Overweging: De vrouwelijke kanten van Christus

Ik neem u in gedachten mee naar Henegouwen, de Belgische provincie die ligt ten z.w. van Brussel tot de Franse grens. We zijn dan in Wallonië, het Franstalige deel van België. Daar vinden we het stadje Lessen dat bekend is vanwege een ziekenhuisje dat dateert uit de 13e eeuw, het Gasthuis van Onze Lieve Vrouw met de Roos. Daar verzorgden zusters Augustinessen de zieken. Sinds de vorige eeuw is er nu een museum gevestigd. Daar is een bijzonder schilderij te bekijken, dat u aantreft op de liturgie van vandaag. Bij oppervlakkige beschouwing is het een van de zovele Renaissance-stukken waarop te zien is hoe de gestorven Jezus van het kruis genomen is en beweend wordt door Maria, zijn moeder, door andere vrouwen zoals Maria Magdalena en door de engelen. En wie de schilder is weten we niet eens. Maar wat zo opmerkelijk is: Jezus is geschilderd met vrouwenborsten. De zusters hebben dat bewust zo gewild toen zij ergens in de 16e eeuw de schilderopdracht gegeven hebben aan een kunstenaar. Dat deden zij vast niet als een ondeugend grapje of zo, ze hebben er vast mee willen uitdrukken dat Jezus ook vrouwelijke kenmerken had. Over een klooster hebben bisschoppen geen gezag. Het schilderij was dan ook alleen voor de ogen van de zusters bedoeld: de bezoekers mochten het niet zien. In de 19e eeuw vonden de zusters het toch een schokkend beeld. Ze besloten om de vrouwenborsten te bedekken met een laagje grijze verf. Het had maar weinig gescheeld of het had het daglicht nooit gezien. Tot 1980 was het ziekenhuis in werking. Toen het werd overgenomen en er een museum van werd gemaakt, werd het als kunstwerk gezien en na al die eeuwen eens gerestaureerd. Niemand had verwacht dat onder de verflaag vrouwenborsten zaten.

Wat had de zusters ooit bewogen om Jezus met borsten te willen weergeven, om van hem een tweeslachtig wezen te maken, mannelijk én vrouwelijk, een hermafrodiet? Konden zij zich niet langer of niet voldoende herkennen in die uitsluitend mannelijke beelden die de christelijke traditie heeft voortgebracht? Een God de Vader, die Koning, een rechter en dan een God de Zoon, terwijl alle religieuze leiders, de voorgangers, uitsluitend mannen zijn.  Je kan je voorstellen dat een vrouwengemeenschap zoals een nonnenklooster, niet gehinderd door mannelijke kerkelijke autoriteiten andere accenten wil leggen of zelfs een andere visie op heeft. 

De zusters herkenden in het lijden van Jezus iets wat veel vrouwen ook moeten lijden. Hij ondergaat pijn om daarmee leven voor anderen mogelijk te maken. Dat doen vrouwen die een kind baren ook. Hij stelt zich dienstbaar op, zet zijn leven in voor anderen. Hij luistert en oordeelt niet. Dat zijn eigenschappen die wij eerder aan vrouwen toeschrijven dan aan mannen. We beschouwen ze als vrouwelijk, een kant van een mens die zowel bij vrouwen als mannen op de voorgrond kunnen treden. Jezus is zorgzaam en genezend. Men zegt ook dat de woorden van Jezus de geest voeden, zoals een vrouwenborst een kind voedt. Misschien hebben de zusters dat willen uitdrukken toen ze de schilder de opdracht gaven Jezus vrouwenborsten te geven. Ik las ook ergens dat Jezus wat tegenwoordig heet een ‘metroman’ is, een aantrekkelijke, meestal heteroseksuele man, die leeft in een metropool, een grote stad, en die niet bang is zijn gevoel en zijn zachte, zo je wilt vrouwelijke kant te laten zien. Dat metro is afgeleid van metropool, in dat woord zit het Griekse moeder en stad. 

In de kerkgeschiedenis draaide het steeds om de inbreng, de overheersing van mannen en het mannelijke. God was een man, Jezus was een man, de paus, de priesters, de predikanten waren allemaal mannen. In het OT sluit God een verbond met mannen, jongetjes worden besneden als ze acht dagen oud waren. Het verbond wordt dus direct met de man gesloten. De vrouw behoorde wel tot het verbond tussen God en mens, maar slechts via de man – eerst als dochter van de vader, dan als vrouw van haar man. In het NT en het vroege christendom is dat radicaal anders. De ene mens is niet belangrijker dan de andere. Iedereen heeft dezelfde relatie tot God. Paulus schreef, u hoorde het, Uiteindelijk zal alles wat mensen van elkaar scheidt en van God scheidt wegvallen: Want u bent allemaal kinderen van God, Want allemaal bent u in Christus gedoopt. Er is geen Jood of Griek meer, er is geen slaaf of vrije, het is niet man of vrouw, u bent allemaal één in Christus Jezus. Volgens het christelijk geloof zal uiteindelijk “alles in allen” zijn.

Dat was revolutionair, zowel binnen de godsdienst als ten opzichte van de ideologie van het Romeinse rijk. De meester is niet belangrijker dan de slaaf, de bestuurder niet dan wie van hem afhankelijk is, de man niet belangrijker dan de echtgenote, de gezonde niet belangrijker dan de zieke. In de kerk worden allen gedoopt, mannen en vrouwen en zijn alle posities voor mannen en vrouwen. Maar u weet, dat radicale heeft in de kerk niet lang stand gehouden. Ook daar is de man uiteindelijk weer dominant geworden, ook daar zijn machtsposities gekomen. 

Dat heeft incidenteel wel eens tot verzet opgeroepen. Een paar jaar geleden, met kerstmis, toen er als elk jaar op het St. Pietersplein een levensgrote kerststal stond opgesteld en de paus net voor de ogen van miljoenen televisiekijkers zijn zegen Urbi et orbi, voor de stad en de wereld, had uitgesproken, trad er een vrouw met ontbloot bovenlijf naar voren, ze griste uit de kribbe de pop die het kindje Jezus voorstelt, hield de pop met gestrekte armen boven haar hoofd waardoor goed te zien was de leuze die ze in zwarte letters op haar lichaam had geschilderd: ‘God is vrouw’. De vrouw werd kort na haar daad door een agent van de veiligheidsdienst van het Vaticaan aangehouden. God, een vrouw dan? Zijn het niet allemaal metaforen, beperkt? Het ‘vaderschap’ van God is niet meer dan een metafoor. God is evenzeer moeder als vader. En de Verrezen Christus is geen mannelijke figuur die ergens rondzweeft, maar is de Geest in ons, de gever van het leven, die zowel vrouwelijke als mannelijke trekken heeft.

Dat God een vrouw zou zijn, is net zo eenzijdig en beperkt als dat God wordt voorgesteld als man. Dat doet tekort aan de helft van de wereldbevolking, de vrouwen. Dat doet tekort aan andere kanten van onszelf, die zo onmisbaar zijn als het gaat om onze omgang met elkaar, met de aarde en met het onnoembare, het uiteindelijke. Laat ons belangrijkste oerverhaal, dat van Genesis, God al niet zeggen: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis en God schiep de mens naar zijn beeld; mannelijk en vrouwelijk. Carl Gustav Jung, de bekende grondlegger van de psychoanalyse, heeft er terecht op gewezen dat elke vrouw in haar persoonlijkheid ook een ‘mannelijke kant’ ofwel ‘animus’ heeft, en iedere man een ‘vrouwelijke kant’, zijn ‘anima’. Jezus leek zich bewust te zijn van zijn anima. Bij zijn openbaar optreden trad hij  niet alleen openlijk  in contact met de vrouwen die hij tegenkwam, wat in die cultuur ongehoord was, maar ook ontleende hij in zijn voorbeelden, zijn gelijkenissen, veel aan de wereld van vrouwen. Naast een voorbeeld uit de mannenwereld plaatste hij steeds er een uit die van de andere sekse. Gods nieuwe wereld is als de vrouw die door het beslag van drie zakken meel maar weinig zuurdesem, gist hoeft te mengen. Dat volgt op de vergelijking van een man, een boer, die met maar een klein mosterdzaadje een enorme boom kweekt. Naast de vrouw die alle doet om een verloren muntje terug te vinden de gelijkenis van de herder die alles in de steek laat om een verdwaald schaap op te sporen. Naast de weduwe die een onrechtvaardige rechter lastig valt, staat de man die midden in de nacht zijn buurman durft te wekken. 

Ook laat Jezus zich terecht wijzen door een vrouw. Als een vrouw uit een ander volk hem om haar dochter te genezen en Jezus nogal bot zegt dat hij alleen gekomen is voor het volk Israël, en dat eerst de kinderen van dat volk te eten moeten krijgen en dat het voedsel hen niet ontnomen mag worden om het de honden toe te werpen, zegt zij, heel ad rem dat honden toch de kruimels mogen eten die van de tafel vallen, dan geeft Jezus toe en zet zodoende een eerste stap op zijn weg naar een universele zending, dat hij gekomen is voor alle mensen en voor alle volken. 

Uiteindelijk zal alles wat mensen van elkaar scheidt en van God scheidt wegvallen, want wij zijn allemaal kinderen van God, het is niet langer man of vrouw, wij zijn allemaal één in Christus. Volgens het christelijk geloof zal uiteindelijk “alles in allen” zijn. Mannen en vrouwen zullen niet langer tot twee werelden behoren. Maar ook de hemel en de aarde niet. Het goddelijke en het menselijke zijn dichtbij en in elkaar herkenbaar. We hoorden het gedicht van Elizabeth Bishop. Op het eerste gehoor heeft het niets te maken met geloof of God, maar alleen over een vies benzinestation. 

Maar de schoonheid, ja God zelf, ligt op straat. Als je maar goed kijkt. Deze dichteres kan heel goed kijken en het dan zo vertellen dat jij als lezer het tot in alle details voor je ziet. En dan gaat ze nog een stukje dieper en je merkt op wat er eigenlijk aan de hand is bij zoiets gewoons als een pompstation. Iemand heeft de lap met borduurwerk versierd. Iemand geeft de plant water, of oliet hem wellicht. Iemand zet de rijen blikken zo neer dat zij zachtjes prevelen tegen opgewonden auto’s, ESSO-SO-SO-SO. Iemand heeft iedereen lief.

Die laatste regel in dat gedicht is welbeschouwd een geloofsbelijdenis, een belijdenis die mij zeer aanspreekt. In het gedicht komen hemel en aarde bij elkaar op een manier die mij ontroert. Echte mensen, de wereld zoals zij is. En wat daar dan van gene zijde doorheen breekt, iets, iemand die alles, die iedereen verbindt. Precies het verhaal van Jezus.

ds. Peter Korver