Overweging Pasen 2018

Geniet u ook zo, van de natuur die heel voorzichtig aan het ontluiken is? De eerste bollen kwamen al voor de heftige vorstperiode in februari boven de dorre grond en sommige bloemetjes trotseerden die vorstperiode zelfs. Een ontluikende natuur met knoppen aan bomen en struiken en het begin van fris jong groen.
De dorre doodsheid van de winter verjaagd, nieuw leven vangt aan. Ja, reikhalzend zien wij uit naar het lengen der dagen en de warmte van de zon op onze huid. Ieder jaar opnieuw kan ik er in verwondering naar kijken en van genieten. Maar dat frisse, dat jonge, we kunnen het niet vasthouden. Onomkeerbaar komt er na de lente de zomer, de herfst en opnieuw de winter.

Al vanaf het begin der tijden is de mens gefascineerd door leven en sterven, door de oorsprong van het leven en het mysterie van de dood. Een mysterie was het, voor de ouden, een mysterie is het voor ons en een mysterie zal het hoogstwaarschijnlijk blijven tot ons eigen uur van sterven en daaraan voorbij.
Door de tijd heen heeft de mens gepoogd dat wat er om hem heen gebeurt te verklaren.

Met alles wat de mens kan, heeft uitgevonden en heeft overwonnen is onsterfelijkheid iets wat – nog steeds – buiten ons bereik ligt. Pogingen jezelf te laten invriezen ten spijt.
Sprookjes en mythen verhalen over de zoektocht naar het levenselixer. En welke vrouw – en jawel, ook steeds meer mannen – gebruikt er geen crème om de huid soepel te houden en er jong uit te blijven zien? We willen onze jeugd, de tijd van – meestal – eindeloos en tijdloos geluk, vasthouden of we pogen die terug te krijgen.

Eén van de oudste verhalen over onsterfelijkheid stamt uit ca 2100 voor Christus. Het Gilgamesj epos, een verhaal over liefde en vriendschap, maar vooral een zoektocht naar het kruid des levens om onsterfelijk te worden.
Het overwinnen van de dood zien we ook terug in sprookjes. We kennen allemaal het verhaal van Doornroosje en Sneeuwwitje die door de prins worden wakker gekust.  Van Jaap en de bonenstaak waar Jaap, omdat er geen eten meer is, de koe ruilt en tenslotte thuis komt met bonen die, wanneer ze zijn geplant, tot in de hemel reiken en hij daar goud vindt om in het onderhoud van zijn moeder en hemzelf te voorzien en zo verder kan leven.
In de Griekse mythen waren nectar en ambrozijn godenvoedsel, omdat deze het geheim van onsterfelijkheid zouden bevatten. Daar zijn goden als Zeus, Apollo, Aphrodite en Athene onsterfelijk. Daar daalt Orfeus af in de dood en keert terug naar het leven. De vogel phoenix die uit haar eigen as verrijst. Er zijn vele beeldverhalen over onsterfelijkheid.

Bijbelverhalen, sprookjes en mythen; nee, het zijn geen verhalen uit een ver verleden of voor mensen uit een ver verleden. Het zijn verhalen die diepe waarheden onthullen vanuit levende ervaringen. Verhalen die voortvloeien uit het domein van de menselijke ziel, archetypische verhalen, ons mythisch – universeel-  bewustzijn. (lees Freud er maar eens op na) Verhalen die iets zeggen over onze worsteling met dood en sterfelijkheid.

De mythe die wij zojuist hoorden, van Persephone en Demeter, is gedateerd rond de 7e eeuw voor Christus. Het Griekenland in de Romeinse tijd.
Het verhaal behoort tot de Eleusinische mysteriën, religieuze gebruiken die werden gekenmerkt door inwijdingsriten. Zoals ook de toetreding bij de eerste christengemeenten gepaard ging met mysteriespelen die een inwijdingsrite was.
Het waren zuiveringsriten, gewijde toneelvoorstellingen, en er ging een vastenperiode aan vooraf.

Mysterion, waar het woord mysterie vanaf stamt, betekent de ogen of de mond dichtdoen. Een mysterie werd gekenmerkt door het sluiten van de lippen. Er werd niet over gesproken. En het sluiten van de ogen is als het ingaan van het duister.
In de liturgie van de Rooms Katholieke kerk vinden wij dit nog terug. Gisterenavond maakte ik in de Vitus kerk in Naarden de Paaswake mee. Een volledige duistere kerk waar achterin de kerk het Paaslicht werd ontstoken en vanuit die ene kaars verspreidde het licht zich door de kerk omdat het licht werd doorgegeven aan de kaarsen die iedereen had gekregen bij binnenkomst. Uit één licht kwamen zoveel lichten voort.

In het mysteriespel van Persephone werden graanhalmen gebruikt en ging het om de potentie van de graankorrel die, wanneer deze in de grond ging, rijke oogst voortbracht. Een beeld dat wij ook uit de Bijbel kennen en door het Christendom is overgenomen, is gekerstend.

In de mythe is Demeter, de moeder, blij met haar dochter Persephone, de godin van de Lente. Waar Persephone is, bloeit alles fris en groen. Het is het symbool van onze jeugd, van onze onschuld. De wereld van de éénheid, het paradijs.
Maar deze jeugd, deze onschuld, wordt – in de persoon van Persephone – meegetrokken, het duister in, naar de onderwereld. Daar waar Hades heerst en waar hij haar tot zijn vrouw neemt. Er ontstaat dualiteit.

Het is net als wanneer wij een moeilijke periode in ons leven doormaken. Alles lijkt grauw en dor.

Zo wordt ook de bovenwereld zonder Persephone grauw en doods. Groei stagneert en de wereld is onvruchtbaar geworden.
Wanneer moeder Demeter erachter komt waar haar dochter is weet zij de oppergod Zeus te overreden haar dochter weer naar de bovenwereld te laten komen. Maar omdat zij in de onderwereld van de granaatappel heeft gegeten moet ze het aantal pitjes dat zij at steeds opnieuw aan maanden in de onderwereld vertoeven voor ze weer naar de bovenwereld terug kan keren.

Zoals ook in onze levens vreugde en verdriet elkaar afwisselen, het is inherent  aan de dualiteit van ons bestaan.

De lente, de momenten dat wij gelukkig zijn, kunnen wij niet vasthouden. Die momenten ontglippen ons steeds opnieuw. De hoogtepunten in onze levens, we kunnen die momenten niet vasthouden. De huwelijksdag gaat voorbij, de pasgeboren baby groeit op, in het concert wordt de laatste noot gespeeld, je eeuwig verliezen in een orgasme is niet vol te houden en na een mooie wandeling in de natuur keer je vermoeid weer naar huis.
Alles gaat voorbij, de gelukkige momenten, maar gelukkig ook de moeilijke.

Het is een proces wat je kunt vergelijken met het proces van de natuur, zoals met het graan. De graankorrel gaat de grond in, moet sterven in de doodsheid en de dorheid van de aarde. Maar daar, diep in de aarde vindt er groei plaats en de graankorrel werkt zich door de weerstand van zijn schil en van de aarde heen. Dan komt er een periode van rijping alvorens er tenslotte geoogst wordt, de grond braak komt te liggen en het hele proces opnieuw begint. Een cirkelgang.

Dit aardse proces van de landbouw is ook een psychologisch proces. Het gaat over de verscheurende pijn en hoe daarmee om te gaan.

Wanneer we naar beneden gezogen worden, in ons verdriet en onze pijn kan daar groei plaatsvinden. Volwassen worden en rijpen. Van meisje tot vrouw groeien, zoals Persephone. Om dan vervolgens op een volwassen wijze met de moeder, met Demeter, om te gaan. Niet meer in afhankelijkheid maar onafhankelijk.

Het is de potentie van de graankorrel. De graankorrel die rijpt en veel vrucht voortbrengt. Of het licht van de kaars dat zich verspreidt.

Ook Jezus spreekt met enige regelmaat over de graankorrel die de aarde ingaat om te sterven en zo veel vrucht voortbrengt. Beeldtaal die ook refereert aan het Oude Testament, aan Jesaja.

De graankorrel als beeld waarheen wordt verwezen in verband met het sterven van Jezus en ook zijn opstanding.

Ook bij Jezus gaat het over dat pure, dat jonge, dat kwetsbare. In al zijn kwetsbaarheid en puurheid staat hij tegenover al die gestalten, de hogepriesters en schriftgeleerden, die de rechtvaardigheid niet kunnen verdragen.
En die kwetsbaarheid moet gedood, moet gekruisigd worden en vervolgens begraven.

Net als bij Persephone.

Net als bij ons, wanneer we door het leven geslagen worden. En wie kent dat niet? Allemaal toch, in meer of mindere mate. Die moeilijke momenten zijn momenten die we maar al te graag los willen laten!

Wij hebben, net als Persephone, soms een langere of kortere periode dat we ons terugtrekken, dat we het niet meer zien zitten, dat we rouwen, dat we opnieuw moed moeten verzamelen om het leven weer aan te kunnen. U en ik, we kennen het allen van nabij.

En toch?… En toch! En toch bent u weer verder gegaan, kwamen er ook weer leuke en mooie momenten. Ging het leven door en kwamen er ook weer goede dingen. Er komen momenten waarop je weer kan lachen, waarop je weer blij kan zijn. En ja, die momenten willen we wel vasthouden.

De verhalen van Jezus, Persephone en van ons raken aan elkaar.

Het verhaal van Jezus’ kruisiging, waarna hij drie dagen het graf, het duister in ging, en de opstanding laten ons zien dat er opstanding kan plaatsvinden. Dat na het enorme duister, de diepte waarin we verkeerden, we ook weer kunnen opstaan om verder te gaan. En zelfs weer van het leven mogen en kunnen genieten. Wanneer we dit ervaren, werkelijk doorleefd ervaren, kun je dit een inwijding in het mysterie van dood en leven noemen. Jezus is hierin richtingaanwijzer voor ons. Niet voor niets betekent de naam Jezus ‘redder’ en de naam Christus ‘gezalfde’.

Wanneer Persephone na een aantal maanden in de onderwereld te hebben vertoefd weer bovengronds komt gaat de dorre aarde weer bloeien. Komt de lente weer terug.

Wanneer wij bij onszelf waarnemen dat we weer blij kunnen zijn na een moeilijke tijd, dan willen we dat vasthouden. Want het moeilijke willen we niet.

Dat nieuwe, het prille en het lichte willen we vasthouden. En dat is nu net wat niet kan.

Na het verdriet om Jezus’ dood is er voor Maria het verdriet van het lege graf. Op de afbeelding voorop de liturgie zie je nog de doeken liggen in het graf. In de vorm van een mens, Maria, in haar verdriet afgebeeld. Dan lezen we:

Maria stond nog bij het graf en weende. Ze hebben mijn heer weggehaald. Waarom huil je vroeg Jezus. Maar Maria dacht dat het de tuinman was.
Ze zei: Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd.
Jezus zei: Maria.
Maria draaide zich om en zei: Rabboeni.
Houd me niet vast zei Jezus.

Steeds opnieuw hervinden wij onszelf, kwetsbare mensen die wij zijn. Steeds borrelt er in ons iets nieuws, iets puurs, iets prils, de lente. Een verlangen. We noemen het ‘leven’.

Maar we kunnen het niet vasthouden.

Het enige wat we kunnen doen is ons overgeven aan de cirkelgang van het leven met al zijn facetten. Zoals Persephone en Demeter. Zoals Jezus’ opstanding. Kopje onder en weer opstaan.

Dat vieren we met Pasen; Terugkeer van het licht, opstanding van het licht. Wij mogen opstaan en in het licht gaan staan. Steeds opnieuw mag het licht gaan wandelen en ons aanraken.

Amen

Monika Rietveld