Home » Overweging: Grenzeloosheid – 24 juli 2016

Overweging: Grenzeloosheid – 24 juli 2016

Zes jaar geleden verscheen er een spraakmakend boek en dat heette: De grenzeloze generatie. Het was het rapport na een breed onderzoek door het gerenommeerde bureau Motivaction. Het bevatte een scherpe analyse van de jongste generatie en niet minder ook van hun ouders. De jongste generatie is opgevoed in vrijheid en voorspoed. Ze leeft intens, is gefascineerd door uiterlijk, kicks, status en netwerken. Veel jongeren treden de toekomst met vertrouwen tegemoet en wenden hun vitaliteit op een positieve manier aan. Maar daarnaast zijn de schadelijke gevolgen van een collectieve onverantwoordelijkheid zichtbaar: obesitas, alcoholmisbruik, schooluitval, schulden en publieke agressie. Velen zijn niet in staat zichzelf grenzen te stellen, zich in te houden, zich verantwoordelijk te gedragen. U zult zeggen: dat hoort ook bij pubers en adolescenten, die verkennen nou eenmaal de grenzen. We zijn allemaal jong geweest en deden ook dingen die een oudere generatie verontrustten. Motivaction stelt echter vast dat veel ouders en daarna ook een leger hulpverleners deze problemen maar niet onder controle krijgt. En dat heeft ook van alles te maken met de volwassenen van nu. Zij omarmen het forever young-ideaal, willen zelf zo jeugdig mogelijk blijven en hun kinderen zo weinig mogelijk in de weg leggen. Er heerst m.a.w. bij volwassenen een taboe op opvoeden met gezag. Het belang van zelfbeheersing en het nemen van verantwoordelijkheid wordt gebrekkig op jongeren overgedragen.

Grenzeloos… wil zeggen dat je je door niets meer laat tegenhouden, dat er geen grens is aan wat je doet en zegt. Dat je op een bordje ‘verboden toegang’ automatisch reageert met ‘dat maak ik zelf wel uit’. Dat je je boosheid en ongenoegen de vrije loop laat en je niet laat weerhouden door overwegingen van wat het doet met anderen, of die er verdrietig of gekwetst door zijn.  Ik zeg wat ik denk. Dat is vrijheid, dat is democratie. Deze houding kenmerkt allang niet meer enkel de jongste generaties. Leidende politici van dit moment in de VS, in Engeland, in Nederland en elders zijn er trots op en scoren ermee. In de omgang tussen mensen, in het sociale verkeer, levert dit zoeken naar absolute voorrang voor de eigen wensen en emoties de nodige wrijving op. Maar in de omgang met jezelf al evenzeer. Als ik mijzelf niet wil beheersen in wat ik eet, in wat ik drink, in wat ik koop, in het genot dat ik achterna jaag, dan ontstaan er al gauw ernstige problemen. Je zet je relatie op het spel, je gezondheid, je stabiliteit.

En dan klinken vandaag weer woorden van Paulus die aan de Galaten, bewoners van een streek midden in het huidige Turkije. ‘Broeders en zusters, jullie zijn door God geroepen om vrij te zijn. Maar jullie mogen die vrijheid niet gebruiken om maar te doen waar jullie zin in hebben.’ Is hij een zedemeester, een calvinist, die alles wat leuk en vrij is onnodig wil inperken en zondig wil verklaren? Dat hebben we toch met de jaren 60 achter ons gelaten? Robert Long heeft dat 40 jaar geleden uitgedrukt in een lied ‘Het leven was lijden’. Misschien kent u het nog wel:

Want ‘t leven was lijden, als je danste een heiden
Als je lachte te luchtig, als je kuste ontuchtig
Als je niet wilde werken of je ging niet ter kerke
Als je lui in de zon lag, als je fietste op zondag
Kortom alles was verkeerd, want dat had je geleerd

En waarom was alles wat een mens plezier kon geven verkeerd? Waarom zou dat tegen Gods wil ingaan, wat is er tegen als het leven af en toe eens te luchtig is?  Komt het van de sombere luchten met zware wolken die boven het Hollandse polderlandschap hangen dat de calvinisten juist steeds die bijbelfragmenten kiezen die de donkere kanten van het mens-zijn naar voren halen? U kent misschien wel uit de strip van Heer Bommel en Tom Poes de figuur van de Zwarte Zwadderneel. Deze figuur werd ook gecreëerd door Marten Toonder. Hij is een geheel in het zwart geklede man met een vreugdeloze uitdrukking en altijd houdt hij een paraplu opengeklapt boven zijn hoofd, want waar hij loopt, en alleen waar hij loopt, regent het voortdurend.   In de jaren zestig hebben we deze zwartgallige levensbeschouwing van ons afgeschud, op enkele plekjes hier en daar in Nederland uitgezonderd. De herwonnen vrijheid is uitbundig gevierd. Niet gauw laten we ons meer iets gezeggen, niet door de kerk, niet door de buren, niet door de bestuurders, niet door onze familie. En niet door Paulus die roept dat we maar niet kunnen doen waar we zin in hebben. En nu wil ik toch met u gaan kijken waarom hij dat eigenlijk zegt. Is het omdat hij levensvreugde verdacht vindt, het maken van plezier een belediging voor God vindt? Nee, hij houdt ons voor dat het volgen van je eigen privé impulsen en verlangens in de weg gaat staan dat je rekening houdt met anderen, dat je medemensen respecteert en dient. Want alles wat ons in de bijbel wordt voorgehouden is samen te vatten in een paar woorden: “Houd net zoveel van je medemens als van jezelf.” Is dat misschien de crux naar de problemen van de westerse cultuur in onze tijd? Te veel een ik-tijdperk, een denken in ‘ik vind, ik wil, ik zeg wat ik denk, ik wil eindelijk eens aan mijzelf toekomen’? Een niet meer echt accepteren dat er iemand gezag over je heeft, je verzetten tegen de overheid, en die vermaledijde elite? Dat er morele regels zijn waar je je gewoon aan moet onderwerpen? Dat elk mens uiteindelijk gesteld is onder een hoogste macht of kracht?

Paulus houdt ons dan ook voor: laat je niet leiden door je ‘ik’ maar door de Geest. Stel je open voor wat er van de kant van God komt, van de geest die van Hem uitgaat. Het betekent dat je in je gedachten niet eerst stil staat bij de vraag wat wil ik, maar wat ga ik doen gezien in het licht van wat God van mij zou willen? En Paulus vervolgt:  Want wat het ‘ik’ wil, is precies het tegenovergestelde van wat de Geest wil. En wat de Geest wil, is precies het tegenovergestelde van wat het ‘ik’ wil. De ik kan teveel op zichzelf gericht zijn en dan ligt de zonde op de loer. Je doet dan dingen of je laat dingen na waardoor anderen geschaad worden.

Om een concrete kijk op de zonde te krijgen heeft Jeroen Bosch voor zijn medemensen een schilderij gemaakt dat u op de achterzijde van de liturgie ziet. Als in een alziend oog, is centraal in de iris een zegenende Christus afgebeeld. Daaronder staat in het Latijn ‘past op, past op, de Heer ziet’. Christus wordt omringd door een gouden stralenkrans met daarom heen zeven realistische taferelen van de hoofdzonden.

Jeroen Bosch overdaadOp deze schijf van zeven, kijkt u even mee, zien we onderaan de zonde van de toorn (ira), de woede die zich manifesteert in razende en tierende buien als gevolg van een intolerantie ten opzichte van anderen. Hier verbeeld door twee dronken mannen, verwikkeld in een ruzie over een vrouw. Met de wijzers van de klok mee zien we dan de afgunst (invidia), een ongezond verlangen naar andermans bezittingen, vermogens of status. Een hond loert begerig naar een man met het bot in de hand; deze is op zijn beurt afgunstig op een rijke valkenier. De derde zonde is die van de hebzucht (avaritia), een onverzadigbaar verlangen naar materiële goederen. Hier laat een baljuw, een rechter, zijn uitspraak beïnvloeden door de man met het meeste geld. Dan zien we een huiskamer waar een man en zijn zoon werkelijk aan het vreten en zuipen zijn. De vrouw komt net binnen met een gebraden kip om aan de gulzigheid, de vraatzucht en onmatigheid (gula) van haar gezin te voldoen. Daarnaast zien we een priester die in slaap gedommeld is en uit zijn droom gewekt wordt door een non die hem erop wijst dat hij behoort te bidden in plaats van aan zijn luiheid (accidia) toe te geven. Dan volgt de wellust (luxuria). Bij een tent zien we stellen die zich overgeven aan hun wellust. Tenslotte zien we een vrouw die zichzelf in een spiegel bekijkt die haar wordt voorgehouden door de duivel. Hier is de zonde van de ijdelheid of de hoogmoed (superbia) aan de orde. Hier door Bosch op het alledaagse niveau van gewone mensen gebracht: jezelf bekijken en mooi vinden. Maar bijbels gezien is hoogmoed veel ernstiger. Het is het verhaal van Adam en Eva in het paradijs. De mens die zichzelf daar opblaast tot iets groters dan waartoe hij bedoeld is. Alles is hun door God gegeven, een heel aards paradijs. Maar ze dienden zich te houden aan één verbod: niet zelf te gaan uitmaken wat goed en kwaad is. Toch lieten ze zich verleiden door de slang om gelijk te worden aan God! Omwille van hun hoogmoed werden ze gestraft en het paradijs uitgejaagd. Wat de mens fataal is geworden is het verlangen te willen zijn als God.

Dit zijn voor de late middeleeuwer de oerzonden, de moeders van alle kwaad. Iemand die een of meer van deze ondeugden vertoonde werd als boosaardig beschouwd; iemand die al deze ondeugden vertoonde was volledig verdoemd. Wat ze met elkaar gemeen hebben: steeds stelt de zondige mens zichzelf als middelpunt van alles ten koste van anderen en negeert hij God boven zich. Het gaat om zijn driften en behoeftes. Met deze schijf werd de grenzeloosheid waartoe mensen geneigd zijn tegen gegaan.

Tegenover de grenzeloosheid, de onmatigheid, de dikke ik, stelt het apocriefe boek Wijsheid het beginsel van de matigheid en daar wil ik mee eindigen.

En als iemand de gerechtigheid liefheeft leert de wijsheid hem voorzichtigheid, sterkte en matigheid, de allernuttigste dingen in het menselijk leven.

Matigheid is er niet op uit om de mensen allerlei genoegens en genot te ontzeggen. Matigheid bewaart ons voor een teveel, te mooi, te goed, een te veel, dat ons eens zal gaan opbreken.

Matigheid is een deugd die ons menselijk leven wil begeleiden als een karaktertrek van het je kunnen beheersen.
Matigheid als deugd is ook heilzaam voor ons spreken en oordelen. Het behoedt ons voor ruzie en onenigheid, voor strijd en kommer en kwel.
Matigheid is het hulpmiddel bij uitstek om je grenzen te bepalen als mens, en om die grenzen ook aan te houden in ons omgaan met anderen en onszelf.

Amen

ds. Peter Korver