kapel gaat daar graag in mee.  

 Diversiteit betekent verscheidenheid. Hieronder ziet u de zogeheten ‘diversiteitscirkel’. In één oogopslag wordt de verscheidenheid in de samenleving zichtbaar. Het gaat niet om één aspect van het leven, maar om vele. U en ik verschillen ook in een aantal opzichten van de meeste andere mensen. Als oudere, als vrijzinnige, behoort u ook al tot een minderheid. Actueel is de wijze waarop met Gay Pride seksuele diversiteit gevierd wordt, die van LHBTi-ers (lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgenders en intersekse personen). Diversiteit is er op tenminste nog zeven andere terreinen. In het dagelijkse leven hebben we te maken met uiteenlopende religies, etnische groepen, met rijke en arme mensen, met hoog- en laagopgeleiden, met mensen met een fysieke, een psychische of verstandelijke beperking, met jonge en oude mensen en – het meest in het oog lopende – mannen en vrouwen (gender). (En dan hebben we het nog niet eens over de bio-diversiteit)

Binnen al deze sectoren is er een meerderheid en een minderheid, een dominante groep en een groep die minder mee kan doen of minder erkend wordt. Een combinatie van dominante eigenschappen heeft gemaakt dat de blanke, gezonde, niet-oude, christelijke, rijke, hoog opgeleide man de toon heeft gezet. Dat er nu eenmaal verscheidenheid is in de samenleving is dan ook geen neutrale vaststelling van een feit. Het geeft ook aan dat er groepen zijn die minder kansen krijgen om mee te doen. Vrouwen, homo’s, islamieten, Antilianen, mensen in de bijstand, schoolverlaters, slecht zienden en ouderen bijvoorbeeld staan vaak op afstand.

Een woord dat samengaat met diversiteit is inclusie. Dat woord gaat over ‘insluiten’ en staat tegenover exclusie, uitsluiting. Inclusie gaat over het meedoen en erbij horen van mensen en groepen voor wie dat niet vanzelfsprekend is. We spreken over een inclusieve samenleving als mensen die op wat voor manier dan ook ‘anders zijn’ dan de meeste anderen op een vanzelfsprekende en natuurlijke manier kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven, dus aan onderwijs, sport, arbeid, de politiek en de kunst.  

Exclusie, uitsluiting, leunt aan tegen discriminatie -onderscheid maken tussen mensen op grond van uiterlijke kenmerken. Dat is voor een gelovig mens in strijd met de bijbelse boodschap. Als Jezus zijn boodschap samenvat, dan leert hij, geheel in lijn met de Joodse traditie, God lief te hebben en de naaste als onszelf.  Wie is onze naaste? In het kamerdebat over het VN-migratiepact vorig jaar dacht het kamerlid Baudet er verstandig aan te doen te stellen dat Christus ons leert niet zozeer te houden van mensen ver weg, als wel van onze náásten. We weten natuurlijk heel goed waar Christus over sprak in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan. Het gaat daar juist voor het opkomen van de verachte vreemdeling. Over wie onze naaste is en voor wie wij een naaste moeten zijn, bestaat in de bijbel geen enkele twijfel. Dat is iedereen met wie wij in aanraking komen. Daarom mag je die gelijkenis zien als een pleidooi voor diversiteit en inclusie.

Peter Korver