Home » Carnaval en halfvasten

Carnaval en halfvasten

vasten schemaZondag 14 februari begon het carnaval. U weet: het is een volksfeest dat vooral in het zuiden uitbundig wordt gevierd. Verkleed en met een feestneus op en een glas bier in de hand laat men zich een paar dagen gaan. In optochten buiten gaan de praalwagens voorbij, waar maanden aan is gewerkt. Daarop worden plaatselijke autoriteiten op vrolijke en milde wijze de hak genomen. Daarna trekt men van kroeg naar kroeg. Nieuwe en oude carnavalsschlagers worden gezongen met teksten die op de rand van het betamelijke zijn, men danst de polonaise en heeft plezier. Dit jaar viel de optocht in veel plaatsen in het water. De voorspelling van stormachtig weer met krachtige windstoten maakten afgelasting nodig. Dat is jammer van het vele werk dat zoveel enthousiastelingen hebben besteed aan het bedenken en het opbouwen van al die wagens. Daarom gaat de optocht alsnog door op halfvasten. Weet u wat dat is en wanneer dat is? De geschiedenis van carnaval laat zien dat het feest een stevige oorsprong heeft in het religieuze leven. In die zin kun je carnaval onder de christelijke feestdagen scharen. Want wat is carnaval?

Het echte carnaval gaat vooraf aan de christelijke traditie van het 40 dagen vasten die begint op Aswoensdag. Dat was woensdag 17 februari. Dan begint de vastentijd. van officieel de 40 dagen tot Pasen en is bedoeld als een periode van bezinning. Met vasten hoopt men geestelijke groei te bereiken door af te zien van alle lichamelijke geneugten. Want dat is vasten: 40 dagen lang geen of matig zijn met voedsel, drank, slaap en seks. Dat is een oefening in zelfdiscipline, jezelf de baas kunnen zijn, je weten te beperken, kunnen leven zonder al het gemak en overvloed dat onze samenleving kent, jezelf grenzen kunnen opleggen. Wat je uitspaart met dat even minder royale leven, dat is idealiter bedoeld om te geven aan hen die in armoede leven. Daar is dan een vastenactie voor.

Het valt te begrijpen dat nogal wat mensen vroeger opzagen tegen de vastenperiode. Er mocht dan zoveel niet, je moest je zoveel ontzeggen. Je kon je er ook niet echt aan onttrekken, want iedereen deed er aan mee in het zuiden en in het noorden de katholieke gemeenschap. De laatste dagen voor het grote afzien begon, werden de bloemetjes nog eens flink buiten gezet, carnaval dus. Flink los gaan met eten, drinken en feesten. Het gelovige volk stak tijdens het carnaval bij voorkeur de draak met allerlei heilige tradities en regels van de katholieke kerk. Er werden ezelsmissen opgedragen en geestelijken werden rondgereden op mestkarren. Autoriteiten werden bespot in hun hebbelijkheden, wat alleen in die paar dagen ongestraft kon gebeuren. Ja, carnaval had een ventiel-functie. Alle onderdrukte kritiek en ongenoegen mocht aan je ontsnappen. En diezelfde autoriteiten lieten dat toe. Eén keer per jaar. Dat nam de druk van de ketel. Daarna kon iedereen zich weer voegen naar de regels die van boven opgelegd waren.

De functie die carnaval vroeger had, heeft het nu niet meer. Niet alleen kan men in dit land elke dag van het jaar zijn ongenoegen en kritiek op de overheid uiten, maar ook zijn er niet veel mensen meer die ‘vasten’. Maar je haalt een carnavalsoptocht die niet door kon gaan vanwege de storm ook weer niet in tijdens die periode. Behalve dan misschien op ‘halfvasten’. Dat is de zaterdag en zondag 5 en 6 maart, zondag Laetare, ‘Verblijd u’, halverwege de 40 dagen. Dan wordt al een beetje vooruitgegrepen naar de vreugde van Pasen. Het vasten  regime wordt tijdelijk verlicht. De kleur paars, kleur van inkeer, is één zondag wat lichter en wordt rose.

Ds. Peter Korver