De kracht van de Vrijzinnige theologie

De kracht van de vrijzinnige theologie ligt in de ‘zingeving en verbinding’.  Ieder mens zoekt naar zingeving in zijn leven en daarbij is ieder mens er ook  op uit, om in ontmoeting met een ander mens te zijn. Als basis mag je ervan uitgaan dat  een mens het prettig vindt om in verbinding met een ander te zijn, om elkaar te ontmoeten, om elkaar te spreken, om uit te wisselen wat je dierbaar is. De mens is op zichzelf niet als een solitair wezen gecreëerd, maar als een creatie, die de verbinding zoekt.  Voor deze verbinding en deze zingeving geven wij in de Kapel en op andere vrijzinnige plaatsen de ruimte.

Uitgangspunt voor ons in de vrijzinnige theologie is, dat wij de basis van de theologie zoeken in ons eigen geloofsleven. We beginnen niet bij een vastgestelde belijdenis vanuit de eerste eeuwen na Christus en ook niet bij een ander dogmatisch uitgangsmoment.

De theologie moet voor ons beginnen in het geloofsleven, in de menselijke geest en niet bij een werkelijkheid buiten die geest. In de diepe grond van de geest openbaart zich de hoogste norm, als het meest waarachtige Zijn, waar God wordt gevonden. God is het wezen van ons wezen, God is immanent, zodat wij God niet boven of buiten natuurlijk moeten denken. (onderbouwd door de theologen Roessingh en Hoekstra / begin 20ste eeuw ). Voorafgaande aan Roessingh en Hoekstra was het Schleiermacher die de ware grondlegger van de vrijzinnigheid mag worden genoemd.   Voor Schleiermacher was het gevoel van de mens essentieel bij het uitgangspunt van de theologie:

“ Het oergevoel, dat de verschillende religies in een verschillende vorm met elkaar delen is een gezamenlijk fundament dat verankerd is in het menselijk gemoed. Mensen worden aangedaan of aangeraakt door het transcendente of oneindige, dat in het universum tot uitdrukking komt”.

De man die in de 20ste eeuw deze vrijzinnige theologie krachtig heeft vertaald, is Paul Tillich. Hij stelt:

“ Het geloof is de moed om te zijn. Wij bestaan door de macht van het Zijn. De macht van het Zijn is een macht die voortdurend het niet-Zijn overwint. De mensen moeten het wagen om het niet-Zijn te boven te komen, dat is geloven”.

In deze visie van Tillich gaat het over zingeving en het als mens in verbinding met de ander zijn. Want in verbinding met de ander gebeurd de liefde, gebeurd er de medemenselijkheid.

De kernvraag is, zijn wij of zijn wij niet, ben ik of ben ik niet. Als wij Zijn, dan is God in dit Zijn aanwezig, oftewel, zoals Levinas het zei:  In de ontmoeting met de ander geschied God. Als ik de andere mens aankijk, dan kan de vonk van God gebeuren.

In onze Kapel zijn wij zo een oefenplaats van geloof, een plek waar wij met elkaar naar humaniteit zoeken die God voor ogen staat in deze wereld.  Voor de toekomst zal het zo zijn, dat mensen de vrijzinnige plekken van geloof opzoeken, omdat men op zoek is naar zingeving voor het leven en juist de geloofsgemeenschap een plek is waar men met andere zoekende mensen onderweg kan zijn. Ja, kerken lopen leeg, ik vind dat niet vreemd, omdat men niet aansluit bij de levensvragen die de mens als zinzoeker heeft. Het vrijzinnige antwoord is heel helder. De immanentie van God is in ieder mens aanwezig.

Tom Rijken