De Chaconne van Bach en het vinden van God

Laat God zich kennen? Voor de meeste christenen is het antwoord ja. We leren God in eerste instantie kennen, zo is hen geleerd, uit zijn werken, de natuur, de schepping. Tegelijk: het is niet genoeg om naar de sterren te kijken en dan – verbaasd over het bestaan van zoiets schitterends – te denken: zou er toch ergens een God bestaan? De maker van die sterrenhemel leren we alleen echt kennen uit de bijbel. De bijbel is protestants gedacht de enige bron die ons betrouwbare informatie over God geeft. Als iemand in de Protestantse Kerk in Nederland bevestigd wordt als predikant, dan belooft hij of zij de bijbel te aanvaarden als de bron van de prediking en als enige regel van het geloof. Vrijzinnigen zullen daar toch het nodige voorbehoud bij maken. Spreekt God zelf in de bijbel tegen ons? De bijbel als boek waarin mensen spreken over hun ervaringen met God, ja. Veel van die ervaringen delen we. Maar met veel aan God toegeschreven uitspraken hebben we moeite en vermoeden we dat de schrijver God laat buikspreken. Dat we God soms ervaren in de grootsheid van de schepping, de natuur, is iets dat we herkennen als we op vakantie in de bergen zijn, of een boswandeling maken. Tegelijk realiseren we ons dat de natuur niet alleen onze bewondering oproept. Er kleven vele wrede en destructieve kanten aan.

Bij het halfjaar thema Kunst kwam naar voren dat God of het goddelijke, invoelbaar of ervaarbaar kan worden ook bij niet-verbale uitingen als kunst. Buiten woorden of het Woord, spreekt dan ook intuïtie, gevoel, verbeelding van het Onuitsprekelijke. We beperkten ons toen tot de beeldende kunst. Ook muziek kan verbinding brengen met het grootse, ons overstijgende geheim. Soms zonder woorden erbij, zoals in een symfonie, soms met al dan niet bijbelse woorden. In dat laatste geval denken we al gauw aan Johann Sebastian Bach. Albert Schweitzer noemde de componist de vijfde evangelist. De kerken zitten voller als daar de Matthäus Passion wordt uitgevoerd, dan wanneer er een dienst is. De schrijver van een veel gebruikt schoolboek voor het vak godsdienst stelde jaren geleden dat in dit magistrale werk de verkondiging en het evangelie de ‘hoofdzaak’ zijn en de muziek ‘slechts een dienende en illustratieve betekenis’ heeft. We weten dat het, althans voor de meeste moderne luisteraars, eerder omgekeerd is. Ze zijn tot in het wezen van hun ziel geroerd door de muziek en niet dankzij maar ondanks de woorden, die op zichzelf staand vaak stellig-orthodox of dweperig overkomen. We mogen vaststellen dat het evangelie veelal in diskrediet is geraakt, terwijl de muziek van Bach steviger staat dan ooit. Dankzij deze componist blijft het christendom aanwezig in de geloofsbeleving van deze tijd. In zijn passionen en in die tweehonderd cantates blijven de woorden van het oude en nieuwe testament klinken.

Maarten ’t Hart is één van de meest hartstochtelijke bewonderaars, zoals weer eens blijkt uit de recente publicatie van zijn vernieuwde Bach-biografie. Hij verklaarde ooit dat de componist bij hem de plaats had ingenomen van God en dat hij nu even graag schopt tegen het ouderlijk geloof als dat hij Bach vergoddelijkt. Het blijft wonderlijk hoe iemand die zegt ‘totaal ongelovig’ te zijn, juist door zijn muziek zo in vervoering kan raken. Doet de muziek wellicht datgene wat de woorden niet kunnen? In de roman ‘De droomkoningin’ uit 1980 is de muziek van Bach voor de hoofdpersoon ‘de enige troost beide in leven en sterven’. Als hij op de muziekschool een meisje bij een uitvoering uit de tweede partita in d-klein de Chaconne op viool hoort spelen, raakt hem dat zo dat hij hopeloos verliefd wordt op haar en met haar zal trouwen. Het was liefde op het eerste gezicht. De compositie van de roman is geïnspireerd op de chaconne-vorm. Het is net, schrijft hij nu, alsof Bach in die Chaconne iemands levensloop heeft beschreven. Eerst – rustige akkoorden, achtsten – de geboorte, dan de overmoed, maar ook de smarten van de jeugd (al die zestienden, later zelfs tweeëndertigsten), dan de korte tijd waarin men echt gelukkig is (het majeurgedeelte), ten slotte ouderdom en dood (het mineurgedeelte aan het eind). Wat brengt Bach tot uiting in deze muziek? In de roman oppert de hoofdpersoon: “Misschien vindt hij opeens God, of misschien is hij gelukkig omdat hij de Chaconne heeft gecomponeerd, ja, dat zal het wel zijn, Bach heeft laten horen dat er eenmaal in je leven een moment kan zijn waarop je zo gelukkig bent over iets dat je gedaan of gemaakt hebt, dat er niets meer te wensen overblijft.”

Peter Korver